Menno de Bruyne: Punt gezet achter een langdurig tijdperk

Bekendmaking aftreden
Menno de Bruyne. Foto RD, Henk Visscher Henk Visscher

DEN HAAG – De laatste jaren werd al steeds gespeculeerd over het aftreden van de koningin, maar toen het bekendgemaakt werd, kwam dat voor koningshuisdeskundige drs. Menno de Bruyne „toch nog onverwacht.” Hij beseft „dat er nu een punt wordt gezet achter een tijdperk dat lang heeft geduurd.”

Ongeveer anderhalve week geleden, aldus SGP-voorlichter De Bruyne maandagavond een uurtje na de toespraak van de koningin, kreeg hij al „wat signalen” dat de abdicatie nu toch echt aanstaande was. „Die geluiden waren zo serieus dat ik vorige week al bezig ben geweest met het opstellen van een persbericht met een reactie op het aftreden. Dat persbericht was overigens nog niet af.”

Aan het 33-jarige koningschap van Beatrix komt op 30 april een einde, maakte de vorstin zelf bekend. „Zij heeft een van de langste periodes op de troon gezeten.”

Qua persoonlijkheid is koningin Beatrix heel anders dan haar moeder Juliana, stelt De Bruyne. „Juliana was zeer maatschappelijk ingesteld. Zij was het liefst maatschappelijk werkster geworden. Beatrix heeft meer iets majesteitelijks.”

Was het aan het hof van Juliana „een gezellige chaos”, Beatrix „heeft de lijntjes vrij snel na haar aantreden aangetrokken.” Volgens De Bruyne was „een zakelijker opstelling in overeenstemming met het tijdsgewricht. Daar werd ook naar verlangd na de jaren zestig en zeventig. Mensen waren uitgekeken op een losse regeerstijl.”

Dat koningin Beatrix en premier Lubbers in de jaren tachtig „de twee directeuren van de BV Nederland” werden genoemd, „toont ook aan dat een zakelijke stijl op prijs werd gesteld.”

Zwaar gecompliceerd

De Bruyne heeft „geen idee” waarom de koningin tot maandag heeft gewacht met het aankondigen van haar vertrek, terwijl ze naar eigen zeggen al een aantal jaar overwoog op te stappen. „Ik weet wel dat Juliana destijds ook eerder had willen aftreden, maar dat zij daarmee heeft gewacht omdat de politieke situatie eind jaren zeventig zwaar gecompliceerd was. Dat soort zaken weegt natuurlijk mee.”

Het besluit om af te treden, is „een van de weinige beslissingen die de koningin nog soeverein kan nemen”, aldus de royaltywatcher. „Ze doet dat natuurlijk niet alleen, maar ze heeft wel een grote mate van vrijheid om dat moment zelf te bepalen.”

Prins Willem-Alexander en prinses Máxima zijn „ten volle op hun toekomstige taak voorbereid”, zei de koningin maandagavond. De Bruyne onderschrijft dat. „Absoluut. Dat leid ik af uit het feit dat beiden al veel representatieve verplichtingen op zich hebben genomen. In het kader van zijn opleiding heeft de prins van Oranje ook al heel veel dingen gedaan die hem straks van pas kunnen komen.”

Koningin Beatrix heeft zelf bij haar ambtsaanvaarding gezegd dat ze blij was dat haar moeder niet eerder was afgetreden, memoreert De Bruyne. „Ze genoot namelijk erg van haar gezinsleven. En als je dat zelf als fijn hebt ervaren, dan wil je dat je eigen kinderen ook bieden. Dat heeft Beatrix dan ook gedaan. Willem-Alexander en Máxima zijn nu al weer elf jaar getrouwd en ze hebben een mooie periode gehad met hun kinderen. Maar aan de zorgeloosheid die er lang was, komt nu een einde.”

Dat Willem-Alexander zichzelf geen koning Willem IV zal noemen, vindt De Bruyne „apart.” Lang geleden had hij namelijk gezegd dat wel te doen. „Ik heb geen idee waarom hij kiest voor koning Willem-Alexander. Misschien omdat hij als prins altijd al zo werd genoemd.”

Knikkebollend

Uit de vele herinneringen aan de vertrekkende koningin kiest De Bruyne desgevraagd een recente. „Ik heb haar in Den Haag regelmatig ontmoet; ik woon ook bijna naast het paleis. Ik weet nog van een aantal maanden terug dat ze mij in haar auto passeerde. Bij het nemen van de bocht zag ik dat ze met haar hoofd –de hoed nog op– knikkebollend tegen het raam viel. Gezien het feit dat ze al 75 jaar is en nog iedere dag in touw in een baan die veel concentratie kost, kon ik het me goed voorstellen dat ze achterin de hofauto in slaap was gevallen. Dat gaf iets heel menselijks aan de koningin.”