Grondlegger Cito overleden

DE GROOT

SCHIERMONNIKOOG - De vooraanstaande psycholoog prof. dr. A. D. de Groot, grondlegger van het Centraal instituut voor toetsontwikkeling (Cito), is in de nacht van zondag op maandag in zijn woonplaats Schiermonnikoog overleden. Dat heeft zijn familie maandagmiddag bekendgemaakt.

Adriaan de Groot was 91 jaar oud en sinds geruime tijd bedlegerig. Hij was de oprichter van het Centraal instituut voor toetsontwikkeling (Cito) en een van de grondleggers van de Eindtoets Basisonderwijs.

De eindtoets werd ingesteld bij Koninklijk Besluit van 22 juli 1965. De gemeente Amsterdam vroeg het Research Instituut voor Toegepaste Psychologie onder leiding van prof. De Groot een onderzoek naar schoolvorderingen op te zetten. Het resultaat was de Amsterdamse Schooltoets, die in 1966 met name op de openbare scholen werd afgenomen.

In 1969 werd de toets bij ongeveer 35.000 leerlingen afgenomen, zowel in als buiten Amsterdam. Het jaar daarna nam het Cito de toets over.

De Groot had het idee voor een centrale toets in 1958 in de Verenigde Staten opgedaan. Hij moest in Nederland nogal wat weerstand overwinnen. „Er waren principiële bezwaren tegen iedere vorm van meten; men zou daarmee het onderwijs denatureren en het kind geweld aandoen”, memoreerde hij later.

De hoogleraar was van 1948 tot 1975 verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, maar kwam zozeer in botsing met de studentenbeweging dat hij zich terugtrok op een persoonsgebonden leerstoel en verhuisde naar Schiermonnikoog om daar te denken en te schrijven. De laatste tien jaar van zijn universitaire loopbaan was De Groot buitengewoon hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn reputatie is toegeschreven aan zijn inspanningen om het vak aan wetenschappelijke regels te binden.

De Groot stoorde zich aan het negatieve mensbeeld van moderne psychologen: „Je geeft jezelf als psycholoog een heel mooie positie als je aan één stuk door laat zien hoe dom en slecht mensen zijn. Het is heel moeilijk geworden iemand in het beroep te vinden die nog mensen bewondert.”

De Groot had zo’n tachtig publicaties, vertalingen en herdrukken op zijn naam staan, waaronder het proefschrift ”Het denken van den schaker” (1946). Kort voor de oorlog was hij een van de beste schakers van Nederland. Toen hij in de tachtig was, stond in zijn huiskamer jarenlang een schaakbord op tafel waarop hij een correspondentiepartij speelde: eens in de twee maanden stuurde hij per post een zet naar Canada en een maand later kwam de tegenzet van zijn schaakvriend retour.

De Groot was ook actief in de muziek. Voor zijn Groningse afscheidsrede ”Over intuïtie” (1985) liet hij een piano aanslepen om met enkele korte improvisaties te laten zien hoe intuïtie werkt.