Jaco Geurts: Inkrimpen veestapel niet de oplossing voor alle problemen

Specialist in de Tweede Kamer
CDA-Kamerlid Jaco Geurts. beeld RD, Henk Visscher
2

Over hoeveel varkens hij had, doet hij nooit uitspraken. Maar dat hij iets met landbouw heeft, is duidelijk. „Ik ben op enig moment getrouwd met een boerendochter, en ik zeg weleens grappend: daar is de ellende mee begonnen.” CDA’er Geurts geldt in de Kamer als landbouwspecialist; de gewezen varkenshouder en voormalig lobbyist kent de sector vanbinnen en vanbuiten.

„Nee, dat is te sterk uitgedrukt.” Volgens CDA-Kamerlid Jaco Geurts stempelt zijn tijd als varkenshouder zijn optreden in het parlement niet. „Het is een element in je leven, en de kennis en kunde die je opdoet neem je mee, maar het dreunt niet door in alles wat ik doe.” Toch is er meer wat hij heeft meegenomen uit zijn tijd als boer. Als een van de gevolgen van de MKZ-crisis en het ruimen van hun bedrijf noemt hij „een zekere argwaan jegens de overheid. Toen dacht ik: waarom gaat de overheid zo om met mens en dier?”

In 2012 kwam hij in de Tweede Kamer. Met een missie. „Ik vind gewoon dat de landbouw veel meer respect verdient in de samenleving.”

Op de vraag of hij zichzelf in de Kamer als specialist ziet, antwoordt hij bescheiden: „Hm, ik weet er meer van af dan de gemiddelde Kamercollega. Omdat ik er zelf werkzaam in ben geweest. En ik heb een grote nieuwsgierigheid. Op werkbezoeken vraag ik mensen soms echt de oren van het hoofd.”

Waar zijn drive voor de landbouw vandaan komt? Die zit dieper dan alleen vanuit de tijd dat hij zelf boer was, zegt hij. „Het zit in mijn DNA.”

Waardering

Het stuit Geurts tegen de borst dat er in de samenleving weinig waardering is voor het proces van voedselproductie. Hij spreekt van „arrogantie in de samenleving. Zo van: we gaan naar de supermarkt en daar is toch alles te vinden? Niet wetende dat er ook heel veel zweet aan te pas komt om dat voedsel te produceren. Ik denk dat wij in onze samenleving heel arrogant geworden zijn. Maar misschien is het ook wel onwetendheid. Of we staan er gewoon niet meer bij stil dat er iets meer voor nodig is om ons voedsel in de supermarkt te krijgen.”

Goed of slecht

Niet alleen in de samenleving maar ook in het politieke debat merkt hij zaken op. De CDA’er ziet scherpe tegenstellingen. „Je bent goed of je bent slecht. Maar in de landbouw is niet alles goed of slecht.” Ook noemt hij „het niet meer willen voeren van een dialoog.” Als voorbeeld noemt hij de houding van de Partij voor de Dieren. „De extreemste. Je moet gewoon een veganistische levensstijl hebben; dat betekent geen dieren meer gebruiken ten nutte van mensen. Maar volgens mij is de wereld zo niet geschapen.”

Verder vindt hij dat de overheid zich niet overal mee moet bemoeien. „Leg de verantwoordelijkheid zo dicht mogelijk bij mensen, en probeer niet vanuit het Haagse alles dicht te regelen, want dat lukt je ook niet. Ik denk veel meer dat je mensen ervan moet doordringen dat wat ze doen gewaardeerd wordt, en dat mis ik, met name op landbouw, heel erg.”

Ook stoort hij zich aan de voortdurende roep om verandering, zoals van de kant van de Partij voor de Dieren. „Dan zeggen ze: We hebben het niet rechtstreeks tegen de boeren, maar we zijn het niet eens met de manier waarop dieren worden gehouden. Ja, dan richt je je op boeren, en die voelen dat persoonlijk. Maar dan denk ik: waarom praat je zo over die gezinnen?”

