Kerk & religieOp kerkenpad

Synode van 1618-1619 is op kerkhistorische wandeling door Dordt nooit ver weg

Het gebouw waarin de Dordtse Synode werd gehouden, bestaat niet meer. Toch herinnert er in Dordt nog heel wat aan deze beroemde kerkvergadering, blijkt op een rondwandeling door de oudste stad van Holland.

Gids Arie Nelemans wijst op een opmerkelijke muurschildering in de Grote Kerk in Dordrecht. beeld Dirk Hol

Peinzend kijkt hij naar de voorgevel van het voormalige zaalkerkje, gebouwd in 1885. „Hier ben ik gedoopt en heb ik belijdenis gedaan. Helaas is het nu geen kerk meer. De gemeente Dordrecht gebruikt het voor culturele doeleinden”, zegt Dordtenaar Arie Nelemans (65).

Kerkgebouw van de voormalige vrije oud gereformeerde gemeente in Dordrecht. beeld RD

Het gebouw was tot 1989 in gebruik bij de (vrije) oud gereformeerde gemeente, laatstelijk gediend door ds. B. Jongejan. „Na zijn vrij plotselinge overlijden bleek het niet meer mogelijk de zeer kleine gemeente in stand te houden. Diverse gezinnen, ook ikzelf, sloten zich toen aan bij de Nederlandse Hervormde Kerk.”

Het is vooral die laatste kerk, en de wat oudere kerkgeschiedenis, die centraal staat tijdens kerkhistorische rondleidingen die Nelemans, werkzaam in de maritieme sector, in Dordrecht verzorgt. De amateurhistoricus, die diverse boeken schreef, vraagt voor het rondleiden van groepen geïnteresseerden geen honorarium. „Ik houd altijd wel een collecte, voor de Stichting Vrienden van Heidelberg en Dordrecht.”

Het houden van deze rondleidingen heeft hij, op diens verzoek, overgenomen van J.J. Rietveld. „In Middelburg verzorgt P.C. Beeke een vergelijkbare kerkhistorische rondleiding, eveneens ten behoeve van Vrienden van Heidelberg en Dordrecht.”

Arie Nelemans vertelt enthousiast over de kerkgeschiedenis van Dordrecht. Op de achtergrond de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk. beeld Dirk Hol

Imposant

Startpunt van Nelemans’ wandeling is de imposant boven de stad uitrijzende Grote Kerk. Over het interieur kan hij uren vertellen. „Hier zie je het achttiende-eeuwse gouden avondmaalsservies. Dat is bij mijn weten tot in de jaren zestig in deze kerk gebruikt. Tegenwoordig zit het achter gepantserd glas. De kan is destijds aan de kerk geschonken door apotheker Coddeus, het andere deel van het servies door Diodati, een nazaat van een Geneefse afgevaardigde naar de Dordtse Synode.”

Die beroemde Nationale Synode van 1618-1619, waarin de leer van de remonstranten werd veroordeeld en de Dordtse Leerregels werden opgesteld, komt tijdens de rondleiding herhaaldelijk ter sprake. „Kijk, deze maquette geeft er een mooi beeld van. De afgevaardigden uit Engeland zitten rechts achterin. Die werden zo belangrijk geacht dat ze onder een luifel mochten zitten.”

De openingsbijeenkomst werd hier, in de Grote Kerk gehouden. „Daarna vergaderde men in de Kloveniersdoelen, een gebouw dat in de negentiende eeuw helaas is afgebroken.”

In de Grote Kerk bevindt zich ook de grafkapel van de bekende familie De Witt. „Jacob de Witt, regent en burgemeester van Dordrecht, was tresaurier –zeg maar: penningmeester– van de Dordtse Synode, die haar begroting van rond een ton ruim overschreed. Hij ligt hier begraven. Zijn zoons, Johan en Cornelis, werden later, in 1572, in Den Haag bruut vermoord. Een aantal jaar geleden is hier, in dit graf, onderzoek gedaan. Men vond toen een skelet dat op een vreemde wijze beschadigd en samengeperst was. Misschien waren dat de overblijfselen van een van de zoons.”

Schoenmakersgilde

Met gezwinde spoed loopt Nelemans door het godshuis, hier en daar aandacht vragend voor opmerkelijke details. Alleen de grafzerken al geven volop aanleiding tot verhalen. „Dit hier was de hoek van het schoenmakersgilde. Dat laat zien dat het niet helemaal klopt dat je alleen als je heel rijk was in de kerk begraven kon worden. Dat kon ook als je lid was van sommige gilden.”

