El Boujoufi (CMO): Meeste moskeeën houden de eigen broek op

El Bouijoufi (CMO), beeld ANP, Lex van Lieshout.

Een zeer ruime meerderheid van de circa vijfhonderd moskeeën in Nederland, „veel meer dan 90 procent”, houdt in financiële zin de eigen broek op.

Dat zei Ahmed Driss el Boujoufi (75), vice-voorzitter van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO), woensdag tegen de parlementaire ondervragingscommissie naar ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen. De meeste moskeeën financieren zichzelf door donaties van de eigen moskeegangers, aldus El Boujoufi.

De Marokkaanse Nederlander („Ik woon al 54 jaar in dit land”), reisde zelf in 1984 al naar Saudi-Arabië om geld in te zamelen voor de bouw van een moskee. „Maar ik klopte aan bij rijke personen, niet bij instanties of bij de overheid. Aan die giften waren totaal geen voorwaarden verbonden.”

Inmiddels worden zo’n tien tot twaalf moskeeën in Nederland gefinancierd door geldstromen uit onvrije staten, aldus El Boujoufi. In enkele daarvan is sprake van invloed op het beleid van de moskeeën; invloed die deze staten eisen in ruil voor hun donaties, zei de CMO-voorzitter.

Hij gaf tegenover de ondervragingscommissie toe dat bij de radicalisering van moskeeën en bij toenemende invloed vanuit het buitenland moslimbekeerlingen soms een grote rol spelen. Door contacten met bijvoorbeeld Golfstaten „proberen zij aanzien te krijgen.” Bovendien hebben zij bij Nederlandse moslims gezag doordat zij de Nederlandse samenleving en regels goed kennen.

In het algemeen gesproken is het de jongere generatie moslims die financiering vanuit onvrije landen bevordert. De oudere generatie hecht eraan zelf grip te houden op hun moskee, aldus El Boujoufi. Dat oudere Nederlandse moslims zich bedreigd voelen door de jongere generatie, ontkent hij. „Bij de ouderen bestaan zorgen. Angst is een te groot woord.”