Niet alle one-issuepartijen zijn vluchtige voorbijgangers

(V.l.nr.) Koerkamp, Van der Plas en Vermeer van de BoerBurgerBeweging. beeld ANP

Vanuit je eigen ideologie overal over willen meebeslissen; dat is kenmerkend voor politieke partijen. Althans: voor de meeste. Uitzondering zijn de one-issuepartijen. Zij richten zich op slechts één of enkele thema’s of deelbelangen. Vier voorbeelden van zulke partijen. Twee zijn al actief in de Tweede Kamer, twee willen bij de komende verkiezingen een gooi naar een zetel doen.

BoerBurgerBeweging

Veel van de boerenwoede in de achterliggende maanden richtte zich op coalitiepartij D66. Op een maandagmorgen lanceerde landbouwwoordvoerder Tjeerd de Groot een voorstel: de veestapel halveren.

Op het Malieveld volgde een confrontatie tussen de D66’er en duizenden boze boeren. Tekenend was dat bij de tweede demonstratie, op 16 oktober, coalitiepartijen niet welkom waren. Niet alleen D66, maar ook de woordvoerders van VVD, CDA en CU mochten thuisblijven. Waren de boeren politiek dakloos geworden? Of zouden FVD, PVV en SGP voldoende in de smaak vallen bij de boze boeren?

Caroline van der Plas en Wim Groot Koerkamp vonden het tijd voor een nieuwe politieke partij, en wel onder de naam BoerBurgerBeweging. „We willen een eigentijdse belangenbehartiger zijn die als een echte one-issuepartij met enkele zetels in de Tweede Kamer belandt”, verklaarde Groot Koerkamp in augustus.

Overigens willen Van der Plas en Groot Koerkamp niet zelf de Kamer in. De partij zet echter wel stappen richting deelname aan de verkiezingen. Onder de naam BBB staat ze geregistreerd bij de Kiesraad, die eerder de naam BoerBurgerBeweging afwees. De partij mag haar volledige naam zelf echter gewoon blijven hanteren.

De partij heeft inmiddels een bestuur en is begonnen met ledenwerving. Achter de schermen is men druk bezig met het verkiezingsprogramma en het opstellen van een kandidatenlijst, aldus de BBB.

Of de nieuwe partij het ‘momentum’, wat er door de stikstofcrisis en uitspraken als ”halveer de veestapel” onmiskenbaar is, in zetels weet om te zetten, valt te bezien.

Ondanks de verschillende namen doet de BoerBurgerBeweging denken aan de Boerenpartij, die in 1981 uit het parlement verdween. De boeren op het Malieveld kijken wellicht met weemoed terug naar nóg langer geleden. In 1967 haalde de Boerenpartij zeven zetels, evenveel als nieuwkomer D66. En bij de Provinciale Statenverkiezingen van 1966 haalde de Boerenpartij maar liefst 453.946 stemmen. Met 6,7 procent van de stemmen kwam de partij op de zesde plaats, na KVP, PvdA, VVD, CHU en ARP. Drie partijen daarvan fuseerden later tot het CDA, waarmee een optimist de Boerenpartij met de kennis van nu zelfs de vierde plaats zou kunnen toebedelen.

Hoe dan ook lijkt een dergelijke score voor de BoerBurgerBeweging onrealistisch. De BBB mag zich dan, in elk geval in de naam, tot boeren én burgers richten, het aantal boeren is in elk geval dramatisch afgenomen, zo laten cijfers van het CBS zien. In de periode 1950-2016 zijn zes op de zeven landbouwbedrijven verdwenen; het aantal mensen dat in de landbouw werkte, daalde van 580.000 in 1950 tot circa 172.000 in 2016. Ook ten tijde van de Boerenpartij was het aantal arbeidskrachten in de landbouw al fors aan het dalen; in 1959 stond de teller op 502.000, in 1972 op 333.000.

Partij voor de Dieren

Al dertien jaar lang klinkt het dwarse, compromisloze geluid van de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer. Een echte one-issuepartij, zou je zeggen. Alleen de naam spreekt immers al boekdelen?

Toch is juist de vraag hoogst actueel of de PvdD wel een one-issuepartij is. In de in 2002 opgerichte partij was het afgelopen tijd onrustig. Kamerlid Femke Merel van Kooten-Arissen stapte op en besloot haar zetel mee te nemen. Partijvoorzitter Sebastiaan Wolswinkel moest vertrekken.

