Slachtoffer jeugdzorg krijgt 5000 euro

Slachtoffers van geweld in de jeugdzorg kregen vrijdag een toelichting op de schaderegeling van minister Dekker. beeld ANP, Robin Utrecht

Burgers die te maken hebben gehad met geweld toen ze onder verantwoordelijkheid van de overheid in de jeugdzorg verbleven, komen in aanmerking voor een schadevergoeding van 5.000 euro.Dat maakten de ministers Dekker (Rechtsbescherming) en De Jonge (Volksgezondheid) vrijdag bekend.

Slachtoffers kunnen een beroep doen op een schaderegeling, die vanaf dit najaar voor twee jaar wordt opengesteld.

Aanleiding is het vorig jaar verschenen rapport van de Commissie Geweld Jeugdzorg onder leiding van hoogleraar pedagogiek Micha de Winter. Daaruit bleek dat ongeveer een op de tien personen die vanaf 1945 in de jeugdzorg verbleef vaak tot zeer vaak geweld ervoer.

Het kabinet kiest bewust voor één vast vergoedingsbedrag, om de aanvraagprocedure voor slachtoffers zo eenvoudig mogelijk te maken. De gedupeerden spraken zelf een voorkeur uit voor een financiële tegemoetkoming. In een enquête-onderzoek noemde 85 procent van hen een schaderegeling als een belangrijke erkenningsmaatregel.

De regeling wordt ook opengesteld voor de groep vrouwen die in het verleden zijn geplaatst in de rooms-katholieke jeugdinstelling De Goede Herder, met vestigingen in Almelo, Zoeterwoude, Tilburg, en Velp. Het rapport-De Winter bood onvoldoende uitsluitsel over hun ervaringen, maar speciaal vervolgonderzoek door de Leidse hoogleraar arbeidsrecht Guus Heerma van Voss wees vorig jaar uit dat zij massaal zijn blootgesteld aan dwangarbeid.

Het genoemde enquête-onderzoek toonde aan dat de slachtoffers ook een documentaire, een website en lezingen van ervaringsdeskundigen als belangrijke erkenningsmiddelen beschouwen. Ook daaraan komt het kabinet tegemoet. Zo organiseren de beide ministeries in juni een congres onder de naam ”Geweld in de Jeugdzorg: één jaar na het verschijnen van het rapport”. Ook huidige jeugdzorgcliënten zullen daar het woord voeren.

Het kabinet is ook bereid financiële steun te geven aan de initiatiefgroep Nationaal Monument Geweld in de Jeugdzorg. Die probeert een gedenksteen op te richten als ontmoetings- en herkenningsplek. Voorwaarde is wel dat het initiatief bij lotgenotenorganisaties kan rekenen op brede steun.

De Winter deed het kabinet ook de aanbeveling meer onafhankelijke vertrouwenspersonen in te stellen, de groepsgrootte in instellingen te verkleinen en vaker te zoeken naar alternatieve opvang. Deskundigen omschrijven de toezeggingen van Dekker en De Jonge daaromtrent echter als niet adequaat. „Het ministerie wijst vooral naar andere partijen in de jeugdzorg en zegt: Jullie moeten het doen met elkaar”, zei Jan Hendriks vrijdag tegen NRC. Hij is hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de VU in Amsterdam en was lid van de commissie-De Winter.

De Leidse hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning, ook oud-commissielid, noemde de kabinetsambitie op deze punten tegenover de NOS „erg laag en op sommige onderdelen ook erg vaag.”