Eerste SGP-lijsttrekker: Spreken, dat ken ik niet

100 jaar SGP
B. Lemans, voormalig SGP-lijsttrekker, ging niet graag op de foto, maar bij deze gelegenheid –toen zoon Bernhard in 1935 in Heteren in het huwelijk trad– ontkwam hij er niet aan. beeld fam. Lemans
2

De eerste SGP-lijsttrekker was zo onbekend dat zijn naam in de advertenties verkeerd werd gespeld. Het is de vraag hoeveel leden van het pasverkozen hoofdbestuur de bakker uit het verre Vriezenveen hebben gekend. Waarschijnlijk niemand: hij was binnengehaald door een Rijssense ouderling die niet in het hoofdbestuur zat.

B. Lemans, heette de 53-jarige lijstaanvoerder tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 1918. Tijdens de –zeer beperkte– campagne werd hij als Leemans opgevoerd. Na 1918 heeft hij nooit meer op de landelijke lijst gestaan, en dat gold ook voor de enige andere kandidaat, P. Gijze (40) uit Rotterdam. Die was wél bekend: hij kerkte in de gereformeerde gemeente aan de Boezemsingel en behoorde er met partijvoorzitter ds. G. H. Kersten tot de oprichters van de schoolvereniging: ds. Kersten werd in 1912 voorzitter, Gijze secretaris.

Hoe Lemans op de eerste plaats van de SGP-lijst terechtkwam? Niet door zijn redenaarstalent; hij was een man van weinig woorden. Kamerlid wilde hij ook helemaal niet worden; hij bewilligde pas toen niemand anders op zo’n korte termijn beschikbaar bleek. Lemans’ naam werd in de aanbevelingsbrief van het Rijssense raadslid A. Baan juist gespeld, maar dat nam het hoofdbestuur niet over.

Geen spreker

Campagnevoeren deed lijsttrekker Lemans niet of nauwelijks, ontdekte historicus prof. dr. F. A. van Lieburg tijdens recent onderzoek. Lemans werd uitgenodigd te spreken tijdens een bijeenkomst van de kieskring Kampen, maar antwoordde dat hij alleen als luisteraar wilde komen: „U moet niet op spreken rekenen, want u weet wel, dat ken ik niet.”

Hij wist ook niet wat hij precies moest aanvallen of verdedigen, want van „de grondslagen waar de G.S.P. op rust” had hij alleen nog maar een gerucht vernomen via raadslid Baan, die hem had overgehaald zich kandidaat te stellen.

Als Lemans nu al niet wilde spreken, hoe moest dat dan straks in het parlement, vroeg hoofdbestuurslid ds. J. van der Vegt zich af, en hij wees Lemans daar ook op: „Dan is het uw roeping de beginselen der Partij te verdedigen in die vergadering, waarin de Hagarenen en Amelekieten den boventoon hebben.”

Lemans hoefde echter niet naar de Amalekieten: de SGP haalde de kiesdeler niet en Lemans bleef brood bakken in Vriezenveen. Voor de partij was dat misschien maar goed ook, veronderstelt Van Lieburg. De SGP was de strijd ingegaan onder ‘leiding’ van een lijsttrekker die niet kon spreken, of het in elk geval niet wilde, en er mogelijk ook weinig van gebakken zou hebben. Het wachten was op een bekwamere aanvoerder.

Landelijk werd het SGP-lijsttrekkerschap in 1922 overgenomen door ds. Kersten, provinciaal werd Lemans nog wel gekandideerd: in 1919 en 1923 op de tweede plaats bij de Statenverkiezingen in Overijssel, in 1931 op de zevende.

In het kerkelijke maakte Lemans meer wisselingen mee, zegt Van Lieburg. Barend Lemans (1864-1938) werd gedoopt in de kleine afgescheiden gemeente waarvan zijn vader ambtsdrager was. De gemeente was van 1851 tot 1885 herderloos, werd daarna bediend ds. M. Ouendag en raakte vervolgens weer vacant tot 1922. Intussen werd ze door kerkfusie een christelijke gereformeerde kerk in 1869 en een gereformeerde kerk in 1892.

Barend trouwde in 1893 met Femia Maria Volkers, die hij in Zwolle had leren kennen toen hij daar het bakkersvak leerde. Zijn huwelijk was vermoedelijk de reden waarom hij naar de hervormde gemeente overging. Hij deed er tussentijds belijdenis. Op 5 maart 1893 hadden al 59 personen belijdenis afgelegd, waarna later in dat jaar werd genoteerd: „In tegenwoordigheid van de ouderlingen H. Jansen en H. Eshuis is nog op den 23 november aangenomen en den 26 november 1893 bevestigd als lidmaat door den Predikant Joh’s Oosterhuis no 60 Barend Lemans (indertijd gedoopt bij de Chr. Gereformeerden of Afgescheidenen).”

Later behoorde Lemans tot de hervormde evangelisatie, in 1907 gevormd rond godsdienstonderwijzer W. van Leeuwen. De kerkgangers lieten hun kinderen wel in de hervormde gemeente dopen. A. Folbert maakte daartegen in 1927 bezwaar, kwam in contact met de Gereformeerde Gemeenten en in 1933 leidde ds. J. Fraanje de institueringsdienst. Lemans werd voorzanger.

Vriezenveen heeft een Barend Lemansstraat, maar die is vernoemd naar zijn kleinzoon: wethouder in het Twentse dorp, rond zijn 45e jaar overleden tijdens de festiviteiten bij het 600-jarig bestaan van de nederzetting Vriezenveen in 1969.