Afgewezen asielzoeker start bedrijf na terugkeer naar Guinee

Uitgeprocedeerde asielzoekers
Fanusa Camara met zijn vrouw Aminata en hun dochtertje Tjaarke op bezoek bij het echtpaar Eising. „Zonder hun hulp zou ik het niet hebben gered”, zegt de voormalige asielzoeker die terugkeerde naar Guinee. Foto RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt
3

In de tijd dat hij illegaal in Nederland verblijft, verliest hij alle hoop op een goede toekomst. Na diverse periodes van vreemdelingendetentie keert Fanusa Camara uiteindelijk toch terug naar Guinee. Met steun van een Nederlands echtpaar bouwt de uitgeprocedeerde asielzoeker een nieuw bestaan op in zijn geboorteland.

De datum van 2 januari 2008 staat in zijn geheugen gegrift. Bijna acht jaar nadat Fanusa als alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) in Nederland aankwam, stapt hij die dag op het vliegtuig voor een enkele reis Guinee. Terug naar het land waar hij op jonge leeftijd zijn ouders verloor door een auto-ongeluk.

Nu is Fanusa (28) voor het eerst terug in Nederland. Hij logeert met zijn vrouw en hun 1-jarige dochtertje bij Tjaarke en Lourens Eising in Heerde, die veel voor hem betekenen. Op de bank in de woonkamer vertelt hij over zijn jeugd in een buitenwijk van Conakry, de hoofdstad van het West-Afrikaanse Guinee. „Mijn vader was taxichauffeur. Hij deed alles voor me. We waren vrienden.”

Als Fanusa 12 jaar is, verongelukken zijn ouders. Hij trekt in bij een oom. „Die behandelde me niet goed. Daarom liep ik weg. Een paar jaar zwierf ik met vrienden op straat. We bedelden en sliepen buiten.”

De jongens horen verhalen van landgenoten die naar Europa trekken om een nieuw bestaan op te bouwen. Samen met anderen verlaat ook Fanusa zijn land. In 2000 komt hij, 15 jaar jong, in Nederland aan. Tot zijn achttiende mag hij hier blijven. Hij woont eerst een periode in asielzoekerscentra in Ter Apel en Zwolle, later in een opvanghuis voor amv’s.

Als de asielaanvraag van Fanusa op zijn achttiende opnieuw wordt beoordeeld, wordt deze afgewezen. „Ik had intussen een uitkering, huurde een kamer in Almere en ging naar het roc in Hilversum. Maar ik zat altijd in onzekerheid.” Wanneer hij in 2005 uitgeprocedeerd raakt, kiest Fanusa voor een leven in de illegaliteit. „De ene keer sliep ik buiten, een andere keer op een station.” Terugkeer naar Guinee ziet hij niet zitten. „Ik was bijna zes jaar hier. In Guinee had ik geen ouders en geen onderdak.”

Generaal pardon

In 2007 krijgt Fanusa onderdak bij een stichting voor uitgeprocedeerde asielzoekers in Heerde, waar hij Tjaarke Eising leert kennen. Hij verwacht in aanmerking te komen voor een generaal pardon voor asielzoekers die meer dan vijf jaar in Nederland zijn, maar valt buiten de boot. Reden hiervoor is dat hij nadat hij uitgeprocedeerd raakte, in België asiel heeft aangevraagd. Dat land stuurde hem echter naar Nederland terug.

Er volgen diverse perioden van vreemdelingendetentie en tweemaal zet Nederland Fanusa uit naar België. Alle deuren voor een verblijf in Europa vallen in het slot. Na gesprekken met het echtpaar Eising besluit Fanusa uiteindelijk te vertrekken naar Guinee. „Ik wilde alleen terug als ik onderdak en werk zou hebben. Tjaarke en Lourens hielpen me daarbij. Ze kochten een stuk grond waarop ik een huis kon bouwen en lieten een Volkswagenbusje naar Guinee transporteren, zodat ik als taxichauffeur aan de slag kon.”

