Voetafdrukjes als herinnering

In de woonkamer van de familie Stigter staat een foto van twee kleine meisjes. Ernaast liggen twee papiertjes met voetafdrukken, ook heel klein. De zusjes, die 2,5 jaar geleden na bijna 22 weken zwangerschap werden geboren, hebben een duidelijke plaats in het gezin. Moeder Heleen: „Omdat ze nooit een plaats in deze maatschappij hebben gehad, kunnen anderen hen gauw vergeten. Wij vergeten hen nooit.”

Ze waren zó blij. Jaren na de geboorte van hun dochter ervoeren ze het als een wonder dat Heleen (nu 35) opnieuw zwanger was. Toen bleek dat er twee kindjes groeiden, was de blijdschap dubbel groot. Nadat de eerste spannende maanden achter de rug waren, begonnen ze echt aan het idee te wennen dat ze gezinsuitbreiding zouden krijgen. Ook hun dochter vond het geweldig dat ze niet langer alleen zou zijn, maar oudste zus zou worden.

De zwangerschap verliep voorspoedig. De echo liet een goed groeiende, gezonde tweeling zien. Piet (35) begon te timmeren, want boven de deel moest een extra kamer komen, waar de kindjes zouden kunnen slapen. Maar voordat de kamer af was, verloor Heleen bloed. Bij de echo bleek dat de hartjes van de kindjes nog klopten. „Dat was een enorme geruststelling.”

Toch rees er ook twijfel. Na een inwendig onderzoek concludeerde de gynaecoloog dat er al ontsluiting was. Nog diezelfde middag werd Heleen geopereerd. De chirurg plaatste een bandje om haar baarmoedermond, een ingreep die de komst van de kindjes zou kunnen rekken. Het mocht niet baten. Toen ze de volgende ochtend wakker werd, bleek Heleen weeën te hebben. Weeënremmers hielpen niet. De kindjes zouden geboren gaan worden.

Heleen: „Wat er dan door je heen gaat! Je weet dat ze komen, maar je wilt ze niet kwijt. Want we wisten ook dat ze te jong waren om te kunnen blijven leven.” Piet: „Ik heb de Nederlandse Patiënten Vereniging nog gebeld. De mevrouw die ik aan de lijn had, vertelde me dat de grens in Nederland rond de 25 weken ligt. Als kinderen voor die tijd worden geboren, zijn ze menselijkerwijs gesproken niet levensvatbaar.”

Heleen: „Later heb ik daar nog wel eens aan gedacht. Hoe zou het gegaan zijn als ze nog drie weken waren blijven zitten? Of: Als ik nou eerder was gaan liggen? Maar dat zijn vragen die ik heb moeten leren loslaten. Het was Gods plan om de kindjes toen tot Zich te nemen. Daar heb ik rust over gekregen. Maar dat betekent niet dat het makkelijk was om ze los te moeten laten.”

De ouders hebben de kindjes nog in hun armen kunnen houden voordat ze stierven. Alleen al de gedachte daaraan roept hevige emoties op. Heleen, even later: „Het moment dat ze overleden vergeet je nooit meer.”

Ziekenhuis
Over de begeleiding in het ziekenhuis, tijdens en na de bevalling, zijn ze heel tevreden. Piet: „Al voordat Heleen voor de tweede keer zou worden geopereerd, hadden we een gesprek over wat ons te wachten stond. Nadat de meisjes waren geboren, is er de hele tijd een verpleegkundige bij ons gebleven om ons bij te staan.” Heleen: „Zij had kleertjes voor de baby’s en maakte voetafdrukjes en een foto. Dat was goed. Want zelf denk je daar in zo’n situatie helemaal niet aan. Nu hebben we een herinnering. Dat is fijn, want je hebt eigenlijk al zo weinig van ze.”

De predikant is in de dagen rond het overlijden verschillende keren geweest. Ook vanuit de kerkelijke gemeente ontvingen ze veel meeleven. „Er is veel voor ons gebeden.”

Van verschillende kanten hoorde het echtpaar Stigter dat er goede verwachting voor het eeuwig heil voor hun kinderen mag zijn. Piet zegt het met tranen in z’n ogen. „Met de vraag waar hun gestorven kind is, kunnen christenouders enorm worstelen. Maar we mochten daar al voordat onze meisjes overleden zekerheid over hebben.”

Heleen: „Daarmee blijft het allemaal nog wel verdrietig, maar het verdriet is geen bodemloze put.” We mogen weten dat wij de kinderen geen betere plaats hadden kunnen bieden dan waar ze nu zijn. Dat ze nu huppelen van zielenvreugd en dat ze hun wens hebben verkregen.”

Begraven
Samen met familie en enkele goede bekenden hebben ze hun kinderen na een rouwdienst begraven. „Dat is een keuze die wij hebben gemaakt. Dat is niet standaard, want pas vanaf 24 weken is het verplicht een kindje te begraven. Ook hebben wij ervoor gekozen de meisjes een naam te geven. Om niet altijd maar over „de meisjes” te hoeven praten. Voor ons zijn ze ook meer dan dat: ze zijn onze kinderen.”

