Nederland niet blij met VN-lijst

Stef Blok, beeld ANP, Sem van der Wal.

Nederland is niet blij met de VN-lijst met bedrijven die zakelijke belangen hebben in Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.

Dat laat een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken weten. Woensdag publiceerde het mensenrechtenbureau van de VN de lijst met daarop 112 ondernemingen.

Nederland was geen voorstander van de database, omdat het kabinet vindt dat het aan landen zelf is om „bedrijven bewust te maken van het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen”, aldus de woordvoerder. Nederland ontmoedigt economische activiteiten in Israëlische nederzettingen. Verder was Nederland tegen een lijst die zich uitsluitend richt „op de door Israël bezette gebieden.”

Nederland heeft in de besluitvorming „luid en duidelijk van zich laten horen.” De VN-Mensenrechtenraad stemde in 2016 over een resolutie die onder meer ging over het opstellen van de lijst. Nederland onhield zich van stemming.

Nederland is nu opnieuw lid van de raad. Blok gaat binnenkort in de Mensenrechtenraad zeggen dat de raad „zich disproportioneel op Israël richt en dat wij daartegen zijn.” De inzet op minder resoluties tegen Israël is succesvol, aldus de woordvoerder.

SGP, CU en PVV hebben Blok vragen gesteld over de lijst. De drie partijen vragen Blok onder meer of hij het ermee eens is dat bedrijven in Palestijnse gebieden juist alle steun verdienen, omdat zij „een belangrijke bijdrage leveren aan economische vooruitgang, werkgelegenheid en waardevolle intermenselijke contacten.”