Begin 2008 zwaait het echtpaar –Fanusa ziet hen als zijn ouders– hem uit op het vliegveld in Brussel. Na aankomst op de luchthaven in Conakry slaat de twijfel toe. „De Internationale Organisatie voor Migratie had gezegd dat iemand me zou opwachten. Midden in de nacht kwam ik aan. Mijn bagage was deels verdwenen en er stond niemand. Ik vroeg me af: Wat heb ik gedaan? Heb ik de goede keus gemaakt, of was het een grote fout?”

Uiteindelijk wordt hij zoals afgesproken opgehaald door de broer van een vriend uit Nederland. Bij diens moeder kan Fanusa tijdelijk een kamer huren. „De eerste weken waren heel moeilijk, maar Tjaarke en Lourens bleven me steunen. Ze belden me iedere dag.” Geëmotioneerd: „Zonder hun hulp zou ik het niet hebben gered. Dan gaat het niet alleen om het geld, maar vooral om de morele ondersteuning.”

Bruiloft

In een buitenwijk van Conakry gaat Fanusa aan de slag met de bouw van een huis op zijn lap grond. In zijn werk als chauffeur stuit hij op problemen, omdat het busje geregeld kapotgaat en hij moeilijk aan nieuwe onderdelen kan komen. Hij besluit het over een andere boeg te gooien. „Ik huurde een ruimte en begon een handeltje. Tjaarke en Lourens sturen regelmatig per container goede tweedehandsspullen, zoals televisies, kleren en autobanden. Die verkoop ik. Dat loopt goed. Ik kan er nu van leven.”

Fanusa leert Aminata kennen, met wie hij in 2011 trouwt. Tjaarke Eising, die hem elk jaar enkele weken bezoekt, is getuige op de bruiloft; haar man kan om gezondheidsredenen niet komen. Wanneer het jonge stel een dochter krijgt, vernoemt Fanusa hem naar zijn Nederlandse ‘moeder’: Tjaarke. „Als moslim moet ik mijn kind een islamitische naam geven, maar zij heeft zo veel voor mij gedaan. Zij verdient dit.”

Fanusa is blij dat hij nu, na ruim zes jaar, Lourens weer kan ontmoeten. „Half mei kwam ik hier aan. Eindelijk kon ik Lourens in de ogen kijken en zeggen: „Bedankt voor alles wat jullie voor me hebben gedaan.” Het is goed om hem niet alleen via Skype te spreken, maar nu hier een paar weken te zijn.”

Gezondheidscentrum

Fanusa zit nog vol plannen. Hij heeft zijn woning uitgebouwd en is samen met een huisarts bezig in twee kamers een gezondheidscentrum te vestigen. „In onze wijk wonen zo’n 3000 mensen. Zij moeten nu 10 tot 15 kilometer lopen als ze medische zorg nodig hebben. Met een auto doe je er twee uur over, want de wegen zijn heel slecht. Er overlijden soms mensen omdat ze niet op tijd in een ziekenhuis kunnen komen. We hebben een vergunning aangevraagd voor een medische post met een laboratorium, zodat de arts ook bloedonderzoek kan doen.”

Sinds zijn terugkeer naar Guinee is hij een ander mens geworden, zegt Fanusa. „De laatste periode dat ik illegaal in Nederland verbleef, was de moeilijkste tijd van m’n leven. Ik zag het niet meer zitten, was depressief en vertrouwde bijna niemand meer. Alles was zwart. Maar nu ben ik een gelukkig man. Ik heb een vrouw en dochter, een huis en een baan. Ik zie de toekomst met vertrouwen tegemoet.”


Ze komen uit landen als Angola, Eritrea, Guinee, Irak en Somalië. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) die zich in Nederland melden, mogen hier in ieder geval blijven tot ze meerderjarig zijn. Een deel van hen krijgt op z’n achttiende een reguliere verblijfsvergunning, maar velen komen daarvoor niet in aanmerking. Terugkeer van voormalige amv’s naar de landen van herkomst blijkt in de praktijk echter vaak een probleem. Sommigen kiezen liever voor een leven in de illegaliteit.