Na de begrafenis volgde een moeilijke periode. Heleen: „Van veel echtparen hoor je dat man en vrouw zo’n gebeurtenis heel verschillend verwerken. Wij konden er samen gelukkig goed over praten. Maar nadat Piet zijn werk weer oppakte, voelde ik me erg alleen. Ik had me erop verheugd straks weer kleine kinderen in huis te hebben. Nu was het stil. Want onze oudste ging overdag naar school. En ik moest nog allerlei dingen doen die me aan de zwangerschap herinnerden, zoals mijn positiekleren opruimen.”

Reacties van omstanders gingen het echtpaar steeds meer tegenstaan. „Mensen zeiden bijvoorbeeld: „Het leven gaat door”, of: „Hopelijk ben je snel weer zwanger.” Ze gingen daarmee helemaal voorbij aan ons verdriet op dat moment. Dat vonden we moeilijk. Ik vermeed steeds meer situaties waarop ik mensen zou zien.” Piet: „Mensen denken vaak dat ze iets móéten zeggen, maar een knipoog of een hand op je schouder is vaak al genoeg.”

Verdriet uiten
Heleen en Piet vroegen De Vluchtheuvel, een christelijke instelling voor maatschappelijk werk die voornamelijk cliënten binnen de gereformeerde gezindte heeft, om hulp. Ze voerden diverse gesprekken met een maatschappelijk werker. Heleen: „Tijdens de gesprekken kon ik mijn verdriet goed uiten. En ik leerde ook mijn verwachtingen ten opzichte van anderen bij te stellen. Ik kan niet van mensen verlangen dat ze precies weten waar ik op een bepaald moment behoefte aan heb.”

Moeilijk blijven nog wel de momenten die sterk aan het overlijden van de meisjes herinneren. Heleen: „Op de dag dat ik uitgerekend zou zijn, kwam een buurvrouw met twee kleine boeketjes rozen aan. Dat was erg ontroerend. Want veel mensen leefden gewoon langs die datum heen. Dat vond ik erg moeilijk.

Ook de eerste doopdienst was zwaar. En nog steeds herinnert iedere doop ons aan hoe het had kunnen zijn. Ook kraambezoeken vind ik nog steeds erg lastig. Wat me ook raakt is kinderen te zien van moeders die gelijk met mij in verwachting waren. Van de zwangerschapsgym bijvoorbeeld. Of uit de kerk. Die kinderen lopen nu. En gaan straks fietsen.”

Heleen vroeg medewerkers van De Vluchtheuvel naar de mogelijkheid van lotgenotencontact. Dat was er nog niet. „Het lijkt me fijn om m’n verhaal te kunnen delen met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt. Ik snap dat ieder verhaal verschillend is. Dat het anders is als je een kindje aan het eind van de zwangerschap verliest, of helemaal aan het begin. Maar veel voelt wél hetzelfde: Want het gaat om jouw kind, hoe jong het ook was.”
Op verzoek van de geïnterviewden zijn hun namen gefingeerd.

De genezende werking van praten
Regelmatig vragen ouders na het verlies van een kindje tijdens de zwangerschap of rond de bevalling hulp bij De Vluchtheuvel. Omdat praten genezend werkt, wil maatschappelijk werker Beline Verdouw inventariseren of er behoefte is aan lotgenotencontact. „Iemand die hetzelfde heeft meegemaakt, zal je pas écht begrijpen.”

Zo’n tien jaar geleden verliep de verwerking rond het verlies van een kindje tijdens de zwangerschap heel anders dan tegenwoordig. „Praten over het verlies gebeurde niet of nauwelijks. Je hield het voor jezelf”, zegt Beline Verdouw.

Niet besproken
Delen van het gemis met de omgeving kan moeilijkheden opleveren, erkent Beline Verdouw. „Veel mensen kunnen slecht met moeilijke situaties omgaan. Dat zie je niet alleen bij het verlies van een kindje, maar ook als iemand ernstig ziek wordt. Ze durven dan niet te reageren naar degene die het moeilijk heeft. En daardoor wordt het onderwerp dus helemaal niet meer besproken. Ook zie je vaak dat mensen gaan invullen hoe de ander zal denken of dingen zal ervaren. Als iemand bijvoorbeeld weer zwanger is, gaan omstanders ervan uit dat dit kindje het verloren kindje vervangt. Maar niets is minder waar. Natuurlijk kan de komst van een baby de pijn verzachten, maar het gemis blijft.”


Behoefte aan contact
Iedereen die bij De Vluchtheuvel meldt behoefte aan lotgenotencontact te hebben, krijgt een vragenformulier toegestuurd. Daarin wordt bijvoorbeeld nagegaan waaruit die behoefte bestaat. Ook wordt gevraagd hoe oud het kindje was toen het is gestorven, of er nog andere kinderen in het gezin zijn enzovoorts. Naar aanleiding van de reacties wordt een inventarisatie van de belangstelling voor een gespreksgroep gemaakt. Afhankelijk daarvan kijkt De Vluchtheuvel welke stappen er verder ondernomen zullen worden.

Meer informatie en aanmelding: lotgenotencontact@kliksafe.nl. Of: De Vluchtheuvel, Laan der Verenigde Naties 95, 3316 AK Dordrecht. Tel. 078 6316816.
lotgenotencontact@kliksafe.nl, De Vluchtheuvel, Laan der Verenigde Naties 95, 3316 AK Dordrecht, tel. 078 6316816.