Moet álles anders na corona?

Nederland
beeld Getty Images
4

Corona zette de wereld totaal op zijn kop. Maar zijn de veranderingen door deze pandemie ook blijvend? In een tweeluik vertellen zes politieke denkers welke lessen zij trekken uit de Covid-19-crisis en hoe onze samenleving er na corona zou moeten uitzien. Vorige week de directeuren van de wetenschappelijke instituten van VVD, CU en PvdD; deze week hun collega’s van CDA, SP en SGP.

Pieter Jan Dijkman. beeld Dirk Hol

„Meer vertrouwen op kracht van samenleving”

Pieter Jan Dijkman, directeur Wetenschappelijk Instituut voor het CDA

„De coronapandemie heeft de fundamenten van het samenleven blootgelegd. We ontdekken wat er echt toe doet. Verschillende lessen zijn te trekken. In de eerste plaats kunnen we leren hoe belangrijk sterke instituties en vitale collectieve voorzieningen zijn. We mopperen in Nederland nogal eens over ambtenaren, de zorg of het onderwijs. Maar we zijn een uitstekend georganiseerd land. Dankzij een zuinige schatkistbewaarder, minister Hoekstra van Financiën, was Nederland in staat om in korte tijd regelingen voor ondernemers en bedrijven op te tuigen en kwetsbare mensen te beschermen.

Een tweede les is dat er grenzen zijn aan onze consumptiedrift. In zekere zin is deze crisis een correctie op onze megalomane levensstijl. We gedragen ons soms als een rupsje-nooit-genoeg. Eindeloze voedselketens, het gesleep met dieren over de hele wereld, voor een prikkie naar de zon met het vliegtuig – dat kan niet goed zijn.

Mensen zullen niet zomaar veranderen. Een mens blijft mens, met al zijn tekorten, en we leven in een gebroken wereld. Dat weten christenen maar al te goed. Maar leven is „geroepen zijn tot verantwoordelijkheid”, schreef de Britse rabbijn Sacks.

Een derde les: er is meer dan het medische perspectief alleen. Als we niet oppassen regeren medische cijfers en virologen en is de zorg vooral gericht op het redden van mensenlevens. Dat is begrijpelijk, maar we kunnen dan al snel vergeten dat er ook zoiets is als de kwaliteit van leven.

Het virus kan nog een tijd onder ons blijven. Dat betekent dat we zullen moeten omgaan met die onzekerheid. Ik hoop daarom dat politici hun beheersingsdrift laten varen. Als er iets fout gaat, komen er doorgaans regels, protocollen en procedures om alles nog beter onder controle te houden. Het zorgt voor een schijnzekerheid. Intussen blijkt de werkelijkheid voortdurend op alle plannen in te breken. Gelukkig blijken burgers veerkrachtig. Ze beschikken over veel creativiteit en verantwoordelijkheid. Het zou goed zijn om meer te vertrouwen op de kracht van een samenleving en in het beleid meer te variëren naar leeftijd en regio’s.

We zullen ook de zorg zo moeten inrichten dat we nieuwe virusuitbraken kunnen opvangen. Niet alleen in materiële zin (personeel, kleding en apparatuur) zal de zorg op orde moeten zijn, ook zullen we anders naar de organisatie van de zorg gaan kijken. De zorg is geen product, maar een betekenisvolle relatie.

Voor de langere termijn is het zaak te komen tot een beter evenwicht tussen ecologie en economie en tussen lokale en mondiale belangen. Voor cruciale voedselproducten, goederen en grondstoffen zou Europa meer moeten streven naar zelfvoorziening, zodat we minder afhankelijk zijn van China en Rusland. Maar nog steeds zullen we voor onze welvaart afhankelijk zijn van internationale handel. Een behulpzame strategie is dan ook om te investeren in duurzame, robuuste handelsrelaties, en niet in nationalisatie en protectionisme.”

Ruud Kuin, beeld SP.

„Vast werk moet overal weer de norm worden”

Ruud Kuin, hoofd Wetenschappelijk Bureau SP

„Van de coronapandemie kunnen we als maatschappij en politiek veel leren. Eerste punt: samenwerking is belangrijker dan concurrentie. Kijk naar de zorgsector, waar steeds meer marktwerking is ingevoerd. Deze pandemie legt de ellende die daaruit voortkomt, genadeloos bloot. De overheid liet het Slotervaartziekenhuis en Lelystadziekenhuis failliet gaan. Nu probeert zij met enorme steunbedragen allerlei bedrijven, zoals KLM, wél te redden.

Door zozeer te sturen op kosten, hebben we de capaciteit van onze zorg geminimaliseerd. We hebben het laagste aantal ic-bedden van West-Europa. Deze crisis laat ons zien hoe onverstandig dit beleid was. We kwamen er enorm door in problemen.

Door de focus op marktwerking vergaten we hoe belangrijk buffers zijn. Toen het erop aankwam, hadden we een groot tekort aan mondkapjes en beademingsapparatuur.

Dat gebrek aan buffers speelt in meer sectoren. Want met z’n allen kijken we nu toch verbaasd naar wat er met bedrijven gebeurt? Ik bedoel: elk huishouden, ook met een krappe kas, probeert geld apart te leggen voor als onverwacht de koelkast het begeeft. En nu is er enkele maanden economische tegenslag en bedrijven vallen metéén om; geen buffers, niks!

