„Authentieke en humoristische” John Newton 300 jaar geleden geboren
Een groot theoloog kan hij niet genoemd worden, maar drie eeuwen na zijn geboorte weet John Newton nog altijd mensen aan te spreken. Hoe dat kan? Zijn motto –„Niemand dan Jezus”– biedt een verklaring.

Levensverhaal
John Newton werd geboren op 24 juli 1725 in het Engelse Wapping. Al op zesjarige leeftijd verloor hij zijn moeder. Zijn vader, een zeekapitein, nam hem vervolgens mee de scheepvaart in, waar Newton zelf uiteindelijk ook werkzaam werd.
Nationale bekendheid verwierf Newton in 1764, toen zijn bekeringsgeschiedenis in veertien brieven gepubliceerd werd. Nog voor het einde van de achttiende eeuw werden de brieven negen keer herdrukt.
Het is dan ook een levensverhaal dat tot de verbeelding spreekt: een man die christelijk is opgevoed maar een losbandig leven leidt, tot hij op een schip in een zware storm terechtkomt. Hij roept vervolgens wanhopig tot God, Die hem redt. Na die gebeurtenis gooit hij het roer van zijn leven drastisch om.
Newtons bekeringsverhaal spreekt tot de verbeelding
Zelf geeft Newton aan dat deze levensveranderende gebeurtenis op het schip Greyhound in 1748 hem niet direct een gelovige gemaakt heeft. Een jaar later schrijft hij dat het wonder dat hem was overkomen, ertoe had moeten leiden dat hij zich met zijn hele hart aan God overgaf. Dat was volgens hem toen echter nog niet het geval. Hij dateert het moment dat hij in Christus ging geloven twee tot drie jaar na de storm.
Dat Newton besloot zijn levensverhaal op papier te zetten, kwam doordat hij na zijn bekering predikant wilde worden, maar dat werd hem geweigerd. Om zich toch nuttig te maken, schreef hij in acht brieven over zijn leven. Deze brieven kwamen in handen van Lord Dartmouth, een jonge edelman, die er vervolgens voor zorgde dat Newton toch aan het werk kon als predikant, in Olney.
Newton diende de gemeente van Olney 16 jaar. In 1779 vertrok hij naar Londen, waar hij in 1806 zijn laatste preek hield. Op 21 december 1807 overleed hij.
Naast zijn levensverhaal en de brieven, preken en gezangen die Newton naliet, werd hij ook bekend als de predikant die betrokken was bij slavenhandel, maar uiteindelijk pleitte voor afschaffing ervan.
Invloed
Dat Newton ook drie eeuwen na zijn geboorte nog wereldwijde invloed heeft, is niet te danken aan baanbrekende theologische inzichten. Toch onderscheidde hij zich, schrijft Tony Reinke in ”Newton over het christelijke leven”. Dat deed hij volgens Reinke vooral door in al zijn geschriften en gezangen consequent terug te verwijzen naar Christus. Newton laat christenen niet verdwalen in dogmatische discussies, maar moedigt hen op pastorale wijze aan tot een christelijk leven vanuit de volheid van hun Zaligmaker.
Die gerichtheid op Christus was ook de houding die Newton tijdens zijn leven aannam. ”None but Jesus”, ”Niemand dan Jezus”, was zijn levensmotto. „Mijn geheugen is bijna verdwenen, maar ik herinner me twee dingen: dat ik een grote zondaar ben en dat Christus een grote Zaligmaker is”, waren de laatste woorden die Newton voor zijn overlijden uitsprak, aldus Reinke.

Brieven
De preken en brieven die John Newton naliet, kenmerken zich door een pastorale, bevindelijke toon. Steeds weer wijst de Engelse prediker zijn publiek terug naar de Persoon van Christus.
Een verklaring voor zijn grote pastorale kracht is het feit dat Newton ieder mens als een individu zag, schrijft Iain H. Murray in zijn hoofdstuk over Newton in het boek ”Heroes” (helden). Hij scheepte mensen niet af met een algemeen antwoord, maar voorzag hen van adviezen die pasten bij hun vragen en omstandigheden.

