Gewone mensen in een ongewone tijd

75 jaar vrijheid
6

„Die oorlog gaat een keer voorbij, en ik wil met een vrije consciëntie uit de oorlog komen”, motiveerde ouderling A. Kaashoek van de gereformeerde gemeente in Benthuizen zijn besluit om niet mee te doen aan de zwarte handel. Zijn zoon is het nooit vergeten.

En zo is er zo veel uit de oorlogsjaren wat nooit vergeten werd. „Ik herinner me het laatste oorlogsjaar veel beter dan –laten we zeggen– het jaar 1965, of 2004 of zelfs 2016”, schrijft oud-minister Terlouw in zijn woord vooraf in de bundel ”De laatste getuigen”. „Als je leven in onmiddellijk gevaar was bij bombardementen of beschietingen vergeet je dat natuurlijk nooit meer. Er gebeurden voortdurend dingen die je, zeker als kind, normaliter niet meemaakt. Niet alleen het geweld. Ook de verdenkingen. De heldenmoed. De wankelmoedigheid.”

In ”De laatste getuigen” komen vijftien Nederlanders aan het woord. De redactie van EO-magazine Visie wilde „graag nog één keer verhalen van mensen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt” vastleggen. Dat klinkt alsof er bijna geen ooggetuigen meer zijn, maar zo is het nu ook weer niet.

Doorzeefd

„Het is geen boek vol heldenverhalen geworden”, maken de samenstellers van deze mooie bundel vooraf duidelijk. Het gaat „over gewone mensen in ongewone omstandigheden.” En dan gaat het dus over bombardementen. Over onderduiken. Over foute ouders. Razzia’s. Verzetskranten. Oorlogstrauma’s. Het zijn onderwerpen op de informatieve themapagina’s waarmee de interviews worden afgewisseld.

Teun Jordaan, bekend als gids op de Grebbeberg, vertelt over de geallieerde parachutist die voor zijn ogen door Duitse kogels doorzeefd werd. En over de evacuatie van Rhenen, tot twee keer toe.

Martina Bassie-de Visser vergat „die vreselijke vrijdag” niet waarop ze Middelburg zag branden. En de Zuid-Bevelandse boerderij waar ze als vluchtelinge eigenlijk nauwelijks welkom was. Wim van Lunteren raapte briefjes op die Joden tijdens hun deportatie uit de trein gooiden. Adrie Dekker uit Oostkapelle, ‘geëmigreerd’ naar Barneveld, werd door een Duitser uit de kelder gehaald waarin hij zich had verstopt.

Een dochter van een Waffen-SS’er vertelt over de keuzes van haar vader, waarvan hij nooit spijt had. Zijn gezin ondervond de gevolgen: „Jullie worden opgehangen”, riep een kind opgetogen toen op dolle dinsdag de kansen leken te keren. Het boek verzwijgt niet hoe bevrijd Nederland zich afreageerde op de sympathisanten van de bezetter.

Ko Dominicus verhaalt over ds. W. Oosthoek, hervormd predikant in Zoutelande. Toen overal bordjes met de grimmige boodschap ”Verboden voor Joden” verschenen, plaatste hij –volgens het boek– een bord waarop stond: ”Alle mensen hartelijk welkom”. De werkelijke tekst was nog krachtiger: ”Elk ras welkom”. Daarvoor moest ds. Oosthoek de gevangenis in.

Sommige gebeurtenissen komen bekend voor. „Vooral die eerste dagen van de oorlog was er een run op de winkels. Je haalde binnen wat je binnen kon halen. Toen na een paar dagen de voorraden toch weer werden aangevuld, werd dat minder.”

De laatste getuigen. Vijftien Nederlanders over de oorlog die hun leven stempelde, Gert-Jan Schaap e.a.; uitg. Ark Media i.s.m. EO; 176 blz.; € 29,95