Dat laatste heeft alles te maken met het kortetermijndenken dat onze economie gijzelt. En met het eenzijdig gericht zijn op de belangen van aandeelhouders. De laatste tien jaar is er gemiddeld 162 miljard per jaar aan dividend uitgekeerd aan aandeelhouders. En vervolgens kloppen veel van die bedrijven aan bij de staat, want er zijn geen buffers. Bizar, toch? Wij zeggen: geef werknemers zeggenschap over de winst. Zij zullen ongetwijfeld naar het langetermijnbelang kijken.

Een derde leerpunt uit de coronapandemie is dat vast werk weer de norm moet worden. We moeten stoppen met de steeds verdere flexibilisering van arbeid. Want ook dat is kortetermijndenken. 40 procent van de werknemers heeft een flexibel arbeidscontract. Maar ”flexibel” is een net woord voor ”onzeker”. Zie de NOW-regeling van minister Koolmees. Bedrijven krijgen overheidssteun, maar kunnen flexwerkers desondanks gewoon ontslaan. Als dat al nodig is, want ze kunnen ook volstaan met hen niet meer op te roepen.

Door zoveel ruimte te bieden aan flexwerk hebben we als samenleving financiële risico’s steeds meer verschoven van ondernemers naar werknemers. Mijn favoriete voorbeeld is de DAF-fabriek. DAF was in zijn productieproces altijd sterk afhankelijk van de vraag of onderdelen uit het buitenland op tijd werden aangeleverd. Als een transport van bumpertjes bij de grens vast stond, stond de fabriek stil.

Tien jaar geleden moesten in dat geval de lonen gewoon worden doorbetaald. Nu wordt een leger van flexibele krachten simpelweg naar huis gestuurd.

Hopelijk gaan onze ogen er door deze crisis voor open dat dit niet langer kan. En dat we de ontwikkeling van steeds meer flexibilisering moeten keren.”

Jan Schippers, beeld SGP.

„Crisis leert ons: terug naar ‘t basale en normale”

Jan Schippers, directeur Guido de Brès-Stichting (SGP)

„Zomaar wat concrete beleidspunten uit mijn mouw schudden die uit de coronacrisis voortvloeien? Dat vind ik niet makkelijk.

Toch wil ik wel lessen trekken uit de huidige pandemie. De Covid-19-crisis leert ons volgens mij dat ons westerse beheersingsstreven passé is. En ook dat we op allerlei terreinen terug moeten naar het basale en het normale. Neem het onderwijs. Hebben we dat in de achterliggende decennia niet te veel uitbesteed aan anderen? Ja, het is pittig om nu je kinderen, deels, zélf les te moeten geven. Maar pas zei ik nog tegen mijn vrouw: Eigenlijk is dit normaal. Ik bedoel: in onze visie is de school toch eigenlijk niet van de staat, maar van de ouders?

En om het breder te trekken: zijn we ons de achterliggende eeuwen niet stapsgewijs steeds afhankelijker gaan maken van de overheid? Zeker, nu we midden in deze crisis zitten, kunnen we niet zonder een sterk sturend kabinet. Maar als dit voorbij is, moeten we onze overheidsafhankelijkheid juist weer snel kleiner gaan maken.

De klassieke econoom Adam Smith onderscheidde drie domeinen: dat van de overheid, waar het principe van de rechtvaardigheid heerst, dat van de markt, waar het principe van de vrijheid heerst, en dat van de samenleving, waar het principe van de weldadigheid heerst.

Dat laatste punt in het denken van Smith zijn we min of meer vergeten. Maar deze crisis laat zien dat wij mensen niet zonder onderlinge verbinding kunnen. En dat we het in de samenleving moeten hebben van weldadigheid: het aan elkaar geven van geld, en vooral tijd en aandacht. Maar dan hebben we ook een overheid nodig die milddadigheid stimuleert en niet afremt.

Na deze crisis zou ieder voor zijn eigen vakgebied eens moeten nagaan wat nu eigenlijk de basisprincipes zijn waarop we moeten terugvallen of moeten kúnnen terugvallen. Neem de gezondheidszorg. Veel draaide de achterliggende jaren om hightech oplossingen. Maar in deze pandemie blijkt in de eerste plaats handen wassen en basale hygiëne onze ‘redding’ te zijn.

Eenzelfde les kunnen we trekken als het om de economie gaat. We meenden beter uit te zijn door productieprocessen naar het buitenland te verplaatsen. De onderdeeltjes komen vanzelf weer hierheen, dachten we. Maar plots hadden we een tekort aan mondkapjes en beademingsapparaten. Ook hier moeten we terug naar de basis. Zorgen voor een goed backupsysteem en een gezonde economische ontwikkeling.

Op wereldschaal moeten we voor een stabiele economie toe naar een afbouw van onze schulden en naar ontwikkelingshulp die 1 procent van het bbp beslaat. Jan Tinbergen heeft dat getal ooit goed onderbouwd. Als je meer investeert, kunnen arme landen dat niet verwerken, zei hij. Maar geef je circa 1 procent aan die landen die ook in deze crisis wéér het hardst getroffen worden, dan kunnen zij op termijn substantieel vooruit. Nu hangen we in Nederland rond de 0,5 procent. Dus hier hebben we nog een hele weg te gaan.”