„Overheid moet van toekomst kerken weten”
BREDA – De plaatselijke overheid moet zich meer bezighouden met kerken. „Natuurlijk niet als het gaat om de religieuze aspecten, maar des temeer als het gaat om het functioneren van het gebouw en het nevengebruik daarvan in de toekomst.”
Dat zei mr. Michiel Zonnevylle, voorzitter van de Vereniging van Beheerders van Monumentale Kerkgebouwen in Nederland (VBMK), donderdag tijdens het symposium ”Religieus erfgoed, een gezamenlijke verantwoordelijkheid” in de Grote Kerk in Breda. De bijeenkomst was georganiseerd ter gelegenheid van het 600-jarig bestaan van de Bredase kerk, die vorige week is voorgedragen voor de Werelderfgoedlijst.
Zonnevylle vindt dat meer bemoeienis van de lokale overheid nodig is, om twee redenen: kerkgebouwen nemen meestal een prominente plaats in in een stad of dorp en steeds meer kerken moeten de deuren sluiten. „Daar moet de overheid op inspelen. Dinsdag nog het bericht uit Leeuwarden, dat de Protestantse Kerk daar nu vier kerkgebouwen gaat sluiten. Dat betekent heel veel voor de kerkelijke samenleving. Wat gaat er met deze gebouwen gebeuren? Maar ook: welke faciliteiten voor de omgeving, zoals zaalverhuur voor (niet-kerkelijk) buurt- en verenigingswerk, vallen weg?”
Kerkgebouwen vervullen vaak een veel grotere rol in een samenleving dan gedacht, stelde Zonnevylle. Die grote betekenis komt meestal pas openbaar als een kerk dichtgaat. „Onze kerk, onze toren moet blijven, klinkt het dan.”
De lokale overheid en de omgeving worden vaak door de sluiting overvallen. Dat kan anders als kerkbestuur, de omgeving en de overheid eerder contact hebben, vindt Zonnevylle.
De VBMK-voorzitter roept gemeentebesturen op te inventariseren welke kerkelijke gebouwen er in de gemeente zijn en wat daarvan de toekomstverwachting is. „Natuurlijk samen met de kerkelijke samenleving.”
Zonnevylle kondigde aan dat een VBMK-werkgroep gaat nadenken over de problemen rond de toekomst van kerken.
Dreigende taal klonk gisteren tijdens het symposium uit de mond van provincieambtenaar Wies van Leeuwen. Hij houdt zich bezig met cultuurhistorie en monumenten in Noord-Brabant. Van Leeuwen stelde dat –mede als gevolg van de bezuinigingen– het beleid ten aanzien van kerken wel eens kan gaan veranderen. Hij verwacht dat een kerk die veel open is en een rol speelt in de samenleving eerder subsidie zal krijgen dan een kerk die alleen voor erediensten beschikbaar is. De Grote Kerk van Breda vindt hij in dat opzicht een goed voorbeeld.