Belangrijk punt: moet de nadruk liggen op ”dier, natuur, milieu”, of ook op ”mensendingen”? Volgens Van Kooten-Arissen is er eerder sprake van een versmalling dan van een verbreding in de onderwerpen die de partij tot haar kerntaak rekent.

Hoe het ook zij: de PvdD is nog altijd een vreemde eend in de bijt op het Binnenhof. Echter, niet onbelangrijk: ze is een blijvertje. De partij, die al dan niet bewust nog vaak Partij ván de Dieren of, nog speelser, ”de dieren” wordt genoemd, heeft het tij mee: de onderwerpen die ze agendeert, leven breder, en zijn vaak actueel én controversieel. Desondanks moet de partij vrezen voor schade door de interne strubbelingen.

De onrust ten spijt, kan de PvdD tot nog toe met recht een one-issuepartij worden genoemd. Jarenlang kwam dat tot uiting in bijvoorbeeld de slotzin van vele debatbijdragen van voormalig fractievoorzitter Marianne Thieme: „Voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.”

Toch is de partij onmiskenbaar verbreed, in elk geval in haar verkiezingsprogramma’s. Waar die eerder grotendeels gevuld werden met de stokpaardjes van de partij, vormden bij het laatste verkiezingsprogramma voor de Tweede Kamer de thema’s economie en werk het starthoofdstuk.

De PvdD heeft een eigen, unieke electorale positie. Die positie kent een mix van elementen van de PVV, GroenLinks en de SP. Zo kan de partij als links (net als GroenLinks en SP) en euro- en systeemkritisch (net als PVV en SP) worden betiteld. Daarnaast heeft de partij veel aandacht voor milieuzaken en dierenrechten. GroenLinks spreekt zich actief uit voor het eerste, de PVV –in de persoon van Kamerlid Dion Graus– juist voor het laatste.

Kortom: de PvdD heeft onmiskenbaar bestaansrecht in het Nederlandse politieke landschap. Over de vraag of de partij zich slechts op enkele onderwerpen moet storten of juist in de volle breedte van zich moet laten horen, is het laatste woord echter vast nog niet gezegd.

NLBeter

Aan wie denkt u bij het horen van de naam Janneke Wittekoek? Aan niemand? Dan heeft mevrouw Wittekoek nog ruim een jaar om dat te veranderen. Uiterlijk op 17 maart 2021, de datum waarop de volgende Tweede Kamerverkiezingen staan gepland, moet de cardioloog namelijk zijn uitgegroeid tot een van de gezichten van NLBeter: een nieuwe artsenpartij.

Medestanders, of liever gezegd: mede-initiatiefnemers naast Wittekoek zijn longarts Wanda de Kanter en psychiater Esther van Fenema. Van die drie is De Kanter de bekendste: zij bond als longarts de strijd aan tegen de tabaksindustrie.

Een peiling van Medisch Contact pakte voor NLBeter rooskleurig uit. Zo’n 5 procent van de ondervraagde artsen en geneeskundestudenten liet weten op de partij te stemmen. Dat lijkt tamelijk veel, zolang er nog geen programma is. Dat vond ook een flinke groep van 36 procent van de geënquêteerden. Die toonde zich enthousiast, maar wacht af met welke standpunten de partij komt.

Voor NLBeter lijkt het tij in eerste instantie gunstig. Al sinds 2008 staat de zorg op de eerste plaats van het rijtje met politieke prioriteiten dat burgers noemen voor de de publicatie Burgerperspectieven, die het SCP elk kwartaal uitbrengt. Een veelgehoorde verzuchting is bovendien dat ze in ‘Den Haag’ helemaal niet weten hoe het in de zorg toegaat, zodat het beleid niet aansluit bij de praktijk. Op dat sentiment kunnen artsen die de politiek in willen, natuurlijk prima inspelen.