Beyond Borders is een organisatie die (ex-)amv’s begeleidt bij het werken aan hun toekomstperspectief. Onderdeel daarvan kan zijn het wegnemen van belemmeringen om terugkeer naar het eigen land mogelijk te maken. „Dat moet dan wel perspectiefvol zijn”, zegt woordvoeder Tim Looten. „Dat betekent dat een amv of ex-amv ten minste moet beschikken over zelfvertrouwen, beroepsvaardigheden en een sterk sociaal netwerk. Daarnaast zijn er per land van herkomst verschillende obstakels en mogelijkheden voor het opbouwen van een menswaardig bestaan.”

Recent deed Beyond Borders onderzoek naar de situatie in Guinee. Onderzoeker Liesbeth Devos stelt in haar afgelopen maand verschenen rapport onder meer vast dat er in het Afrikaanse land sprake is van politieke instabiliteit, veel armoede en een hoge jeugdwerkloosheid. Basisvoorzieningen zoals elektriciteit en stromend water zijn „voorbehouden aan de elite.”

Voor jongeren die terug willen naar Guinee ziet Devos desondanks mogelijkheden, mits zij zich daarop goed voorbereiden. Ze noemt bijvoorbeeld het terugkeren „met een afgeronde opleiding die kansen biedt in Guinee.” Ook zouden huisvesting en de eerste levensbehoeften voor de beginperiode na terugkeer geregeld moeten zijn. Belangrijk is ook dat jongeren er mentaal op voorbereid zijn om vanaf de bodem een zelfstandig bestaan op te bouwen, waarbij ze niet op hun familie hoeven terug te vallen.”

Het afgelopen jaar keerden twee (ex-)amv’s na een empowermenttraining van Beyond Borders terug naar Guinee. Eén jongere bereidt zich daar nu op voor. Fanusa Camara ging in 2008 terug (zie artikel hieronder), maar had destijds geen contact met Beyond Borders. Het afgelopen jaar bood hij twee terugkeerders een steuntje in de rug bij hun herintegratie.

Fanusa onderstreept de aanbevelingen uit het rapport van Beyond Borders. „Als je terugkomt vanuit Europa denken mensen dat je steenrijk bent, maar het geldbedrag dat je van de Nederlandse overheid meekrijgt, is heel snel op, en je moet zelf alles vanaf de grond opbouwen. Het is keihard werken.” Zijn advies aan jongeren die zich voorbereiden op terugkeer is: „Maak een goed plan en zorg voor de nodige ondersteuning. Zelf heb ik het geluk gehad dat mensen me indertijd enorm hebben geholpen. Anders had ik het niet gered.”

www.beyondborders.nu


Speciale band met Fanusa

Tjaarke en Lourens Eising uit Heerde komen in 2007 in contact met Fanusa, via een stichting voor uitgeprocedeerde asielzoekers waarvan Tjaarke coördinator is. Het echtpaar krijgt een speciale band met de jongeman uit Guinee, die geen ouders meer heeft. Mede met hulp van vrienden steunen ze hem bij terugkeer naar zijn land en het opbouwen van een eigen bedrijf. „We merkten dat we hem konden vertrouwen en dat hij in staat zou zijn een zaak te starten. Maar daarbij had hij wel hulp nodig”, zegt Lourens. „We hebben twee zonen. Die gaven we de mogelijkheid een opleiding te volgen. We beschouwen Fanusa als onze derde zoon en helpen hem op een andere manier.”

Lourens heeft nog een extra motivatie om de afgewezen asielzoeker support te bieden. „Ik heb een donorhart en een donornier. Als ik die niet had gekregen, had ik al 24 jaar niet meer geleefd. Mensen hebben veel voor mij overgehad, waarom zou ik dan niet iets voor een ander betekenen?”