Acquirerend redacteur Corinne Vuijk: Ik snor graag mooie romans op

Het leuke aan werken met buitenlandse fictie is dat je je kunt beperken tot „de crème de la crème”, vindt Corinne Vuijk. beeld Sjaak Verboom
5

Haar taak is in één zin te vatten: buitenlandse romans ontdekken die een Nederlandse uitgave waard zijn. Maar er komt veel bij kijken: Corinne Vuijk van uitgeverij Mozaïek kan zomaar verzeild raken in een spannende bieding.

Tijdens het gesprek popt er een agenda-item op, op het schermpje van Vuijks telefoon. De acquirerend redacteur van uitgeverij Mozaïek ziet het meteen. „Helemaal vergeten. Ik had een afspraak bij de opticien voor vanmiddag.” Het zou haar onmogelijk lukken om nog op tijd aan te komen – want ze fietst voor haar werk 9 kilometer van Zeist naar Utrecht, dwars door natuurgebied Rhijnauwen. Bovendien moet ze straks op tijd bij school staan, om de jongste van haar drie zoons op te halen. Dus belt ze meteen op om de afspraak te annuleren.

Het laat zien hoe Vuijk is: een tikje chaotisch, maar ook een aanpakker. En, zoals ze zelf zegt, „een laatstenippertjestype.” De avond voor het interview heeft ze tot halfdrie gewerkt. Om zich voor te bereiden op een gesprek over de „aanbieding”, de catalogus met daarin nieuw te verschijnen boeken die drie keer per jaar uitkomt: in voorjaar, zomer en najaar. Die aanbieding is een ijkmoment in de uitgeverij, vertelt Vuijk. Zo is er bij de verschijning ervan altijd een presentatie, waarbij de nieuwe titels worden gepresenteerd voor zo’n 35 collega’s van sales en marketing.

Die grootse opzet is voor de ervaren redacteur nog vrij nieuw. Ruim drie jaar geleden werd Boekencentrum –waar Mozaïek onder viel– overgenomen door VBK Media. Het fuseerde met Kok tot KokBoekencentrum. Sindsdien huist de uitgeverij in Utrecht, op driehoog in een pand met uitzicht op voetbalstadion Galgenwaard.

Liefdesbrieven

Het werk van een acquirerend redacteur vat Vuijk met gemak in een paar zinnen. „Ik speur naar mooie romans om uit te geven. Leeskringboeken waar je over blijft nadenken. Romans die al wel bestaan, maar nog niet in Nederland. Van die boeken probeer ik de vertaalrechten aan te kopen.”

Achter die eenvoudige zinnen zit een voor buitenstaanders complexe wereld van literair agenten van buitenlandse uitgevers, van internationale beurzen en van literaire scouts die uitgevers tippen over mogelijk interessante boeken. Maar ook van begrotingen maken, van inschatten of andere uitgevers ook interesse hebben in een bepaald boek, van bieden en overboden worden. Van contacten met vertalers (zie ”Een beetje literair, daar hou ik wel van”) en van liefdesbrieven zelfs – maar daarover later meer.

Niet alle acquirerende redacteuren doen overigens dit werk. Vaak werft en begeleidt zo’n redacteur Nederlandstalige schrijvers. Vuijk, die in Leiden Engelse taal- en letterkunde studeerde, doet dat sporadisch. Zo begeleidde ze Arie Kok bij het schrijven van het actieboek van de christelijke boekenweek ”Brood en stenen”). Maar haar hoofdtaak is buitenlandse fictie: Engelstalige, en soms Spaanse, Franse of Afrikaanse literatuur.

Bij haar functie komt –om een typisch woord van Vuijk te noemen– heel veel „snorren” kijken. Waarmee ze zoiets bedoelt als: ogen en oren goed openhouden. Verdwalen op internet. Zoeken naar romans die interessant zouden kunnen zijn. „Dan kan heel eenvoudig. Dan zoek ik op Amazon.com een mooie roman, die ook bij ons had kunnen verschijnen en dan kijk ik onder het kopje ”lezers van dit boek houden ook van”. Op die manier kun je zomaar iets op het spoor komen.”