Winstwaarschuwingen zijn er echter ook. Veel partijen hebben de zorg inmiddels tot speerpunt gemaakt. Denk aan de SP en de PVV. Ook het CDA profileert zich met het Zeeuwse Kamerlid Joba van den Berg en met zorgminster De Jonge op dit thema. Onlangs zegde de bewindsman toe de Tweede Kamer kort voor de zomer te zullen informeren over zijn voornemens om het zorgstelsel aan te passen, om op die manier meer regionale aansturing mogelijk te maken. Zijn voorstellen zullen ongetwijfeld ook belanden in het verkiezingsprogramma van zijn partij, wat het CDA in debatten hierover een zekere voorsprong geeft.

Niet uitgesloten is dat ook andere partijen een boegbeeld voor de zorg naar voren zullen schuiven. Mogelijk een (oud)-arts, want meerderen uit deze beroepsgroep zijn van oudsher politiek geïnteresseerd. De LPF kwam in 2002 met maar liefst drie artsen (Gerlof Jukema, Milos Zvonar en Fred Dekker) nieuw in de Tweede Kamer. De PvdA had in het verleden Rob Oudkerk en Marith Volp en zo zijn er meerdere voorbeelden te noemen.

Politieke processen gaan traag, waarschuwde Volp, Kamerlid van 2013 tot 2017, recent. Om echt iets te veranderen in de zorg moet je eigenlijk al tijdens de kabinetsformatie je slag slaan. Anders kun je hooguit zaken agenderen. Voor NLBeter is het niet te hopen dat ook kiezers dat beeld hebben. Hun droom om in de Kamer te komen zal dan snel vervliegen.

50PLUS

Bejaarden Centraal, Politieke Partij voor Ouderen en Verenigde Senioren Partij; onder tal van namen hebben belangenbehartigers van ouderen door de jaren een gooi naar vertegenwoordiging in de Tweede Kamer gedaan. Veel van die partijen bleken kansloos. Zo deden er in 1971 maar liefst vijf partijen met het woord ‘bejaarden’ in de naam mee aan de Kamerverkiezingen: de Algemene Bejaardenpartij Nederland, de Bejaarden en Arbeidspartij, de Bejaardenpartij 65+, Bejaarden Partij Algemeen Belang en de Landelijke Partij Bejaarden. Bij elkaar zouden zij goed zijn geweest voor een zetel, maar afzonderlijk kwamen ze alle vijf van een koude kermis thuis.

Succesvoller was het Algemeen Ouderen Verbond (AOV). In 1994 haalde die partij maar liefst zes zetels, waarmee zij slechts vier partijen voor zich moest dulden. En dat terwijl er nóg een ouderenpartij in de Kamer kwam, te weten Unie 55+.

Vier jaar later was van dat alles echter niets meer over; de gecombineerde lijst van AOV en Unie 55+ haalde geen zetel. Ook de partij Senioren 2000, een afsplitsing van het AOV, haalde te weinig stemmen.

Onenigheid bleef ook 50PLUS, dat in 2012 zijn entree maakte in de Tweede Kamer, niet bespaard. Zo kwam Henk Krol onder vuur te liggen, splitste Kamerlid Norbert Klein zich in 2014 af, en zette de partij een punt achter de samenwerking met haar wetenschappelijk bureau.

Bij de verkiezingen van 2017 wist de partij echter te groeien naar vier zetels. Met de huidige peilingen in het achterhoofd is het niet ondenkbaar dat de partij nog eens een verdubbeling zal meemaken.

50PLUS hoeft zich niet snel zorgen te maken dat ‘haar’ thema’s aan relevantie zullen inboeten; onderwerpen als pensioenen en de AOW-leeftijd blijven immers actueel én voor veel kiezers erg belangrijk. Factoren die de partij eerder kunnen nekken, zijn intern gedoe, verdeeldheid en concurrentie van PVV en SP.

50PLUS kent een veelkleurigheid aan politieke achtergronden. Zo was fractievoorzitter Henk Krol voorheen betrokken bij de VVD, was senator Martin van Rooijen staatssecretaris voor de KVP (een van de voorlopers van het CDA) in het kabinet-Den Uyl, en was Tweede Kamerlid Gerrit Jan van Otterloo ooit ook al Kamerlid, maar toen voor de PvdA.

Een zwakte, zo’n ‘rommelpotje’ aan politieke achtergronden? Misschien. Maar je kunt het ook een kracht noemen: 50PLUS weet in haar strijd voor ouderen alle politieke kleuren te verenigen.