Cultuur & boekenRecensie

Filosoof Henri Bergson wilde recht doen aan het echte leven

De Britse biograaf Emily Herring noemt Henri Bergson „de beroemdste filosoof ter wereld”. En daarmee overdrijft ze niet.

Bergson (1859-1941), die Joodse wortels had, trok met zijn colleges aan het fameuze Collège de France in Parijs steevast een groot aantal belangstellenden. De zin waarmee hij de colleges begon, had hij op een papiertje genoteerd; vervolgens sprak hij zonder enig hulpmiddel voor de vuist weg, hardop denkend.

Bergsons toehoorders waren diep onder de indruk van zijn manier van denken, die afweek van het in de filosofie heersende zuivere rationalisme. Hij stelde dat je met alleen logisch nadenken het echte leven niet kunt begrijpen; volgens hem was het minstens zo belangrijk om het leven van binnenuit te voelen en te ervaren. Hij boeide bovendien met een stijl van spreken die bijzonder dichterlijk was.

De filosofie bood Henri Bergson de mogelijkheid om naar de belangrijkste vraagstukken van het leven te kijken

Herring volgt nauwgezet het leven van de tengere, rossige schooljongen Henri Bergson, die al vroeg volwassener was dan zijn klasgenoten, die leerde te reflecteren op wat hij deed en zichzelf daarbij als denker vormde. De filosofie bood hem de mogelijkheid om naar de belangrijkste vraagstukken van het leven te kijken en over de wortels van de menselijke kennis na te denken.

De ziel

Bergson studeerde filosofie van de befaamde École normale supérieur in Parijs, een school die alleen de meest getalenteerde studenten toeliet. Hij behaalde er zijn onderwijsbevoegdheid en werd, na enkele omzwervingen, in 1900 hoogleraar algemene filosofie aan het Collège de France.

Als docent distantieerde Bergson zich van de Engelse filosoof Herbert Spencer, die met zijn sociaal darwinisme de evolutie van de mens dacht te kunnen beschrijven: „Bergson zou een van de belangrijkste spreekbuizen worden van degenen die het idee hadden dat (met de industriële ontwikkeling) de ziel uit de wereld was gerukt en dat kilheid en zinloosheid de overhand begonnen te krijgen”, schrijft Herring.

Bergsons vermaardheid bleef niet beperkt tot de elite-universiteiten van Parijs, ook buiten Frankrijk ontdekte men zijn nieuwe manier van denken. Met name in Engeland en in de Verenigde Staten trok hij de aandacht. Niet zonder forse tegenwind overigens, omdat de gevestigde filosofen zich aangevallen en onttroond voelden. De Brit Bertrand Russell, auteur van ”De geschiedenis van het westerse denken”, was een van Bergsons felste tegenstanders.

Intuïtie

Herring doet in haar biografie uitvoerig uit de doeken hoe groot de spanning was tussen de nieuwkomer Bergson en de vertegenwoordigers van de traditionele filosofie in Frankrijk en Engeland. Hij wilde de gangbare analyse van de wereld als een verzameling objecten ombuigen naar een andere vorm van kennis: intuïtie. Dat was tegen het zere been van de gevestigde filosofen.

Bergsons tegenstanders zeiden smalend dat zijn filosofie een wijsbegeerte voor vrouwen was

In het mijnenveld van de materialistische filosofie ging Bergson behoedzaam te werk. Met zijn ideeën (het „bergsonisme”) was hij niet uit op een openbaar gevecht, laat staan op een strijd op leven en dood. Op een beschaafde manier verdedigde hij zijn visie op het leven en zijn kritiek op de technologische ontwikkelingen die dat leven naar zijn mening in gevaar brachten. Voor die overtuiging oogstte hij veel waardering, vooral bij vrouwen. Bergsons tegenstanders zeiden daarom smalend dat zijn filosofie een wijsbegeerte voor vrouwen was.

Bergson had altijd een groepje vrienden om zich heen die hem verdedigden. Bovendien had hij het tij mee. Na de Eerste Wereldoorlog ontstonden nieuwe vragen over de mens, de zin van het bestaan, over natuur, arbeid, kapitaal en samenleving. Veel tijdgenoten verlangden naar de diepere betekenis en de samenhang van het leven. Ze zochten de taal achter het oppervlakkig verstandelijke begrip van het leven. Bij Bergson vonden zij de verwoording van hun verlangen naar zin.

