Bibliotheek van Timotheüsschool in Lelystad voorziet in behoefte

Uitgeleend
Wilma den Hartog (links) en Hermine Hoeve .
4

Twee vrijwilligers runnen de bibliotheek van de Timotheüsschool in Lelystad. Van de herfstvakantie tot de meivakantie zijn ze paraat om leerlingen van leesboeken te voorzien.

De Timotheüsschool ligt op een groene plek, net naast de Bethelkerk van de plaatselijke gereformeerde gemeente. De leerlingen komen uit een vrij groot gebied, van Enkhuizen tot Zeewolde. De reformatorische school telt zo’n 120 leerlingen. In een van de kleinste vertrekken van het gebouw zwaaien op de vrijdagmorgens in het leesseizoen twee vrijwilligers de scepter: Wilma den Hartog en Hermine Hoeve. Hier is de schoolbibliotheek gevestigd.

Ze doen de administratie, zorgen ervoor dat de boeken uitgeleend en weer opgehaald worden en schaffen nieuwe boeken aan. Het computerprogramma MOO (Mijn Omgeving Online) kent voor hen geen geheimen.

De bibliothecaressen wijzen de boeken aan van schrijvers die het goed doen op deze school: ”Chris en Jorieke” van Bert Wiersema, ”Dolfi en Wolfi” van J. F. van der Poel, ”Gemar Tow” en andere boeken over Israël van M. Kanis. Verder zijn Hans Mijnders, Liesbeth van Binsbergen en Corien Oranje geen onbekende namen voor de leerlingen. Jongere kinderen lezen onder meer Henri Arnoldus (”Oki en Doki”), Gisette van Dalen en H. A. Arkeraats-de Waal.

Hoe is de bibliotheek ontstaan?

„Vanaf de start van de school in 1979 werden er christelijke leesboeken verzameld. Toen ouders vroegen om verantwoorde leesboeken voor hun kinderen, is het aantal uitgebreid en zo’n dertig jaar geleden startte de school met het uitlenen van boeken. Lezen is nog steeds belangrijk. Het valt ons op dat er goed gelezen wordt, ondanks de opkomst van de computer. Ouders kunnen daar ook aan bijdragen door lezen te stimuleren en de tijd die hun kinderen achter de computer zitten, te beperken. Bij ons thuis mogen de kinderen in de basisschoolleeftijd niet langer dan een bepaalde tijd achter de computer zitten. Als de kookwekker afloopt, moeten ze erachter vandaan gaan. Het werkt goed. Het betekent dat er genoeg tijd overblijft om te lezen en dat doen ze fanatiek, tot ’s avonds laat toe.”

Welke criteria gelden er bij de selectie van boeken?

„We hebben alleen leesboeken in de bibliotheek, meest christelijke, voor de leeftijdscategorie van 4 tot en met 12 jaar. We kijken bij de aanschaf van nieuwe boeken in de eerste plaats naar uitgaven van de bekende reformatorische uitgevers. Maar het gebeurt weleens dat we boeken van hen bij nader inzien toch niet opnemen. Zo was er eens een boek voor kleuters waarin het thema dood zo nadrukkelijk aanwezig was dat we het niet geschikt vonden voor onze bibliotheek. Daarnaast kopen we christelijke boeken van andere uitgevers aan en een klein aantal niet-christelijke boeken met een goede strekking. Een belangrijk criterium daarbij is of het thema actueel is. We laten onze eigen kinderen meelezen om te bekijken of een bepaald boek geschikt is.”

Wat doen jullie om het aantal uitleningen op peil te houden?

