Van vertrokken Thieme (PvdD) kan christenpoliticus best iets leren

Marianne Thieme, beeld ANP, Sander Koning.

Met het afzwaaien van Marianne Thieme (PvdD) verliest de Kamer een karaktervol politica. Eén die geloof en politiek rigoureus scheidde, maar van wie een christenpoliticus desondanks iets kan leren.

Mariëlle Tweebeeke snapte er begin 2017 geen snars van. „Hoe kan het nu toch”, vroeg de journaliste in het tv-programma Nieuws-uur aan Thieme, „dat u behoort tot de zevendedagsadventisten, een kerk die het homohuwelijk afwijst, terwijl uw partij er een groot voorstander van is? Geeft dat bij u geen spanning?”

„Nee, hoor”, antwoordde de PvdD-leider resoluut. „Mijn geloof heeft niets te maken met de politiek.” Onbegrijpelijk voor journalisten en christelijke politici! Maar dát Thieme erin slaagde het traditionele christelijke geloof geheel los te koppelen van haar werk in Den Haag, valt niet te ontkennen.

Zelden viel de PvdD de achterliggende jaren te betrappen op een behoudend standpunt ten aanzien van abortus, euthanasie of vrijheid van onderwijs. Wat Nederland aan het Binnenhof te zien kreeg, was een volstrekt seculiere partij.

Dat seculiere denken lijkt ook ten grondslag te liggen aan het belangrijkste speerpunt van de PvdD: het opkomen voor dier en milieu, tegenwoordig als „planeetcentraal denken” aangeduid. Nee, met „futiele mensendingen” wilde Thieme zich niet vermoeien; dat deden anderen al genoeg. Zíj stortte zich exclusief op de dieren, want die waren en zijn –zo lijkt het– voor haar minstens zo belangrijk als mensen.

Dat veel christelijke kiezers en politici daarom snel klaar zijn met de PvdD, valt te begrijpen. Want zó spreekt de Bijbel toch niet over mens en dier? De mens is toch de „kroon op Gods schepping”? Hij heeft toch „heerschappij” gekregen over „de dieren des velds” en mag die toch voor zijn eigen nut gebruiken?

Jawel, tot op zekere hoogte. Toch kunnen christelijke kiezers en politici nog best iets leren van de deze week afgezwaaide politica.

Daarom hier drie kernachtige uitspraken die Thieme ooit deed. Mét de reden waarom deze elke Bijbelgetrouwe christen aan het denken zouden moeten zetten:

1. „Groei is een onhoudbaar concept op een wereldbol die niet meegroeit.” – Simpeltjes? Ja, maar wel raak. En al is Thiemes stelling dat het mensdom bezig is –door vernietiging van het milieu– in rap tempo zijn eigen graf te graven, slechts voor de helft waar; ook dan nog zouden regeringen radicaler beleidsstappen moeten zetten dan zij nu doen. Ook zouden politiek leiders –net als Thieme deed– vaker moeten úítzoomen en van een afstandje naar onze planeet kijken. In plaats van ín te zoomen op details en incidenten.

2. „In ons wereldbeeld heeft de natuur een eigen, intrinsieke waarde, los van het nut voor mensen.” – Een goede aanvulling op het christelijke idee van de mens als kroon op de schepping. Bezingen het Psalmenboek en het boek Job de woeste natuur en veraf gelegen sterrenstelsels niet als zaken die God primair tot Zijn eigen lof heeft voortgebracht? En niet in de eerste plaats als nuttig voor ons?

3. „Met ons huidige, westerse consumptieniveau stelen we van toekomstige generaties.” – Een pittige. Maar wie zou haar willen bestrijden? De vraag is daarom minder of deze uitspraak waar is, dan of wij, kiezers en politici, bereid zijn haar echt tot ons door te laten dringen. En of we er consequenties aan willen verbinden.