Herring laat met veel bijzondere details zien dat Bergson over een grote innerlijke kracht moet hebben beschikt om de ingeslagen weg te vervolgen. De tegenkrachten waren dikwijls fors, maar Bergson bleef de wellevende denker die de ander eerder als opstapje naar betere inzichten en een beter bewustzijn beschouwde dan als vijanden die de guillotine verdienden.

Echte leven

Bergsons hele oeuvre gaat over het recht doen aan de echte tijd en aan het echte leven. Om zijn positie enigszins te begrijpen, is een korte blik op zijn belangrijkste werken nodig. Vanuit dat perspectief krijgt de gedetailleerde biografie van Herring het juiste reliëf.

De rode draad in Bergsons werk is zijn kijk op het leven als kracht die aan al het bestaande ten grondslag ligt. In zijn geschrift over het lachen (”Le Rire”) beschouwt hij het verstarren van het levende –het spontane, dat wat rechtstreeks uit het hart komt– als belangrijke bron van het lachen. Als iemand bijvoorbeeld struikelt, functioneert zijn lichaam even ”mechanisch” in plaats van soepel – en dat werkt op de lachspieren.

Mechanisch gedrag, dat vanbuiten wordt opgelegd en niet uit het innerlijk afkomstig is, is voor Bergson verraad van het leven. Daarom is ook de mechanische ordening van het leven, bijvoorbeeld door de klok die de tijd reguleert, in zijn ogen een ontkenning van het echte leven, het ”élan vital”. Hij wil recht doen aan de tijd als ”stroom” en ”duur”, aan Gods voortdurende schepping.

In ”Les deux sources de la morale en de la religion” (1932, ”De twee bronnen van de moraal en van de religie”) spreekt Bergson over de verhouding tussen de stuwkracht van het leven en God. Onder invloed van de apostel Paulus en van mystici als Teresa van Avila is Bergson tot het besef gekomen dat het onze bestemming als door God geschapen mensen is om lief te hebben en om voorwerp van liefde te zijn. De liefde is in zijn ogen de definitie van scheppende energie: God heeft ons tot aanzijn geroepen om scheppers te zijn, om Zijn liefde voor Zijn schepping in ons eigen leven werkzaam te laten zijn.

Nobelprijs

Mede door zijn heldere stijl van schrijven ontving Bergson in 1927 de Nobelprijs voor de Letteren. In zijn werk gebruikt hij voorbeelden uit het dagelijks leven die elk mens uit ervaring kent. Met aanschouwelijke beelden leidt Bergson de lezer naar vragen en gedachten die interessant zijn, maar die ook belangrijk zijn voor de zuiverheid van het denken en daarmee samenhangend: voor de morele juistheid van het menselijk handelen.

Herring vervalt niet in een houding van idolatrie jegens haar onderwerp. Ze waardeert de grote prestaties van Bergson, maar sluit haar ogen niet voor diens ijdelheid en zijn overdreven streven om namen van grote geleerden van Parijse universiteiten aan zich te verbinden. In de harde strijd om erkenning zocht hij naar medestanders en paste zich soms aan hun taal en denken aan, zonder zichzelf prijs te geven.

Bergson stierf aan een longontsteking die hij opliep toen hij zich in de snerpende vrieskou in Parijs als Jood liet registreren

Bergson slaagde er niet in om tegenwicht te bieden tegen de vernieuwende natuurkundige inzichten van Albert Einstein. Toen hij in 1941 stierf, was zijn roem al danig geslonken. Hij stierf aan een longontsteking die hij opliep toen hij de snerpende vrieskou in Parijs trotseerde om zich als Jood te laten registreren. De uitzonderingspostitie die hem door de Duitse bezetter van Parijs was aangeboden had hij welbewust afgewezen.

Emily Herring heeft een meesterlijke biografie van Henri Bergson geschreven; ze werkte er verschillende jaren aan. Deze boeiende, knap geschreven publicatie verrijkt onze kennis van een man die niet vergeten mag worden.

Boekomslag met zwart-wit foto van een man met snor en kalend hoofd. HIj houdt zijn rechterhand onder zijn hoofd en leunt op de goudgele letters van de boektitel.

Henri Bergson. Een biografie

Emily Herring,  vert. Henk Moerdijk.

uitg. Ten Have

352 blz.

€ 27,99