‘Aftapwet’ bezig met laatste horde

De veelbesproken ‘aftapwet’ is dinsdag bezig aan de laatste horde in de Eerste Kamer. De inlichtingendiensten moeten door het voorstel ruimere toegang krijgen tot informatie via de kabel.

Hoewel de verwachting is dat de partijen zullen instemmen, zijn er tegelijkertijd nog veel vragen en zorgen over de wet. Thom de Graaf van D66 wijst er bijvoorbeeld op dat er forse kritiek is op het toezicht op de nieuwe bevoegdheden. Dat zou onvoldoende effectief zijn.

Ook Mirjam Bikker van de ChristenUnie plaatst vraagtekens bij dit toezicht, de reikwijdte van de wet en ook de termijn dat gegevens bewaard mogen worden. SP-Kamerlid Frank Köhler vindt de aantasting van de privacy van burgers simpelweg te ver gaan. VVD, PVV en CDA sowieso voor.

De diensten willen de nieuwe bevoegdheden het liefst zo snel mogelijk. De oude inlichtingenwet is van 2002. Door technologische ontwikkelingen voldoet die niet meer. De bulk van de informatie loopt tegenwoordig via de kabel.

De nieuwe wet maakt het voor de AIVD en MIVD mogelijk om grote hoeveelheden internetverkeer via de kabel af te tappen. Gegevens die relevant zijn, mogen drie jaar worden bewaard. De rest wordt vernietigd. Ook is de uitwisseling van gegevens met inlichtingendiensten van andere landen geregeld in de nieuwe wet.

Hoewel vrijwel iedereen het erover eens is dat de huidige wet toe is aan vernieuwing, is er ook kritiek op de potentieel grote schaal waarop communicatie onderschept kan worden. „Surveillance op deze schaal hoort in een vrije samenleving als Nederland niet thuis”, zegt bijvoorbeeld David Korteweg van privacyorganisatie Bits of Freedom.