Doorgaans waren het echter wel degelijk de ‘rijke stinkerds’ die zich een graf, inclusief dure grafsteen, in de kerk konden veroorloven. „Daar komt ook het gebruik vandaan om in de kerk pepermuntjes te eten. Die snoepjes waren in vorige eeuwen nog krachtiger van geur en smaak dan nu. Met als functie de doodsgeur van de lijken enigszins te bestrijden.”

Grafstenen kennen voor de amateurhistoricus weinig of geen geheimen. „Zie je deze hier? Met die palmtakken erop? Dat betekent dat degene die hier begraven ligt, in het Heilige Land is geweest.”

Wapenschilden

Bij bijna alle grafstenen in de kerk zijn in de tijd van de Franse Revolutie de adellijke wapenschilden weggebeiteld. „Maar bij deze prachtige zerk, vol met heraldiek, niet. De familie heeft de steen op tijd om laten keren. En hem daarna, toen de rust was weergekeerd, weer met de goede kant boven gelegd.”

Vergeet verder in de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk de ramen niet. Nelemans wijst op een groot gebrandschilderd raam. „Hierop zie je Willem van Oranje –ja, ook hij heeft deze kerk bezocht– die deelneemt aan het Heilig Avondmaal: een duidelijke keus van de prins voor het calvinisme. Op ditzelfde raam zie je de Nationale Synode afgebeeld. En ook een Statenbijbel, die er in 1637 is gekomen mede als gevolg van de Dordtse Synode.”

De voormalige Waalse kerk in Dordrecht. beeld Dirk Hol

Na de bezichtiging van de Grote Kerk loodst Nelemans zijn bezoek door de straten en stegen van de oudste stad van Holland. Doel: de eveneens indrukwekkende Augustijnenkerk. Ondertussen wijst hij op andere bezienswaardigheden: „Dat daar is de oude Waalse kerk. Die is nog een tijd lang gebruikt door de gereformeerde gemeente in Nederland. Nu huist er het reisbureau Travel Store.”

Veel jeugd

De Augustijnenkerk is als kerk nog volop in gebruik. „Hier is elke zondag dienst. De kerk wordt ’s ochtends gebruikt door wijkgemeente twee, die van de Gereformeerde Bond, waartoe ook mijn vrouw en ik behoren. Het gebouw zit elke zondag vol en er is veel jeugd.”

Het eeuwenoude godshuis behoorde in de jaren 1293 tot 1572 tot het Augustijnenklooster. „Op 25 juli 1572 werd hier de eerste hervormde kerkdienst van Dordrecht belegd.”

„Onze predikant staat ’s zondags op de preekstoel waarop vermoedelijk Bogerman ooit stond”

Arie Nelemans, gids

In deze kerk liggen ook vier deelnemers aan de Dordtse Synode begraven die in dat betreffende vergaderjaar zijn overleden: de predikanten Hendrick van Hell, Johann Bisterfeld en Marcus Stapfer en ouderling Lambertus Canter. Een kleine gedenkplaat op de vloer van de kerk herinnert aan dit viertal.

De gids wijst op de relatief eenvoudige en strak gebouwde houten preekstoel. „Dit is een van de oudste kansels van Nederland. Hij stond eerst in de Grote Kerk, maar is in 1594 overgeplaatst naar de Augustijnenkerk. Dus onze predikant, ds. A.J. van den Herik, staat ’s zondags op de preekstoel waarop vermoedelijk ook mannen als Johannes Bogerman en Balthasar Lydius predicaties hebben gehouden.”

Gestalde rijwielen

Eveneens boeiend om te zien: in een met een deur afgesloten kapel bevindt zich een zestiende-eeuws altaarstuk getiteld ”Ecce Homo”. „Het heeft oorspronkelijk hier in deze kerk gestaan, maar is later in een Pools museum terechtgekomen. Nu is een kopie ervan weer in deze kapel geplaatst.” Vitrinekasten in diezelfde kapel bevatten onder meer de catechismusverklaring van Bernardus Smijtegelt en de intredepreek van Johannes d’Outrein in Dordrecht. En een houten bord dat vroeger aan de buitenkant van de kerk was bevestigd: ”De Ned. Hervormde Gemeente aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor hier gestalde rijwielen”.

Wat Nelemans op zijn kerkhistorische wandeling meestal niet doet, maar op deze vrijdagmiddag in juli wel, is een uitstapje maken naar de zogeheten Nieuwkerk. Deze uit 1175 stammende kerk, die in 1567 door een brand werd verwoest, maar daarna weer herbouwd is, is tegenwoordig eigendom van ”Pieters, keuken, koken & wonen”.

Nelemans, die de eigenaar van het bedrijf kent, stapt er naar binnen en wijst op een plekje op de vloer, tussen de bankstellen en woonaccessoires. Je kunt het opschrift op de grafsteen nog net lezen: ”Johannes Eusebius Voet, een van de auteurs van de psalmberijming van 1773”.