Daarbij legde Newton steevast de nadruk op een heilig leven in Christus. Een volwassen christen is volgens hem iemand die een nederige houding heeft en zich volledig afhankelijk weet van Christus. Zelf beleed Newton dat hij zo ver niet gekomen was.
Newton correspondeerde met zowel theologen als gewone gemeenteleden. Bekend zijn de brieven die hij stuurde naar zijn nichtje en pleegdochter Betsy. Zijn betrokken toon komt in deze briefwisseling sterk naar voren.
„Mijn lieve kind”, schrijft Newton in 1781 aan Betsy. „Hij heeft beloofd dat Hij geenszins zal uitwerpen wie tot Hem komt. Ga zelf naar Hem toe. Hoewel je Hem niet kunt zien is het genoeg dat Hij jou ziet en hoort. Zeg Hem dat je hoort en gelooft dat Hij een Zaligmaker van velen is en smeek Hem of Hij ook jouw Zaligmaker wil zijn.”
Newton gebruikt in zijn brieven aansprekende beelden om zijn adviezen kracht bij te zetten. In 1776 schrijft hij aan een vrouw die met beproevingen te maken heeft: „Vrees niet: geloof alleen, wacht en bidt. Verwacht niet alles in een keer. Een christen groeit niet zo snel als een paddenstoel, maar eerder als een eik waarvan de voortgang nauwelijks zichtbaar is, maar die uitgroeit tot een diepgewortelde boom.”
Gezangen
De meeste bekendheid verwierf John Newton niet met zijn preken of brieven, maar met zijn gezangen. In Olney, de plek waar Newton 16 jaar predikant was, dichtte hij samen met William Cowper zo’n 348 gezangen. Ze zijn bewaard gebleven als de ”Olney Hymns”.
Zijn bekendste lied, ”Amazing Grace”, kan door een groot deel van de wereldbevolking meegezongen worden. In zijn gezangen beschrijft Newton het leven van een christen, gekenmerkt door zijn eigen onvermogen en Christus’ volheid.
Onderstaand lied is een van deze Olney Hymns. Het origineel is te vinden in deel III. De vertaalde versie kan gezongen worden op de melodie van Psalm 119.
Het Evangeliewoord verkondigt rust.
Mijn ziel, hoop op die woorden van genade.
In mensen zoals u vindt Jezus lust.
’t Is waar dat ik niets heb dan slechte daden;
mijn goed is vuil. Ik ben mij slechts bewust
dat ik vermoeid, ontrust ben en beladen.Ik ben beladen met een zondelast,
geplaagd door veel vertwijfelde gedachten.
Door zorg en kruisen word ik steeds verrast.
Ik zink elk uur, want ik verlies mijn krachten.
Op heel de aarde is er, meen ik vast,
geen mens met meer vermoeidheid te verwachten.Zoals de duif de ark is ingevlucht
om daar een rustplaats voor haar voet te vinden–
zo is het dat mijn ziel naar Christus zucht,
geteisterd en geschud door felle winden.
Terwijl het water stijgt, bij donk’re lucht,
zoek ik mij veilig aan Hem te verbinden.Aan Uw hart rust ik veilig, ongestoord.
Hoe is mijn last verruild voor vreugdezangen.
U kunt vertroosten, naar ik had gehoord.
U die Hem zoekt, vermoeid en met verlangen,
vlucht naar de Ark, hoor ’t Evangeliewoord!
Weet: Jezus zal u allen graag ontvangen.
Waardering
John Newton was pastoraal, bevindelijk en vriendelijk, maar had tegelijk een scherpe pen. Dat waarderen dr. P. de Vries (Hersteld Hervormde Kerk) en ds. O.M. van der Tang (Gereformeerde Gemeenten in Nederland) in de Engelse prediker.
Als er in Nederland een boek met preken of brieven van John Newton verschijnt, is de kans groot dat de uitgave ook een inleiding of voorwoord van de hand van dr. De Vries bevat. De emeritus predikant maakte al jong in zijn leven kennis met Newton. Hij roemt hem vanwege zijn vriendelijkheid en de manier waarop hij het Evangelie presenteert.

