D66-Kamerlid Bergkamp: Vrouwen mogen in vrijheid kiezen, ook voor zorg of kinderen

Specialist in de Tweede Kamer
D66-Kamerlid Bergkamp. beeld RD, Henk Visscher
2

D66-Kamerlid Vera Bergkamp staat in en buiten de Tweede Kamer bekend als een homorechtenactiviste. Steeds weer snijdt ze andere thema’s aan op het terrein van emancipatie. En daar bijt ze zich dan als een terriër in vast. Wie is deze politica en waar komt haar gedrevenheid vandaan? En hoe kijkt ze aan tegen eenverdieners?

Bergkamp groeide op in Amsterdam en woont daar nog steeds. „Den Haag is mooi, mijn werk is prachtig, maar in Amsterdam kom ik thuis.” Ze kijkt terug op een mooie jeugd: „Mijn ouders hebben me op de goede manier aangespoord, maar ook de ruimte gegeven om zelf te kiezen. Ik was vroeger bescheiden, zelfs een beetje verlegen.”

Speelde christelijk geloof thuis een rol?

„Mijn ouders lieten me vrij. Als ik een spannend proefwerk moest maken, zei mijn moeder wel: „Ik brand wel een kaarsje voor je.” Dat had ze meegekregen vanuit haar opvoeding. Dat vond ik fijn. Mijn ouders waren niet kerkelijk meelevend. Dat geldt ook voor mij. Maar ik geloof wel dat er meer is tussen hemel en aarde. Maar wat dat precies is, weet ik niet. Het kan ook de kracht van de natuur zijn.

Ik heb natuurlijk ook vragen. Waar komen we vandaan? Wat betekent de eindigheid van het heelal en van de tijd? Ik hoef in het leven niet op alle vragen antwoord te hebben. Ik verwonder me wel. Ik keek laatst met veel belangstelling naar een mooie rode klaproos en dacht: Wauw, wat is dit gaaf; die kleuren, wat is de natuur mooi.”

Waar komt u gedrevenheid voor het emancipatiebeleid vandaan?

„Al op jonge leeftijd werd ik verdrietig van onrecht. Ik vond het bijvoorbeeld nooit leuk als kinderen werden gepest. In mijn puberteit raakte mij een documentaire over een transgender die door mensen in zijn omgeving werd bespot. Dat vond ik vreselijk. Later ontwikkelde zich de gedachte dat je persoonlijke vrijheid het grootste goed is dat je hebt. Je mag zijn wie je bent.

Geschiedenis was een van mijn favoriete vakken op school. Dan kom je te weten dat we als mensen elkaar vreselijke dingen hebben aangedaan. Daar moeten we van leren. De politiek moet daarin ook zijn verantwoordelijkheid nemen.”

Moet er in uw ogen nog meer gebeuren op het terrein van emancipatie?

„Zeker. Emancipatie is een werkwoord. Er ligt nog een initiatiefwetsvoorstel om in artikel 1 van de Grondwet op te nemen dat mensen met een handicap en mensen met een andere seksuele gerichtheid dan de heteroseksuele, gelijke behandeling verdienen.

Verder maak ik me grote zorgen over de veiligheid op straat voor minderheden. Ik trek dat breder dan alleen de lhbti-gemeenschap. Ik denk bijvoorbeeld aan de onlangs gehouden actie tegen antisemitisme. Ik vind het verschrikkelijk dat Joden niet gewoon met een keppeltje over straat kunnen lopen en dat ze zichzelf niet kunnen zijn. Ik ga pleiten voor speciale rechercheurs die aangiften tegen discriminatie opnemen.”

Er komen krachten los tegen doorgeslagen emancipatiedenken. Wat vindt u daarvan?

„Minister Van Engelshoven van Onderwijs maakt daarover tijdens een commissievergadering over emancipatie enkele weken voor het reces, enkele rake opmerkingen. Er zijn steeds meer conservatieve krachten werkzaam die verworvenheden over zelfbeschikking ter discussie stellen. Ik sta voor handhaving van de verworven rechten.”