Tot op zekere hoogte is Geurts echter zelf ook voorstander van verandering. Volgens hem is het de overheid zelf die de landbouw heeft geïntensiveerd. Er is wel veel landbouwgrond verdwenen, maar het bijbehorende aantal dieren is niet in die mate afgenomen. Met als gevolg „een aantal extremen”, zoals in Brabant, waar „veel bedrijven bij elkaar zijn gezet. Dat heeft de overheid gedaan, niet de varkensboer.” Geurts neemt het de overheid „in zekere zin” kwalijk.

Liever had hij al veel eerder spreiding gezien. Volgens hem heeft de samenleving de taak en opdracht om samen met boeren naar een oplossing te zoeken. De regeling van warme sanering voor de varkenshouderij noemt hij „een heel mooi voorbeeld.” Op de vraag of de vrijwillige basis van de saneringsregeling een eis van zijn kant was, moet hij glimlachen. „Dat is een goeie vraag. Ik vind het wat moeilijk om dat zo te duiden. Het is natuurlijk een samenspel van een aantal partijen die bij elkaar zitten. Maar ik ben niet zo van het dwingende kader.”

Een ander heikel punt in de discussie over verandering in de landbouw kan niet onbesproken blijven: inkrimping van de veestapel. „Daar gaat de discussie altijd heel snel naartoe. Sommige dingen leiden ergens toe. Door minder landbouwgrond krijg je uiteindelijk ook minder dieren, alleen heeft de overheid daar haar ogen wat voor gesloten.” Volgens Geurts worden er nu echter stappen gezet, „op een nette manier.”

Extremer

In het debat wordt alles „heel simpel gemaakt”, stelt hij. „Als we minder dieren hebben in Nederland, zijn alle problemen opgelost. En daar geloof ik niet in. Het is door de jaren heen wel veel extremer geworden.” Hij vindt dat „alle wet- en regelgeving erop gericht is dat je meer dieren moet gaan houden om daaraan te kunnen voldoen. Daar zal meer evenwicht in moeten komen, anders gaat het niet goed.”

De CDA’er is naar eigen zeggen bereid het inhoudelijke gesprek over inkrimping aan te gaan, maar is tegelijkertijd beducht voor doorslaan. „Want wie gaat dan zo meteen het veenweidegebied onderhouden, als je zegt dat alle dieren eruit moeten verdwijnen?”

Rust

Geurts mag zich dan soms druk maken, hij ervaart ook rust. „Alles in afhankelijkheid van Hem”, is er op de website van de Tweede Kamer bij zijn naam te vinden. „Eigenlijk stempelt dat alles”, zegt hij. „Omdat ik als geen ander weet dat je als mens wel iets kunt vinden, maar er altijd een God is Die alles bestuurt. Ik geloof echt in leiding in mijn leven; dat ik op plekken ben gezet waar ik heen moet. Het geeft ook rust dat er een leven na dit leven is.”

Op de site van het parlement schrijft Geurts verder: „Ik ga niet de Bijbel citerend de wereld rond, maar het evangelie is voor mij wel een belangrijk richtsnoer.” Wat daarachter zit? „Ik denk dat ik in mijn leven door de tijd heen te veel mensen ben tegengekomen die op zondag vroom naar de kerk gaan, maar daar doordeweeks toch niet helemaal naar handelen.” Dat heeft hem gevormd, zegt hij. „Door je handelen moet blijken dat je een gelovig mens bent.”

Op de vraag of hij na zijn Kamerlidmaatschap weer teruggaat in de varkenshouderij antwoordt hij: „Ik sluit niks uit, maar het wordt wel steeds moeilijker. Ik word ouder, en je moet tegenwoordig vrij forse bedrijven runnen; wil ik dat nog?” Even later lijkt hij toch bijna iets uit te sluiten. Of hij er rekening mee houdt dat hij ooit bewindspersoon wordt? „Nee. Dat is totaal niet wat ik ambieer. Volksvertegenwoordiger is het mooiste wat je kunt bereiken.”

„CDA heeft enorme oogkleppen op”

PvdD-Kamerlid Esther Ouwehand neemt geen blad voor de mond. Tegenover het Algemeen Dagblad noemde ze het CDA vorig jaar „nog altijd onze aartsvijand.”

