Uit de boekenkast: Christine Stam-van Gent

Uit de boekenkast
Christine Stam-van Gent: „Lezen is een basisbehoefte voor me, een dagelijks ingrediënt.” beeld Sjaak Verboom
8

Voor Christine Stam-van Gent uit Kampen is lezen als eten. „Als ik dat een poosje niet doe, dan voel ik me minder goed. Het is een basisbehoefte voor me, een dagelijks ingrediënt. Ik merk het meteen als ik even niet meer aan lezen toekom, dan heb ik het blijkbaar te druk.”

Rudy Ligtenberg

Overal in huize Stam liggen boeken. „Vroeger las ik lang achter elkaar door”, zegt Christine Stam, „Nu lees ik vaker even tussendoor.” De rode draad in de boeken die ze uitkoos: eenzaamheid, creativiteit, lijden.

Lambregtse: verbeelding

1 „Toen ik een jaar of zes, zeven was las mijn broer me voor uit ”In Zijn arm de lammeren” van Cornelius Lambregtse. Deze Zeeuwse streekroman gaat over het verbeeldingsrijke jongetje Fransje Weststrate dat al vroeg komt te overlijden. Het lachende ventje op de blauwe omslag heeft me altijd geïntrigeerd; ik kreeg er een warm gevoel bij. In de roman wordt dialect gebruikt. Woordjes als ”poete” (moeder) hebben een grappige en vertrouwde klank. Het bevindelijk gereformeerde milieu dat Lambregtse beschrijft heeft aan de ene kant iets dreigends. De hel is diepe realiteit, Fransje denkt daar veel over na. Tegelijk is het boek doortrokken van het besef dat Jezus liefdevol is; Fransje verlangt ernaar Hem te ontmoeten. Op beide punten herkende ik me in Fransje. Bovendien heb ik een vergelijkbare verbeelding. Die maakt je in zekere zin eenzaam omdat je anders bent dan anderen – zonder dat ik daar dramatisch over wil doen.”

Potok: worsteling

2 „Tijdens mijn studie aan de kunstacademie kwam ik in een spagaat terecht. Ik kreeg de kunst en mijn bevindelijk gereformeerde achtergrond en geloof niet bij elkaar. Dat remde me zo dat ik me gedrongen voelde om te kiezen, en dat deed ik. Ik koos voor de kunst en dacht: dan zie ik wel welke rol het geloof nog in mijn leven speelt. Aanvankelijk ging dat goed, ik werd losser in mijn aanpak, durfde ook meer en de cijfers schoten omhoog. Maar toen viel het doek, het werd opeens zwart. Beeldend werk maken lukte niet goed meer, en ik wist: dit doet God. Toen ik thuis kwam te zitten heb ik ”In Zijn arm de lammeren” weer gepakt en het boek raakte me opnieuw. Het was alsof God tegen me zei: dat kind zit nog in je. Wil je authentiek zijn –gebod nummer één op de academie– dan moet je je bevindelijke geloof niet afstoten. Herkenning vond ik in ”Mijn naam is Asjer Lev” van Chaim Potok. Deze roman gaat over een jongen die opgroeit in een orthodox-joods milieu in New York. Hij wil kunstenaar worden, maar komt daardoor in conflict met zijn omgeving. Hij worstelt met de vraag hoe hij zijn gaven op een goede manier kan gebruiken. Potok beschrijft die spanning heel mooi. Een goede kunstenaar zijn kost alles, was ook mijn ervaring. Voor mij was dat een onbegaanbare weg. Ik maakte me radicaal los van de kunstwereld. Een tijdlang las ik zelfs geen romans meer. Gelukkig ging ik mijn creatieve gaven na verloop van tijd op een andere manier inzetten: door het schrijven van columns en verhalen en het houden van lezingen. Kunstenaarschap kun je niet verloochenen. Het bevindelijke jongetje Fransje zit in me, maar de kunstenaar Asjer Lev evengoed.”

Winslow: leven met Jezus

3 „Toen ik met de kunstopleiding stopte, kwam ik in een leegte terecht. Ik miste mijn vrienden op de academie, en de lessen. Er was onbegrip voor mijn keuze van zowel christelijke als van niet-christelijke zijde. Ik zocht naar identificatiefiguren op geloofsgebied en die vond ik bij de puriteinen. Zij zijn vaak heel praktisch en betrekken God bij alles wat ze doen. ”Leven met Christus” van Mary Winslow is een bundeling van haar dagboeknotities en van de brieven die ze schreef. Op haar veertigste werd ze weduwe en bleef ze met negen kinderen achter. Winslow laat zien dat het ook in zulke omstandigheden realiteit kan zijn dat Jezus álles voor je is, en niet zomaar een idee. Bij haar kun je daar niet omheen, ze lééfde uit die werkelijkheid, legde alles altijd eerst aan God voor, ook de gewone dingen van het leven. Dat wilde ik ook. In haar brieven, die fris qua taal zijn, gaf ze anderen raad en troost. Haar boek heeft me in die tijd erg geholpen.”