Is het niet belangrijk dat na een tijd waarin individuele rechten vrij baan kregen, nu meer aandacht wordt gevraagd voor de gemeenschap?

„Ik zie daar geen tegenstelling in. Een individu zonder samenleving is niets en dat geldt ook voor een samenleving zonder individuen. Als het gaat over gelijke rechten en zelfbeschikking moeten we niet terug in de tijd. Maar ik vind het wel goed dat we het debat daarover blijven voeren.”

U pleit ervoor dat alle barrières tegen het opbouwen van carrières verdwijnen. Wat vindt u ervan dat SP-Kamerlid Nine Kooiman koos voor haar kind en niet voor de Kamer?

„Ik mis Nine Kooiman in de Tweede Kamer; het was een fijne collega. Zij gaat over haar eigen keuzes. Als ze vindt dat het werk in de Kamer niet te combineren is met de opvoeding van haar kind, dan mag ze daarvoor kiezen. Daar heb ik ook niets van te vinden.

Carrière maken vind ik belangrijk. Maar ik ga niets opleggen. Ik vind dat vrouwen daar in vrijheid voor mogen kiezen. Ik heb er respect voor als vrouwen in vrijheid die keuze niet maken en kiezen voor mantelzorg of de zorg voor kinderen.

Ik maak me wel bezorgd over zo’n 50 procent van de vrouwen die financieel afhankelijk is van hun partner. Als ze dan gaan scheiden, komen ze in miserabele omstandigheden terecht.”

De overheid stimuleert door subsidies sterk dat vrouwen de arbeidsmarkt op gaan.

„Dat is zo, maar dat heeft te maken dat die overheid graag die financiële onafhankelijkheid ziet. Dat is in het belang van de vrouw en van de eventuele kinderen. Dus geen dwang. Voor D66 staat de persoonlijke vrijheid van burgers -ook op dit thema- hoog in het vaandel.”

Maar de overheid zet de eenverdiener wel op afstand. Die moet in sommige gevallen wel tot zesmaal meer belasting betalen als twee partners die beiden werken.

„Dat vind ik een vraag die op het terrein van Sociale Zaken ligt. Vanuit emancipatieperspectief zet ik me onder meer in voor gelijke beloning tussen mannen en vrouwen als ze hetzelfde werk doen.”

Is het niet belangrijker voor de toekomst van onze samenleving dat ouderparen kiezen voor de opvoeding van de komende generatie en minder voor het maken van carrière?

„Ik zie dat niet als een tegenstelling. Het is heel persoonlijk. Mensen mogen zelf kiezen. Soms kiezen mensen voor carrière, soms voor kinderen, soms voor allebei. Het een is niet hoger dan het andere.”

U lijkt weinig begrip op te kunnen brengen voor mensen die vanwege hun geloofsovertuiging stellen dat homoseksualiteit zonde is en daarom kiezen voor seksuele onthouding. Of heeft u daar ook respect voor?

„Als het gaat over volwassenen, heb ik dat zeker. Zij kunnen in vrijheid een keuze maken. Daar treed ik niet in. Ik maak me wel zorgen over kinderen. Als tegen hen wordt gezegd: „Je mag het wel zijn, maar niet doen”, dan vind ik dat lastig. Dat leidt in sommige gevallen tot grote problemen.”

Als jongeren opgroeien in een kerkelijke gemeenschap waarin ze op grond van de Bijbel de uitleving van homoseksualiteit als zondig zien, dan raken ze daar van jongs af aan mee vertrouwd.

„Dat klopt. Daar heb ik het uitvoerig met SGP-voorman Kees van der Staaij over gehad en we waren het er samen over eens dat voor deze jongeren meer pastorale zorg moet zijn.”

