OpinieWelbeschouwd

Wat is er nog meer nodig om het voorbeeld van Australië te volgen?

Hoeveel bewijs is er nog nodig om de wereld ervan te overtuigen dat sociale media schadelijk zijn voor jongeren? Twee jaar na zijn baanbrekende boek komt Jonathan Haidt met nieuwe argumenten.

Foto van een man van middelbare leeftijd, bril, haar in een slag, jasje.
Pieter Ariese. beeld RD

Baanbrekend was ”Generatie angststoornis” zeker. Sinds het boek in maart 2024 verscheen, zijn smartphones verbannen uit scholen, heeft Australië als eerste land een verbod op sociale media voor jongeren onder de 16 doorgevoerd en wordt het debat over de schadelijke impact van netwerken als TikTok, Instagram en Snapchat wereldwijd gevoerd.

In zijn boek betoogt de Amerikaanse sociaal psycholoog en hoogleraar dat de combinatie van smartphone en sociale media sinds 2010 zorgt voor een mentale crisis onder jongeren van epidemische omvang. Jongeren kampen volgens hem door het gebruik van deze netwerken met depressie, angst en concentratieproblemen.

Ouders en opvoeders slaakten een zucht van verlichting na alle publiciteit rondom Haidts boek. Eindelijk iemand die hen begreep, en die ook nog eens overtuigend aantoonde –in een boek vol alarmerende data en grafieken– wat er mis is met sociale media. Kennelijk zó overtuigend dat zelfs overheden het gebruik ervan onder jongeren actief willen inperken. Sinds december vorig jaar mogen jongeren in Australië zich pas registreren op netwerken als TikTok en Instagram als ze 16 zijn. Meerdere landen, ook Nederland, overwegen een soortgelijk verbod.

Toch kleeft er nog altijd iets van twijfel aan Haidt en zijn argumenten. Dat komt omdat zijn boek door ouders weliswaar werd omarmd, maar door meerdere wetenschappers –waaronder ook het Nederlandse Trimbos-instituut– flink werd bekritiseerd. Haidt zou met al zijn onderzoeken niet aantonen dat er een rechtstreeks, causaal verband bestaat tussen de mentale gezondheidscrisis onder jongeren en hun socialemediagebruik.

Haidt heeft nooit ontkend dat het ontwarren van correlatie en causaliteit een hardnekkige onderzoeksuitdaging is. Toch noemde hij al in 2023, vóór het verschijnen van zijn boek, het bewijs voor causaliteit behoorlijk sterk.

Om aan die discussie een definitief einde te maken, komt de psycholoog nu met nieuw onderzoek. In een artikel dat hij vorige week publiceerde, stelt Haidt dat er wel degelijk een causaal verband is tussen sociale media en de schade die kinderen door het gebruik ervan oplopen. Volgens hem gaat het daarbij niet alleen om angst of depressiviteitsklachten. Ja, de algoritmes die kwetsbare meisjes laten geloven dat ze te dik zijn, zijn zeker onderdeel van het probleem. Maar jongeren worden óók digitaal gepest en zijn regelmatig slachtoffer van seksuele intimidatie en afpersing. Ze worden geconfronteerd met porno en gewelddadige beelden. Ze worden verleid tot gokken en het gebruik van schadelijke middelen. Het is de héle omgeving, het totále product dat niet goed is voor jongeren, betoogt Haidt.

Het wrange is: techbedrijven als Meta, de maker van onder andere Instagram, wéten dat Haidt gelijk heeft

Een uitgebreide versie van zijn onderzoek verschijnt binnenkort als een onderdeel van het gezaghebbende World Happiness Report 2026. Daarin probeert Haidt samen met zijn co-auteur Zachary Rausch langs een zevental onderzoekslijnen te onderbouwen dat er overweldigend bewijs is dat sociale media op grote schaal schade toebrengen aan jongeren.

Het wrange is: techbedrijven als Meta, de maker van onder andere Instagram, wéten dat Haidt gelijk heeft. Uitgelekte interne onderzoeken –daarvan zijn er inmiddels tientallen– laten zien dat deze bedrijven zélf constateren en dus erkennen dat hun producten destructief zijn voor jonge mensen.

Dat roept de vraag op wat politici en beleidsmakers in Nederland nog méér nodig hebben om het voorbeeld van Australië zo snel mogelijk te volgen.

De auteur is adjunct-hoofdredacteur van het RD