Ook nu is ze stevig in haar oordeel. „Ik vind het niet fair om boeren voor te spiegelen dat er nog stikstofruimte is, terwijl die er niet is; dat er nog wel ruimte is om de klimaatdoelen te halen zonder de veestapel in te krimpen. Boeren zijn druk, zijn de hele dag aan het werk en hebben geen tijd om al die rapporten te lezen en de politieke debatten te volgen. Ik vind dat je een dure plicht hebt om, juist als je het opneemt voor de landbouw, eerlijk te zijn. Ja, en daar zie ik het wel mislopen.”

De landbouwwoordvoerder van de Partij voor de Dieren ziet haar CDA-collega echter zeker als specialist. Ze zegt het te waarderen als iemand ervoor kiest zich te specialiseren. „Hij maakt er echt werk van, dat waardeer ik.”

Wat inhoud betreft vindt Ouwehand het moeilijker om waardering uit te spreken. Geurts’ visie omschrijft ze als een „te veel blijven hangen in de belangen van dit moment. Ik denk dat boeren het verdienen dat we verder vooruitkijken, en een langetermijnperspectief schetsen. En dat we ook de tijd ervoor nemen, zodat boeren die transitie kunnen meemaken. Maar je moet wel helder zijn over wat wel en wat niet houdbaar is.”

Inkrimping van de veestapel noemt ze een groot taboe bij het CDA. De partij heeft volgens haar „enorme oogkleppen op. Ik denk dat de heer Geurts het heus wel weet; hij is specialist genoeg. Maar je moet niet alleen specialist zijn, je moet ook politieke keuzes durven maken.”

Volgens Ouwehand zou de Nederlandse veestapel „zeker de helft” kleiner moeten zijn. Op basis van een doorrekening van de rechterlijke uitspraak rond stikstof zou het volgens haar zelfs gaan om 70 tot 75 procent.

Overeenstemming over de langetermijndoelen is een voorwaarde om compromissen te kunnen sluiten, stelt het PvdD-Kamerlid. „Fors minder dieren, fors minder landbouwgif, fors minder kunstmest. Maar als je niet respecteert wat wetenschappelijk gezien een gegeven is, dan vallen er weinig compromissen te sluiten. Zover is het CDA nog niet, dus ik wacht tot hun het licht opgaat, en dan kunnen we verder.”

Dat ze de partij als „aartsvijand” bestempelt, wijst vooral op een politieke tegenstelling, verzekert Ouwehand. „Achter de schermen zijn we gewoon collegiaal.”

Wie is Jaco Geurts en wat bereikte hij?

Jaco Geurts (1970) is sinds bijna zeven jaar Tweede Kamerlid voor het CDA. Daarvoor was hij actief in de gemeenteraad van Barneveld. Zijn vader ging hem voor als politicus, maar voor een andere partij: de RPF. Gedurende een korte periode zaten vader en zoon tegelijk in de Barneveldse raad.

Geurts deed de mbo-opleiding werktuigbouwkunde en studeerde daarna voor rentmeester. Voor hij in de Kamer kwam, werkte Geurts in de machinebouw en later als varkenshouder. Geurts schopte het –naast zijn werk als varkenshouder– tot lobbyist voor de varkenshouderij in onder meer Den Haag en Brussel. Recent, na het vertrek van CDA-leider Sybrand Buma, werd hij fractiesecretaris.

Over zijn verdiensten als Kamerlid spreekt hij niet zo graag. Desondanks noemt hij zijn inzet voor het verdienmodel van boeren, een initiatiefnota van hem en ook de zogenaamde voedselscheidsrechter. „Dat mocht dan niet zo heten, maar het staat nu natuurlijk wel in het regeerakkoord, en wordt nu wel in wet- en regelgeving vormgegeven. Ja, daar ben ik trots op.”

serie

Specialist in de Tweede Kamer

Dit is het derde deel in een serie artikelen over Kamerleden die bij uitstek deskundig zijn op één bepaald terrein. Een politieke tegenstander vertelt hoe hij het optreden van het betreffende Kamerlid ervaart.