„Mensbeeld D66’er eendimensionaal”

Bisschop.  beeld ANP, Remko de Waal

SGP-Kamerlid Roelof Bisschop kruist tijdens debatten over het emancipatiebeleid regelmatig de degens met zijn D66-collega Bergkamp. Hij waardeert haar hoffelijkheid en vriendelijkheid in en buiten het debat. „Dat is een vorm van professionaliteit die ik op prijs stel. Je kunt het op een respectvolle manier oneens zijn met Bergkamp.”

Volgens de SGP’er houdt de D66’er zich „grondig, intensief en gedreven” met het emancipatiedossier bezig. „In die zin mag ze zich wel een specialist noemen. Ik ben zelf een generalist. Dat moet ook wel als je deel uitmaakt van een kleine fractie.”

In de ogen van Bisschop laat Bergkamp zich regelmatig te veel op sleeptouw nemen door de belangenclubs van de lhbti-gemeenschap. „Als je de teksten van Bergkamp en haar medestanders in het emancipatiedossier goed leest, dan kom je regelmatig frases tegen die ook in brieven en mails van de homobelangenclubs staan.”

Bisschop vindt dat collega-Kamerleden die zich sterk vereenzelvigen met een bepaald dossier, ook oog dienen de hebben voor de schaduwkanten van het specialisme. Op dat punt kan Bergkamp volgens de SGP’er nog wel wat leren: „Tijdens een van de laatste commissievergaderingen over het emancipatiebeleid heb ik naar voren gebracht dat verschillende burgers die geslachtsveranderende operaties ondergingen, spijt hebben. Dat zijn geen grote aantallen, maar ik vind wel dat de politiek –en dus ook D66– daar oog voor moet hebben. Kennelijk denken mensen hier en daar toch te gemakkelijk over dergelijke veranderingen van het menselijk lichaam.”

Bisschop kwam stevig in aanvaring met zijn D66-collega tijdens de verdediging van haar initiatiefwet om discriminatie van gender, genderexpressie en geslachtskenmerken te verbieden.

„Als het gaat om zaken als landbouw en onderwijs, kunnen we met D66’ers op onderdelen nog wel eens een deal sluiten, maar op dit thema staan onze meningen haaks op elkaar.”

Bergkamp heeft naar de mening van Bisschop „een te eendimensionaal mensbeeld. Ze vindt dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn. Dat klinkt sommigen misschien wel leuk in de oren, maar dat is geen basis om een samenleving mee vorm te geven. Dat is een te individualistische benadering. De mens is een sociaal wezen die onderdeel uitmaakt van gemeenschappen. Vrijheid is niet normatief, maar kent ook begrenzingen.”

Bergkamp: wie is ze en wat bereikte ze?

Vera Alida Bergkamp (1971) heeft een vader van Marokkaanse komaf die ondertussen ook de Nederlandse nationaliteit heeft. Haar Nederlandse moeder kreeg een rooms-katholieke opvoeding. Vera studeerde onder meer bestuurskunde. Sinds 20 september 2012 is zij lid van de Tweede Kamer namens D66.

Tussen 2010 en 2012 was ze voorzitter van de homobelangenorganisatie COC en zat ze in de stadsdeelraad Amsterdam-Centrum. Ze woont samen met haar vrouw.

Mede door Bergkamp is in de kerndoelen voor het primair en voortgezet onderwijs opgenomen dat er lesgegeven moet worden over seksuele diversiteit.

Ze was ook indiener van de initiatiefwet die de enkele feitconstructie in de Algemene wet gelijke behandeling schrapte.

Onlangs werkte ze mee aan een initiatiefwetsvoorstel voor een expliciet verbod op discriminatie van transgenders en personen die zich geen man of vrouw voelen. De Tweede en Eerste Kamer zijn daarmee akkoord gegaan.

zomerserie Specialist in de Tweede Kamer

Dit is het eerste deel in een serie artikelen over Kamerleden die bij uitstek deskundig zijn op één bepaald terrein. Een politieke tegenstander vertelt hoe hij het optreden van het betreffende Kamerlid ervaart.