„In zijn gezangen weet Newton de inhoud van een complete preek kernachtig samen te vatten”, verklaart dr. De Vries zijn bewondering voor Newton. „Ook zijn brieven zijn ontroerend. In een paar pagina’s geeft Newton daarin zijn gedachten over een bepaald thema weer. Of het nu gaat om een vraag over geloofszekerheid of de roeping tot het ambt, Newton heeft overal een pastoraal antwoord op.”
Op de vraag wat hij als theoloog van Newton leerde, antwoordt dr. De Vries aarzelend. „Voordat ik Newton ging lezen, had ik al kennisgemaakt met andere theologen als Calvijn, Luther en diverse puriteinen. Bij Newton vond ik daardoor vooral terug wat ik al gelezen had. Overigens heeft hij ook nooit de pretentie gehad om een groot theoloog te zijn. Newton was vooral praktisch en pastoraal ingesteld, al studeerde hij ook veel.”
Het inspireert dr. De Vries dat Newton aan discussies over de inhoud van de Bijbel altijd een persoonlijke wending wist te geven. „Newton verkoos het bevindelijk calvinisme boven het filosofische. Als een discussie geen persoonlijk gesprek werd, bleef het steken bij een filosofisch calvinisme. Daar hield Newton niet van. Voor hem is iedereen die zich calvinist noemt, maar niet bevindelijk weet wat genade is, een filosofische calvinist.”
Newton wist zich in zijn preken en brieven altijd te beperken tot de kern van het Evangelie, stelt dr. De Vries. „Hij liet zich niet afleiden door randzaken. Daardoor had hij ook zo’n goede verstandhouding met christenen uit allerlei uiteenlopende richtingen.”
Boekenverzameling
Dat Newton diverse groepen mensen wist aan te spreken, merkte ook ds. Van der Tang. Toen zijn moeder 80 jaar oud werd, gaf ze al haar –kerkelijke en onkerkelijke– broers en zussen de veertien brieven waarin Newton zijn bekeringsgeschiedenis beschrijft. Daarnaast bezit ds. Van der Tang de boekenverzameling van ds. F. Mallan, waarbij enkele oude uitgaven van Newtons brieven uit 1856 en 1857 horen.

„Newton schrijft toegankelijk en aansprekend, maar met een scherpe pen”, aldus ds. Van der Tang. „Hij is authentiek en gebruikt humor. Tegelijk hebben zijn brieven een bijzonder geestelijke inhoud. Dat maakte dat ze ds. Mallan aanspraken en tegelijk ook geschikt waren voor mijn moeder om uit te delen aan mensen die van God en Zijn dienst niet meer willen weten.”
Zelf leerde de predikant vooral van de brieven die Newton aan John Ryland jr. schreef. „Dat waren beschamende lessen. Newton bestraft Ryland vanwege zijn jeugdige vuur en gebrek aan bezonnenheid. Daar voelde ik me ook door aangesproken.”
Ds. Van der Tang benadrukt ook de kerkhistorische waarde van Newtons brieven. „Zijn contacten waren heel breed. Daardoor geven zijn brieven een goed beeld van de kerkgeschiedenis in die tijd. Zo laat Newton zich –enigszins tot mijn teleurstelling– bijvoorbeeld kritisch uit over William Huntington. Als je dat soort conflicten tegenkomt, realiseer je je weer dat je niet alle Engelse schrijvers of puriteinen onder een noemer kunt vangen, zoals wij vaak doen.”
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Kerkgeschiedenis








