Dit is een opinieartikel. Plaatsing betekent niet dat de redactie met de mening van de auteur(s) instemt. Reageren? Stuur uw artikel (600 of 800 woorden) of ingezonden brief (maximaal 250 woorden) naar opinie@refdag.nl.

OpinieOpinie

Vrouw en ambt typisch probleem van huidige tijd

Wie de vrouw in het ambt wil, doet er goed aan zich af te vragen waar deze wens vandaan komt. Die wordt immers niet aangereikt door de Schrift of kerkelijke traditie.

Witte markering op grijze asfaltweg met symbolen van man en vrouw
„In zowel het nieuwe als het oude verbond zijn man en vrouw gelijk wat betreft de toegang tot het heil. Maar de scheppingsorde blijft gelden bij de herschepping in Christus.” beeld Getty Images

Tot in de twintigste eeuw kwam vrouwelijk leiderschap hier en daar voor in sektes. De gereformeerde theoloog Voetius (Politica Ecclesiastica en Disputationes Theologicae Selectae) vatte in de 17e eeuw samen wat de kerk altijd heeft gedacht: het ambt komt slechts toe aan mannen die aan de Bijbelse eisen voldoen (1 Timotheüs 3, Titus 1) en niet aan vrouwen.

Bijna tweeduizend jaar lang las de kerk deze teksten volgens de betekenis ervan. Tertullianus: „Het is een volwassen vrouw niet toegestaan om in de kerk te spreken, maar ook niet om te onderwijzen, te zalven, te offeren of zich het erfdeel van een mannelijk ambt toe te eigenen, laat staan het priesterambt” (De Virginibus Velandis 9.2-3). Chrysostomos: „Slechts weinig mannen en geen enkele vrouw zijn geschikt om opziener te zijn over de kerk” (De Sacerdotio 2.2). Augustinus: „De apostel laat de vrouw niet toe om gezag uit te oefenen over de man” (De Genesi ad Lit. 11.37).

Toen de hervormde synode in 1958 besloot om de ambten van ouderling en diaken open te stellen voor vrouwen was dit met een kleine meerderheid en grote aarzeling. Het predikantschap was vanaf 1967 ook voor vrouwen weggelegd, maar slechts voor bepaalde situaties en werkzaamheden. De toenmalige voorzitter van de Gereformeerde Bond, ds. W.L. Tukker, overwoog toen ernstig om het kerkverband te verlaten. Hij deed dat uiteindelijk niet, maar predikanten van de bond hadden sindsdien geen vrijmoedigheid meer om classisvergaderingen bij te wonen waarbij gemeenten vertegenwoordigd waren door vrouwen. Dat is inmiddels veranderd.

Zelf weten

De discussie over de vrouw in het ambt is een symptoom. Daarachter schuilt de vraag naar wat voor ons normatief en gezaghebbend is. Is dat de scheppingsorde waarin mannen en vrouwen een eigen plaats innemen? Of heeft die afgedaan als iets van vroeger en vinden we het zelfs discriminatie? Dan komen we al snel bij de Bijbel, waarin juist die scheppingsorde aangevoerd wordt als reden om vrouwen te verbieden om te spreken in de kerk (1 Timotheüs 2).

De zondeval begon met de vraag of God het wel echt zo gezegd had

We kunnen dat ”wegverklaren” door de Bijbel anders te gaan lezen dan er staat geschreven. Maar is die ”nieuwe hermeneutiek” feitelijk niet zo oud als het paradijs, waar de duivel en Eva zich afvroegen of God het allemaal wel werkelijk zo gezegd had? Indien ja, dan was het bedoeld om ons als mensen tegen te houden. Zo begon de zondeval.

Later in het Oude Testament zien we dat het met de eredienst dezelfde kant op kan gaan. Koning Jerobeam legde Gods voorschriften voor de verplichte eredienst in Jeruzalem (Deuteronomium 12, 1 Koningen 8) naast zich neer. Om politieke redenen. In plaats daarvan moest God gediend worden in Dan en Bethel. Dat laatste betekende letterlijk ”huis van God” en er was nog een mooie geestelijke ervaring van Jacob aan gekoppeld. Maar het was tegen Gods gebod.

