OpinieSamenleving en politiek

Een minderheidskabinet... wat moet je daar nu van vinden? 

In de drukste weken van het jaar weglopen bij het bedrijf waar je werkt, je dan twee weken hard inspannen bij de concurrent en vervolgens weer vrolijk terugkeren bij je baas en zeggen dat je weer zin hebt om je in te zetten voor de zaak. Moeilijk voorstelbaar toch? Een belangrijke klant stelt een vraag. Je belt je concurrenten en zegt dat we hier met elkaar moeten uitkomen in onderling vertrouwen. Te mooi om waar te zijn?

Dit zijn twee van de manieren waarop je naar het minderheidskabinet kunt kijken. Democratie draait om meerderheden en we zijn de afgelopen decennia zo gewend geraakt aan dichtgetimmerde regeerakkoorden dat de vorm van een minderheidskabinet met wisselende meerderheden nu verwarrend overkomt. Gaat dat wel werken? Het zoet verdelen gaat nog wel, maar wie neemt verantwoordelijkheid voor het zuur?

In het kabinet-Schoof zat zelfs niet het begin van een gezamenlijke visie

Waarom hebben we eigenlijk een minderheidskabinet? De belangrijkste reden is dat de 18 miljoen Nederlanders tot op het bot verdeeld zijn. Groepen in de samenleving luisteren niet meer naar elkaar en als gevolg daarvan sluiten ook politieke partijen elkaar op voorhand uit. Toch is dat slechts een symptoom, zoals koorts bij een grieppatiënt. Door onze samenleving lopen meerdere breuklijnen: tussen platteland en stad, tussen progressief en conservatief, tussen opleidingstypen, tussen idealisme en realisme. En zo zijn er nog veel meer op te noemen. Die breuklijnen worden duidelijk zichtbaar rond grote onderwerpen als medische ethiek, klimaatbeleid, Israël en Gaza, asiel of de toekomst van de agrarische sector. Ook in de politiek neemt de afstand tussen partijen toe. Daarmee neemt het vermogen af om compromissen te sluiten of zelfs maar elkaars argumenten te willen begrijpen.

Maar is een minderheidskabinet dan een probleem? Optimisten –zo’n bui heb ik zelf ook wel eens– zijn van mening dat dit vooral heel veel kansen biedt voor de oppositie en zelfs voor de kleinere partijen. Dit nieuwe kabinet zal immers voor elk voorstel met de pet in de hand naar andere partijen toe moeten om steun te vergaren. Dat zal een heel andere stijl van politiek vragen. Een politiek met oog voor minderheden.

Toch is er een groot struikelblok. Want hoe verschillend coalitiepartijen in het verleden ook waren, als er een akkoord lag, was er vrijwel altijd een samenhangende onderlinge visie op de manier waarop de grote vraagstukken in het land moeten worden aangepakt. Wat er gebeurt als dat ontbreekt, was te zien in het kabinet-Schoof, waarin zelfs niet het begin van een gezamenlijke visie zat.

Voor het volmaken van een succesvolle regeerperiode zijn twee dingen cruciaal: een visie op waar het met dit land naartoe moet en vertrouwen dat de ander rekening houdt met jouw gevoeligheden. Aan beide dingen gaat het de komende tijd ontbreken, vrees ik. Het was immers voor de drie partijen in de coalitie al lastig om tot die visie te komen. En hoewel er tussen die drie misschien nog redelijk onderling vertrouwen is, daarmee ben je er nog niet.

Juist het ontbreken van een gezamenlijke visie was de reden waarom het niet gelukt is om een meerderheidskabinet te vormen van de drie partijen met ofwel JA21 aan de ene kant ofwel GroenLinks-PvdA aan de andere kant. Waarom ik zo hamer op die integrale kijk op problemen is dat je anders wel de handen op elkaar krijgt voor mooie investeringen, maar niet voor bezuinigingen of belastingverhogingen. Maar dat zijn wel de keuzes die gemaakt moeten worden.

Ook aan het onderling vertrouwen zal gemorreld worden. Politiek is niet dingetjes regelen. De ene keer over rechts en de andere keer over links. Je kunt niet de ene dag een voltooidlevenwet regelen met een progressieve meerderheid en de volgende dag aan de SGP vragen om mee te denken over lastige aanpassingen aan de AOW. Elkaars gevoeligheden kennen en daar rekening mee houden, is de basis van onderling vertrouwen.

Toch zou ik niet willen blijven hangen tussen vrees en hoop en sluit ik af met een goede raad aan dit kabinet. Want de visie op de beste koers voor Nederland ligt al van eeuwigheid vast in de handen van de Heere, Die hemel en aarde regeert. En wat het vertrouwen betreft: wie op Hem vertrouwt, op Hem alleen, ziet zich omringd met Zijn weldadigheên. (Psalm 32:5 berijmd).

De auteur is Tweede Kamerlid voor de SGP.