Eigen zonde, eigen schuld?
Kan iemand anders wel de straf voor onze zonden dragen?

Het is een heel begrijpelijke vraag. Als je straf verdient, kan een ander die toch niet voor je dragen? Zou dat bovendien niet onrechtvaardig zijn: als iemand die straf verdient ongestraft vrijuit gaat? En er komen nog meer vragen boven…
Als mensen zijn we toch zelf verantwoordelijk voor onze daden? Dat is in dit aardse bestaan zo en waarom zou dat tegenover God anders zijn? Op verschillende plaatsen in de Bijbel worden we er toch juist indringend op gewezen dat we eens voor Hem rekenschap moeten afleggen van wat we gedaan hebben, hetzij goed, hetzij kwaad?
Laten we eerst vaststellen dat hier een belangrijke Bijbelse waarheid aan de orde is, namelijk dat al onze daden inderdaad voor onze eigen rekening komen. En dat is dan ook de reden dat alle mensen zonder uitzondering diep schuldig voor God staan: we zijn allemaal zondaren, die de schuld voor God zelfs elke dag groter maken. En bedenk wat dit betekent: als niemand anders die straf kan dragen, zijn alle mensen verloren en gaan alle mensen verloren. Aangrijpend! Als het aan onszelf ligt, zijn we als zondaren echt reddeloos verloren.
Er is inderdaad niemand die de schuld van onze zonden kan dragen, behalve Een
Genoeg?
Daarom is het ook niets minder dan een wonder dat het wél kan! God heeft mogelijk gemaakt wat onmogelijk is. Wij mensen staan bij Hem in de schuld. Maar Hij heeft Zelf gezorgd voor een offer voor de zonde waar Hij tevreden mee is. Daar moet je goed op letten. Het gaat van God uit. Hij is de Enige Die kan voorzien in dat offer; wonderlijk genoeg wilde Hij er ook genadig in voorzien.
Maar volgens mij moeten we nog iets bedenken. Namelijk dat Hij ook de Enige is Die kan bepalen dat iemand anders voor ons betaalt. We staan namelijk bij Hem in de schuld. Hij alleen kan bepalen wat genoeg is om de schuld weg te doen, zonder afbreuk te doen aan Zijn recht. Nog anders gezegd: het is aan Hem om te bepalen wie of wat de straf voldoet.
Tevreden?
Denk eens aan de gedachtegang van zondag 5 van de catechismus. Allereerst wordt vastgesteld dat onze zonden de zwaarste straf verdienen. En verder dat er alleen sprake kan zijn van vrede met God als deze straf voldaan is. God kan niet over de schuld heen stappen. Hij is immers volkomen rechtvaardig.
Vervolgens belijdt de catechismus dat we zelf de straf nooit kunnen voldoen. Als we eerlijk zijn, is het nog anders: we maken de schuld juist elke dag groter! En –let wel– een ander schepsel kan onze schuld niet overnemen: God wil „aan geen ander schepsel de schuld straffen, die de mens gemaakt heeft”.
Zondag 6 trekt de lijn door: de mens heeft gezondigd, dus de mens moet ook betalen. En er zou ook geen schepsel te vinden zijn dat deze straf zou kunnen dragen. En daar raken we aan het wonder: God gaf Zijn Zoon, de Heere Jezus, om echt mens te worden en zo de straf te dragen. Dit offer van Christus, waar God Zelf voor zorgt, is genoeg. Hij is tevreden met het Lam!
Maar… is ons hart dat ook? Of denk je zelf de schuld af te kunnen lossen? Misschien een stukje? Of voor een heel klein beetje? Dat willen we zo graag, toch? Onszelf verlossen, onszelf waardig maken voor God of voor Gods genade.

Overgeven
Maar je moet echt leren dat alléén het Lam voldoet! Gods Geest laat het je zien, samen met dat Hij je ook jezelf laat zien: een zondaar, van wie niets goeds voor God te verwachten is. Wat dat betreft, is de vraag die dit keer voorligt er zeker een op het scherp van de Bijbelse snede. Ik bedoel: wie deze Christus niet door een waar geloof omhelst, maar in ongeloof doorzet, zal inderdaad zelf de straf dragen. Het is wel een eeuwige straf. Ondraaglijk.
En wie in die diepte blikt, is alleen maar verwonderd dat de Heere –tegen alle onmogelijkheden in!– toch voorzien heeft in een Ander. Eigenlijk kan dat niet, want nergens in de wereld of onder de mensen is zo iemand te vinden. Maar de Heere ontsloot Zijn hart, ontsloot de hemel en voorzag in het offer. Zijn Naam is niet voor niets Wonderlijk…
Wij verdienen straf, maar in Jezus geeft God Zelf redding
En wij hebben dat absoluut niet verdiend. Wij verdienen de straf. Bovendien heeft niemand de Heere om deze Verlosser gevraagd; niemand zat op Hem te wachten. Integendeel. En toch. In Zijn onpeilbare genade schonk God Zijn Zoon. In Christus geeft Hij verlossing, in Hem is er toch redding.
Hoe? Als ik mijn verdiende straf mag overgeven aan Jezus, het Lam op Wie God genadig mijn zonde legt. Als we inzien en toegeven dat we inderdaad schuldig zijn en straf verdienen. Ik denk aan de diepe manier waarop McCheyne daar stem aan heeft gegeven:
Toen vluchtte ik tot Jezus! Hij heeft mij gered;
Hij heeft mij verlost van het vonnis der wet.
Mijn heil en mijn vrede en mijn leven werd Hij.
Ik boog me, en geloofde, en mijn God sprak mij vrij.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Wat zeg je dan?