We dienen zomaar God op onze eigen manier, met of zonder goede bedoelingen

Wie God gaat dienen op zijn eigen manier en niet volgens Zijn heilig Woord, komt via dit beginsel op een glijbaan terecht. Van het een komt dan het ander. Jerobeam overtrad het tweede gebod en maakte gouden kalveren (1 Koningen 12:28). Hij benoemde priesters die niet uit de stam van Levi waren (1 Koningen 12:31). Hij verschoof het Loofhuttenfeest naar de achtste maand, terwijl God de zevende bevolen had (1 Koningen 12:32). Als het bij het priesterschap niet meer uitmaakte wie het op zich nam, kon hij net zo goed zelf gaan offeren (1 Koningen 12:33). God dienen op onze eigen manier. Met of zonder goede bedoelingen, maar naar eigen inzicht en pragmatisch.

Het is best begrijpelijk dat dit juist in onze tijd ook een verzoeking is. Vanaf de zeventiende eeuw hebben wetenschap en samenleving afgerekend met een persoonlijke God Die bestaat en Die betrouwbaar communiceert. Ook het onderscheiden terrein van man en vrouw dat tot die tijd werd gehandhaafd, is ondergraven.

Geestelijke rol

In de Bijbel is dat geheel anders. Daar is de werkelijkheid een uitdrukking van Gods bedoelde scheppingsorde. Ook de zondeval heeft gevolgen voor de verhouding tussen man en vrouw in de samenleving. In het Oude Testament was een vrouwelijke priester ondenkbaar. De priesters en tempeldienaars moesten mannen zijn uit de stam van Levi (Exodus 28, Numeri 3). Dit werd herhaald toen de tempel na de ballingschap herbouwd werd (Ezechiël 44, Nehemia 7). De tempeldienst van de Levieten wijst heen naar het diakenambt in het Nieuwe Testament.

Zelfs Maria komt er niet aan te pas

In zowel het nieuwe als het oude verbond zijn man en vrouw gelijk wat betreft de toegang tot het heil. Maar de scheppingsorde blijft gelden bij de herschepping in Christus. En de gevolgen van de zondeval blijven tot de wederopstanding. Daarom kiest de Heere Jezus alleen mannelijke apostelen en zendelingen (Markus 3, Lukas 10). Zelfs Maria komt er niet aan te pas.

In één opzicht is het Nieuwe Testament nog veel beslissender in zijn benadering. Het zwijggebod en het verbod op leiding nemen worden niet alleen gefundeerd op de scheppingsorde en de zondeval (1 Timotheüs 2). In de vernieuwde scheppingsorde, die met de komst van de Heere Jezus is aangebroken, is Christus het hoofd van de man en de man het hoofd van de vrouw (1 Korinthe 11). De onderworpenheid van de vrouw aan de man hoort daar dus helemaal bij.

Bekleedt de vrouw niet dikwijls een ambt omdat mannen het erbij laten zitten en vrouwen wel verantwoordelijkheid nemen?

Dit alles doet niets af aan de geestelijke rol van de vrouw. Maria diende God als geen ander (Lukas 1:38). Febe was een dienares van de gemeente (Romeinen 16:1). Tryféna en Tryfósa werkten voor God (Romeinen 16:12). Euódia en Syntyche streden samen met Paulus voor het Evangelie (Filémon 4:2).

Mannenprobleem

Tot slot, wij mannen zijn deel van het probleem. Bekleedt de vrouw niet dikwijls een ambt doordat wij het erbij laten zitten en vrouwen wel verantwoordelijkheid nemen? Voldoen wij aan de Bijbelse eisen voor het ambt? Gaan wij onze kinderen voor of laten we onze vrouwen de geestelijke kar trekken die voor ons bedoeld is (Deuteronium 6)? Laten vaders zien dat ze uit genade leven en daarom ”het spijt me” of ”sorry, ik was verkeerd” durven te zeggen? Kernmerken onze kerkelijke vergaderingen zich door het apostolisch gebod: „Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde, met eer de een de ander voorgaande” (Romeinen 12:10)? We kunnen veel van vrouwen leren.

De auteur is theoloog en classicus, verbonden aan het Hersteld Hervormd Seminarium, Bijbels Beraad M/V en North-West University (Zuid-Afrika). Dit artikel is een samenvatting van zijn bijdrage aan het studium generale van de Theologische Universiteit Utrecht op 17 februari.

Populaire artikelen