OpinieCommentaar

Laat DigiD in Nederlandse handen blijven

Een wereldwijde aanpak was jarenlang het succes van de automatisering. Globalisering was het toverwoord. Totdat we in de gaten kregen dat veel van onze systemen uit de Verenigde Staten, China en India komen. En dat Europa achterblijft.

Groepje mannen en vrouw in nette kleding overleggen met elkaar. 
Onderonsje tijdens de hoorzitting in Tweede Kamer over DigiD, met zowel Kamerleden als vertegenwoordigers van het bedrijf Kyndryl. beeld ANP, Remko de Waal

DigiD biedt ons een digitale handtekening waarmee we online allerlei zeer persoonlijke gegevens kunnen beheren. Miljoenen Nederlanders vullen hiermee hun belastingaangifte in en slaan er hun medische gegevens mee op.

In de Tweede Kamer is de afgelopen maanden een paar keer gesproken over DigiD. Het systeem zelf is eigendom van de overheid. Maar het commerciële automatiseringsbedrijf Solvinity zorgt ervoor dat DigiD in de lucht blijft. En daar zit nu het probleem: Solvinity dreigt te worden overgenomen door Kyndryl, een Nederlands bedrijf dat een Amerikaanse eigenaar heeft.

Van de techbedrijven nu even een sprongetje naar de geopolitiek: in diezelfde tijd dat de Kamer sprak over DigiD, zette de Amerikaanse president Donald Trump Europa onder druk over Groenland. Dat kwam niet diplomatiek en vertrouwenwekkend over. Eerder dominant en intimiderend. Wat je ook van Trump vindt, duidelijk is dat in Europa het vertrouwen in de Verenigde Staten als langdurige bondgenoot schrikbarend snel is gedaald.

De discussie over DigiD komt daarom niet op zo’n handig moment. Vandaag klinkt de vraag: wie wil er nu dat zijn belastingopgave vanuit Amerika is in te zien? En mag Trump weten welke medicijnen je moeder gebruikt?

Willen we dat ons belastingformulier in het Witte Huis te lezen is?

Is dat inzien dan mogelijk? Dat gaat niet vanzelf. De Amerikaanse Cloud Act uit 2018 biedt justitie de mogelijkheid om met een gerechtelijk bevel gegevens op te vragen. In een recent interview zei de directeur van Microsoft Nederland dat van de 28.000 inzageverzoeken uit de tweede helft van 2024, er 15.000 van justitie in Europa kwamen. Dit laat zien dat zulke verzoeken niet zeldzaam zijn; het zijn er tienduizenden per jaar. Maar het laat ook zien dat Europese rechtshandhavers net zo graag meekijken.

Zolang deze verzoeken alleen kinderporno en drugshandel betreffen, zal de Kamer zich geen zorgen maken. Maar waarschijnlijk gaat het om meer. Bovendien: nu landen eenmaal wetten hebben om toegang te vragen, kunnen die wetten worden verruimd.

Hier en daar bestaat de angst dat het Witte Huis straks ons DigiD-systeem platlegt. Dat is natuurlijk een extreem scenario. Net als de Europese landen vormen de VS een rechtsstaat. Je kunt daar niet zomaar alles doen.

Achter zulke vragen schuilt een groeiende reserve richting de Verenigde Staten. In Nederland en elders in Europa bestaat een sluimerend anti-Amerikanisme, vooral bij progressieve groepen. Onder rechtse presidenten als Bush en Trump laait dat vuur weer op. Daarin moeten we ons wel matigen.

Intussen blijft het woord globalisering een krachtig begrip. Maar als we zuinig zijn op ons belastingformulier, is het wellicht beter dat de sleutel daartoe in Nederlandse handen blijft.

Het commentaar vertolkt de mening van het Reformatorisch Dagblad en is geschreven door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.