Fusie van groep-Krol met fractie-Otten valt niet uit te leggen

Henk Otten, beeld ANP, Phil Nijhuis.

Dat Krol en Otten samen één partij gaan vormen, kan kort, héél kort tot vreugde stemmen. Want minder versnippering. Daarna dringt zich een ander oordeel op: het verlies is groter dan de winst.

Het politieke krachtenveld aan het Binnenhof is versplinterd. Is dat erg? In elk geval maken de vijftien fracties die de Kamer nu telt de besluitvorming trager en het politieke spel onoverzichtelijker.

Zo bezien zouden we het moeten toejuichen dat maandag twee Henken, te weten Kamerlid Krol en senator Otten, aankondigden samen één partij te gaan vormen. Dat maakt de versnippering in het parlement net wat minder.

Om het weer even op een rij te zetten: Krol is de man die ooit voorlichter was van de VVD, die later boegbeeld werd van 50PLUS en die nu samen met Van Kooten-Arissen, ex-PvdD, een aparte groep vormt in de Kamer.

Henk Otten is medeoprichter van FVD. Hij kwam voor die partij in de Eerste Kamer, maar werd al snel uit de fractie gezet. Momenteel vormt hij met kompaan De Vries de fractie-Otten.

Nogmaals, als deze politici zich aaneensluiten, ruimt dat aan het Binnenhof lekker op. Toch is bij deze fusie, bezien vanuit kwaliteitscriteria van de democratie, het verlies groter dan de winst.

Ja, het speelveld wordt getalsmatig overzichtelijker. Inhoudelijk echter neemt door de capriolen van Krol en Otten de verwarring en chaos alleen maar toe.

Het valt immers amper uit te leggen welk raakvlak er is tussen het programma van FVD, waar Otten ooit voor tekende, en dat van 50PLUS. Om nog maar niet te spreken van de kloof die er gaapt tussen het programma van de PvdD, dat Van Kooten altijd bleef onderschrijven, en dat van Ottens partij GO.

Is, onaardig gezegd, de meest opvallende overeenkomst tussen deze politici niet hun vaardigheid in ruzies verzeild te raken? Hoe Ottens visie op migratie en asiel te rijmen valt met die van de zeer inclusief denkende Van Kooten, is een raadsel. Zoals het ook een mysterie is hoe de klimaatscepsis van de één zich laat verzoenen met het planeetcentrale denken van de ander.

Terug naar de versplintering. Tot nog toe konden welwillende journalisten en politicologen overeind houden dat die in zekere zin zo erg niet is. Elke partij voegt immers wel weer een eigen, onderscheiden accent toe aan het politieke debat. DENK splitste zich af van de PvdA, maar verrijkte daarmee wel het palet. FVD lijkt op de PVV, maar mobiliseert andere kiezers.

Maar als burgers nú zouden vragen wat het allegaartje van de begin deze week aangekondigde partij toevoegt aan wat in Den Haag al bestaat, staat elke Binnenhofwatcher met een mond vol tanden. Of hij roept met wijlen Wim Kok uit: „Wie het weet, mag het zeggen.”