Veel lezen hoort erbij in dit vak. Grote titels als ”De bijenhouder van Aleppo” van Christy Lefteri leest ze sowieso. „Dat wil ik gewoon, omdat ik er van hou.” Voor het voorwerk heeft ze een „externe rechterhand”: Monica van Bezooijen, vroeger betrokken bij De Banier in Utrecht. „In principe doet zij de eerste selectie. Ze proeft het materiaal, en als ze er wat in ziet, gaat het naar een meelezer. Zij is mijn literaire zeef.”

Voorste rij

Het zomaar rondsnorren is de laatste tijd trouwens iets minder belangrijk geworden. „Sinds we bij VBK zitten, werken we met literaire scouts. Die hebben contacten met mensen all over the world. Ze krijgen manuscripten in een vroeg stadium te zien, nog lang voordat er ook maar een boek is.” Zo maakt een kleine uitgeverij als Mozaïek in feite net zo veel kans om een boek te bemachtigen als een grote. „We zitten nu op de voorste rij. Maar als je iets via een scout getipt krijgt, dan wéét je dat zo’n titel tegelijk bij andere uitgevers ligt. Het werk is daardoor leuker en spannender.”

Pijnlijk

Hoewel, leuk. Een „heel pijnlijk” voorbeeld ligt Vuijk vers in het geheugen. Het geeft een mooi inkijkje in het uitgeversvak. Ze had een „prachtig manuscript” opgevraagd –„nee, ik zeg niet welke titel”–, voelde de adem van andere uitgevers in de nek, las tot in de late uurtjes en was onder de indruk. Ze deed haar beste bod, vergezeld van een heuse liefdesbrief, zoals gebruikelijk. In die „loveletter” vertelde ze waarom ze het boek zo graag uitgeeft. „Een prachtige brief was het. In zo’n tekst schrijf je bijvoorbeeld waarom je denkt dat de wereld beter wordt van dit boek. Of dat je vindt dat het zo goed inzicht geeft in morele dilemma’s. Dat soort dingen.”

Er bleken meer bieders te zijn. „De ronde van het beste bod gaat nu in, krijg je dan te horen. Zo’n bod ligt tussen de 1000 en meer dan 10.000 euro. Eigenlijk is het als bij de makelaar: je hebt geen zicht op wat er precies gebeurt.”

Ze kreeg het boek niet, en uit de manier waarop ze erover praat, blijkt dat ze de teleurstelling nog niet te boven is: „Helaas, ik vond het bod van een andere uitgever overtuigender”, zegt ze op een lijzig toontje, terwijl ze met haar schouders draait. „Dat is wat je dan terughoort. Ja, ik baalde als een stekker. Ik vond dit een fantastisch verhaal. Dan doet het wel pijn, als het naar een ander gaat.”

Het leuke aan haar werk met buitenlandse fictie is dat ze zich kan beperken tot „de crème de la crème”, omdat het aanbod zo groot is. Maar het persoonlijke contact, dat je bij begeleiding van een Nederlandse auteur veel meer hebt, mist ze soms. Ze bezoekt jaarlijks de grote boekenbeurzen in Frankfurt en Londen –behalve in coronatijd–, maar verder gaat zo’n beetje alles via de mail. Hoewel juist de beperkingen vanwege corona hier wel verandering in brachten. „In februari had ik de Duitse uitgever van ”Wie omkijkt” van Jeanine Cummins aan de lijn; ze wilde weten hoe wij het in de markt hadden gezet. Ik was toen gewoon verrast: wat een goed idee, gewoon even bellen in plaats van mailen! Nu heb ik elke week zoom- en teamsafspraken met buitenlandse contacten. Veel leuker eigenlijk.”

serie De uitgeverij

Vierdelige zomerserie over mensen die een functie hebben bij een uitgeverij. Vandaag deel 1: de acquirerend redacteur. Volgende week: de (bureau)redacteur