Tweede ballingschap voor Bulgaarse koning Simeon

Koning Simeon tijdens een persconferentie in 2005 bij zijn afscheid als minister-president. beeld AFP, Valentina Petrova
3

Simeon Sakskoburggotski –oftewel Saksen-Coburg en Gotha– bereidt zich voor op een nieuwe ballingschap. De Bulgaarse regering wil hem namelijk ook zijn laatste eigendom, het Vrana-paleis in Sofia, weer afnemen. Simeon II, de laatste tsaar van de Bulgaren, heeft vorige maand een eerste rechtszaak om Vrana verloren.

De vroegere vorst gaat in beroep tegen de uitspraak en wacht ondertussen ook op het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM), dat eerder dit jaar een klacht van de koning en zijn zus Marie Louise in behandeling nam over het afpakken van meer paleizen en land.

„Ik begrijp niet dat deze acties worden gevoerd”, heeft Simeon (81) bij herhaling verzucht. Hij heeft ook wel gelijk. In 1992 werd een verstrekkende wet aangenomen die Bulgaren het recht gaf om door het communistische bewind onteigend bezit terug te vorderen. Een aantal jaren later kreeg ook Simeon, die in 1943 als zesjarig jongetje op de troon was gekomen en in 1946 met zijn familie uit Bulgarije was verjaagd, een deel van de voormalige koninklijke bezittingen terug. Daar was wel wat gemor over, maar Simeon had een lijstje in zijn bezit waarop de communisten aan zijn moeder precies opgaven wat ze van het koningshuis hadden ingepikt. Het grondwettelijk hof bepaalde in 1998 dan ook dat „de burgers” Simeon en Marie Louise in aanmerking kwamen voor restitutie, onder meer van het Vrana-paleis.

Koning werd premier

Niet lang daarna echter stak Simeon op een voor een koning –hij heeft nooit afstand gedaan van de troon, maar herstel van de monarchie is geen prioriteit– ongebruikelijke wijze zijn nek uit. Hij richtte de Nationale Beweging Simeon II op, die in 2001 verrassend de parlementsverkiezingen won. De koning, die tijdens de jaren van ballingschap in het zakenleven had gewerkt, werd daarop premier. „Het was niet correct om een ander het werk te laten opknappen en als een soort goeroe vanaf de zijkant toe te kijken. Ik moest in het diepe springen en ik heb daar persoonlijk een zware prijs voor moeten betalen”, vertelde Simeon een aantal jaren geleden tijdens een interview in het Vrana-paleis.

Die prijs was het verlies van zijn neutraliteit als tsaar, zoals de koningen der Bulgaren zich lieten noemen. Simeon, die vijftig jaar minus drie maanden in ballingschap had gewoond, stond niet langer boven de partijen, maar kwam midden in de politieke arena terecht. Een koning heeft een symboolfunctie, een premier dient als schietschijf. Hij had de Bulgaren ietwat naïef beloofd hun levensomstandigheden binnen 800 dagen te verbeteren. Die belofte was niet alleen moeilijk meetbaar, maar ook onmogelijk waar te maken. „Misschien heb ik, komende uit de private sector, de mogelijkheden en wil om te moderniseren op regeringsniveau overschat”, zei hij in een terugblik. Hij vond dat de Bulgaren een knop moesten omzetten, hun „interne chip” moesten resetten om een eind te maken aan het gebrek aan innovatief denken en de onwil om nieuwe dingen te omarmen. Maar dat vonden velen maar aanmatigend.

Aanklacht

Simeon was vier jaar premier en zijn beweging regeerde ook in de daaropvolgende regeringsperiode mee, nota bene samen met de voormalige communistische partij, hetgeen de koning door veel Bulgaren ook niet in dank werd afgenomen. Bij de verkiezingen in 2009 was Simeon bijna zijn hele aanhang kwijt en stapte hij uit de politiek. Hij had Bulgarije lid zien worden van de Europese Unie en de NAVO, en de economie zien groeien. Maar dat telde niet meer.

Op dat moment begon ook de vendetta. De nieuwe machthebbers stelden de teruggave van koninklijk privébezit ter discussie en legden een moratorium op: Simeon en Marie Louise mochten en mogen er niets mee doen totdat er opnieuw naar is gekeken en er een wet is die de zaak regelt.

Uit het paleis

„Dat was negen jaar geleden. In al die tijd is niets gebeurd. Dat privébezit ter discussie wordt gesteld, is vreemd en kwalijk”, aldus de koning, die ten einde raad naar het hof in Straatsburg stapte om zijn recht te halen. Dat bracht eerder dit jaar de vreemde situatie met zich mee dat Simeon enerzijds was gevraagd om Bulgarije te adviseren over het tijdelijke en roulerende voorzitterschap van de EU, en aan de andere kant de staat aanklaagde. Het EHRM vroeg beide partijen in april in eerste aanleg om binnen vijf maanden tot een oplossing te komen, maar omdat er zo veel politieke gevoeligheden zijn, is er nog niets bereikt.

Sterker nog, de rechtbank in Sofia heeft nu ook bepaald dat de koning en zijn zus het Vrana-paleis moeten ontruimen. De eis dat ze voor de jaren dat ze het hebben gebruikt, huur moeten betalen, werd weliswaar afgewezen, maar Simeon is inmiddels zo gefrustreerd dat hij vorige week bij de herdenking in het Rila-klooster van de 75e sterfdag van zijn vader, tsaar Boris III, sprak over de mogelijkheid van een tweede ballingschap als hij als enige Bulgaar geen recht heeft op restitutie en eigendom.