Elliot: lijden hoort erbij

4 „In een moeilijke periode in mijn leven ontdekte ik ”Lijden is niet voor niets” van de Amerikaanse schrijfster Elisabeth Elliot. Weer zocht ik naar identificatiefiguren die me konden helpen. Elliot is nuchter en heeft humor. In haar leven heeft ze het nodige meegemaakt. Haar eerste echtgenoot, Jim Elliot, werd in 1956 gedood bij een poging om missionair contact te leggen met de Auca in oostelijk Ecuador. Elisabeth bracht later twee jaar als zendeling door bij de stamleden die haar man vermoordden. Wat zij in ”Lijden is niet voor niets” meegeeft is dat mensen die de Gekruisigde volgen, zelf ook een kruis te dragen krijgen. Daar moeten ze niet verbaasd over zijn. Het onrecht dat hun overkomt is als een beitel in Gods handen: het werktuig is hard en scherp, maar de Beeldhouwer is het summum van liefde. We kunnen Hem volledig vertrouwen. Het meest leren we van het lijden en wie veel geleden heeft, kan veel aan anderen geven. Zoals een paardenbloem zijn pluizen verliest om vruchtbaar te zijn.”

Robinson: christelijk-literair

5 „Op een gegeven moment ben ik toch weer romans gaan lezen. Het werk van de bekroonde Amerikaanse schrijfster Marilynne Robinson was een openbaring voor me. Puzzelstukjes vielen op hun plek: het is blijkbaar mogelijk om literair begaafd te zijn én positief over geloof en gelovigen te schrijven. Robinson schrijft scherp, maar liefdevol. Elk personage krijgt de volle aandacht van haar. ”Gilead” gaat over de predikant John Ames die te horen krijgt dat hij niet lang meer te leven heeft. Toen ik deze roman las, dacht ik: ik zou het verhaal ook graag eens lezen vanuit het perspectief van Ames’ tweede vrouw Lila. Tot mijn verrassing schreef Robinson dat boek in 2014. Lila heeft een verleden als zwerfster achter de rug als ze Ames leert kennen. Daardoor is het voor haar moeilijk om de liefde en huiselijkheid te ontvangen die Ames haar biedt. Het mooie van Robinson is dat ze probeert al schrijvend haar intuïtie te vergroten. Soms ontdek je iets pas als je er woorden voor zoekt. Dat maakt haar romans zo onuitputtelijk. Ze raken de lezer op een dieper niveau, dieper dan welk theologisch boek ook.”

Endo: onpeilbare liefde

6 ”Stilte” van de Japanse auteur Shusako Endo lees ik elk jaar in de lijdenstijd. Het verhaal speelt in de zeventiende eeuw. Onder druk van de geloofsvervolging zweert een priester zijn geloof af. Zijn volgelingen worden gemarteld om hem zo ver te krijgen. Hij moet symbolisch afstand van zijn geloof doen door een zogenoemde fumi-e met de afbeelding van Christus te vertrappen. In het verhaal spreekt Jezus dan tot hem: „Doe het maar, Ik ben juist gekomen om te worden vertrapt.” Zo groot is het Evangelie en zo onpeilbaar is de liefde van Christus. Hoe diep de priester ook was gezonken, hij kon niet onder Gods liefde uit. Die boodschap is niet te bevatten, alleen te aanvaarden. ”Stilte” is geen optimistisch boek, maar wel realistisch en troostvol. Het gaat over Gods leiding in ons leven. Wij kunnen soms heel gemotiveerd ergens aan beginnen en proberen iets groots te bereiken, maar vervolgens jammerlijk falen of onszelf teleurstellen. Maar Gods plan mislukt nooit, al is dat niet altijd direct zichtbaar. Misschien diende in ”Stilte” alles alleen maar om de priester op zijn plek te krijgen.”

Hill: homofilie

7 „Een recent thema in mijn leven is homofilie. Dr. Wolter Rose van de Theologische Universiteit Kampen –onze buren– vroeg of ik als hetero, vrouw en vertegenwoordiger van de reformatorische achterban bestuurslid van stichting Hart van Homo’s wilde worden. Dat heb ik gedaan omdat het thema me raakt. Vaak wordt in christelijke kring het denken over homo’s bepaald door wat er allemaal niet kan en mag. Maar zijn we als christenen misschien ook vóór iets? Dat vond ik in ”Hoopvol leven” van de Amerikaanse theoloog Wesley Hill. Als homo leeft hij bewust celibatair, maar vindt wel dat de kerk te sterk is gericht op huwelijk en gezin. Alsof het celibaat in de Bijbel geen belangrijke plek heeft. Christelijke homo’s hebben het vaak moeilijk. De wereld zegt dat mensen zonder seks niet kunnen leven, de kerk staat een relatie niet toe. Hills boek is een uitnodiging om met Christus te leven. Hoe kun je een vervuld leven hebben als niet al je verlangens worden vervuld? Hij wijst op het belang van erkenning van homoseksuele gevoelens; alleen dan is het mogelijk om er, met vallen en opstaan, mee om te gaan. Hill schrijft mooie dingen over vriendschap. Een mens kan wel zonder seks, maar niet zonder intimiteit. Die boodschap raakt ons allen.”

Christine Stam-van Gent

Christine Stam-van Gent (1982) woont met haar man Jasper –beiaardier, theoloog, docent– in Kampen. Ze zijn er lid van de gereformeerde gemeente. Samen hebben ze vier kinderen. Christines voorgeslacht komt uit Zeeland, ds. Chr. van de Woestijne was haar opa van moeders kant.

Ze studeerde twee jaar kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en stapte toen over naar de Hogeschool voor de Kunsten Kampen (”Illustratie”).

Ze schrijft columns, verhalen en artikelen voor het Reformatorisch Dagblad en andere media, verzorgt lezingen (over boeken, lezen, kunst, moederschap, vrouw-zijn, gemeente-zijn), en is bestuurslid van stichting Hart van Homo’s.

Serie ”Uit de boekenkast”, deel 2. Mensen uit alle geledingen van de maatschappij vertellen over boeken die invloed hebben gehad op hun leven.