„Als het tijdstip van de eerste uitlening in het nieuwe schooljaar nadert, wordt daar melding van gemaakt in de nieuwsbrief voor de ouders, zodat ze het er met hun kinderen over kunnen hebben. Ook wijzen de meesters en juffen de leerlingen op het belang van lezen. Verder spreken ouders ons wel aan over de bibliotheek. Kort voor de herfstvakantie krijgen de leerlingen een kaart mee waarop ze de nummers noteren van de boeken die ze leuk vinden. Dat kunnen er ongeveer vijftig zijn. Met behulp van deze lijst zoeken we steeds een of twee boeken uit in de bibliotheek. De catalogus kunnen de leerlingen via de computer raadplegen. Ze kunnen wel een papieren catalogus meekrijgen, maar daar wordt geen gebruik meer van gemaakt. In de catalogus staan het boeknummer, de auteursnaam, de titel van het boek, de leeftijdscategorie, het aantal bladzijden, het AVI-niveau en de categorie waartoe het boek behoort. Door zo veel mogelijk informatie te geven, proberen we de boeken aantrekkelijk te maken. Er wordt goed gebruikgemaakt van de bibliotheek. Het aantal uitleningen blijft de laatste jaren constant.”

Wat is het oudste boek uit de collectie?

„Dat is ”Jaap Holm en z’n vrienden” van W. G. van de Hulst. Deze 23e druk dateert uit 1975 en is in de beginjaren van de school aangeschaft. De boeken van meesterverteller Van de Hulst hebben het lange tijd goed gedaan. Welke ouder kent ”Jaap Holm”, ”Willem Wijcherts” en ”Gerdientje” niet? Maar zijn tijd is nu voorbij, zo te zien. Die afnemende belangstelling valt ook te bespeuren bij andere schrijvers van vroeger, zoals B. J. W. de Graaf, Johan Hidding en H. te Merwe. De kinderen van nu willen vooral eigentijdse boeken lezen. Of wij boeken die weinig gelezen worden wegdoen? Tja, zoiets doe je ook weer niet direct.”

Hoe gaat de bibliotheek om met de digitalisering?

„Het uitlenen van de boeken is voor een deel handwerk, en deels digitaal. Om de week halen we op vrijdag voor schooltijd de teruggebrachte boeken met de leeskaart op in de lokalen. De ingeleverde boeken worden in het computersysteem afgevinkt. Als we de boeken teruggezet hebben, zoeken we aan de hand van de kaarten van de leerlingen de nieuwe boeken op, die we vervolgens in het systeem invoeren. Zo kunnen we precies bijhouden welke boeken nog niet ingeleverd zijn. Als leerlingen boeken te lang thuis houden, krijgen ze een briefje met een reminder. Het is met de computer ook mogelijk de leesgeschiedenis van een leerling bij te houden, zodat we kunnen zien van welke soort boeken hij of zij houdt. Verder kun we sorteren op schrijver. Kijk, u staat er ook in.”

>>rd.nl/uitgeleend

----

zomerserie Uitgeleend

Dit is het derde deel in een vijfdelige serie over bibliotheken in Nederland. Over twee weken: de kerkbibliotheek.

----

Bibliotheek Timotheüsschool in Lelystad

De bibliotheek van de Timotheüsschool in Lelystad is gehuisvest in een apart vertrek in de school. Het bevat behalve de leesboeken voor de kinderen ook een kast met mappen over lezen en leesniveaus en een computer voor de administratie.

De ongeveer 2000 boeken staan keurig in het gelid in vier kasten. Ze zijn geordend op moeilijkheidsgraad (A, B en C) en vervolgens alfabetisch op schrijver. Elk boek heeft een nummer.

Leerlingen uit alle klassen van de school, ook uit groep 1 en 2, kunnen (voor)leesboeken lenen tussen de herfst- en de meivakantie. Bij de start van het leesseizoen maken zo’n tachtig leerlingen gebruik van de schoolbibliotheek. In de loop van het schooljaar zakt het aantal lezers wat.

Alle leerlingen krijgen aan het begin van het seizoen een kaart mee, waarop ze maximaal vijftig nummers kunnen noteren van boeken die ze in de loop van het jaar willen gaan lezen. Elke veertien dagen krijgen ze dan één of twee boeken van deze lijst toegewezen. Ze kunnen dus niet zelf beslissen wanneer ze welk boek willen lezen.

De leerlingen mogen gratis van de bibliotheek gebruikmaken.