Kabinet: uitzetting Bahreiner die vervolging vreesde was in orde

De asielprocedure van een Bahreinse asielzoeker, die na zijn uitzetting tot levenslang werd veroordeeld, is correct verlopen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst was niet verplicht de Nederlandse ambassadeur in Bahrein te raadplegen, stelt staatssecretaris Ankie Broekers-Knol. Al liet de ambassadeur eerder weten daar anders over te denken.

Broekers trekt die conclusies na aanvullend onderzoek door de Inspectie Justitie en Veiligheid naar de afwijzing van de asielaanvraag van Ali Mohammed al-Showaikh vorig jaar. Eenmaal terug in zijn thuisland werd de Bahreiner al snel tot levenslang veroordeeld wegens ‘terroristische activiteiten’. Volgens Amnesty International heeft het Bahreinse regime het op Al-Showaikh gemunt vanwege het politiek activisme van diens broer.

In haar eerste onderzoek concludeerde de Inspectie dat in de procedure alle stappen correct waren doorlopen. De kritiek van ambassadeur Frans Potuyt was echter reden om nader onderzoek in te stellen, vond de Inspectie volgens ingewijden. De staatssecretaris, die al onder grote druk stond van de Tweede Kamer om het onderzoek te heropenen, stemde daarmee in.

Potuyt vindt dat de IND hem had moeten raadplegen, meldde NRC vorige maand op basis van het vertrouwelijke inspectierapport. Hij had de dienst kunnen vertellen dat Al-Showaikh gevaar liep in Bahrein.

De Kamer heeft al diverse keren aangedrongen op openbaarmaking van het rapport. Maar daar wil Broekers-Knol niet aan. Dat zou negatieve gevolgen kunnen hebben voor Al-Showaikh of zijn familieleden, stelt Broekers-Knol, ook al kwam een groot deel van het rapport eind vorig jaar al op straat te liggen. De Inspectie en het ministerie van Buitenlandse Zaken onderschrijven die redenering.

Daar komt volgens de bewindsvrouw bij dat het Vluchtelingenverdrag en Europese regels publicatie van informatie uit een asielaanvraag in de weg staan.

De inspectie heeft alleen gekeken of de IND de asielprocedure juist heeft gevolgd, en niet of Al-Showaikh recht had op asiel. Dat laatste wil Broekers aan de rechter overlaten.