Pandemie bedreigt bestaanszekerheid

Column Gerhard Hormann
Snel gewend aan mondkapje in Duitsland. beeld AFP, Ina Fassbender

Afgelopen week was ik op vakantie in Duitsland. Sindsdien vraag ik me af waarom hier nog geen mondkapjesplicht geldt in de supermarkt.

Helemaal aan het begin van de pandemie, noteerde ik op sociale media wat in het kielzog van het virus te verwachten viel aan secundaire effecten. Niet lang daarna werd ik op mijn wenken bediend, want de zomer van 2020 stond in het teken van dezelfde sociale onrust die ik daarbij als eerste noemde. Als ik heel eerlijk ben, moet ik zelfs toegeven dat de omvang van die maatschappelijke onvrede me heeft overrompeld.

Alleen al om die reden was het een verademing om er een weekje tussenuit te zijn, weg van het wereldnieuws en die stapel ochtendkranten op de deurmat. Je hoeft maar heel even één landsgrens te overschrijden en je bekijkt de landelijke politiek en de publieke opinie vanuit een ander perspectief. Reizen relativeert en voedt je geest met verse indrukken en nieuwe inzichten.

Zo wist ik van tevoren al dat het in Duitsland verplicht was een mondkapje te dragen in de supermarkt. Wat ik echter niet kon vermoeden is de snelheid waarmee je jezelf die gewoonte eigen maakt en de vanzelfsprekendheid waarmee je deze richtlijn oppakt. Na het desinfecteren van het boodschappenkarretje, neem je het opgevouwen mondkapje uit je broekzak alsof je nooit iets anders hebt gedaan.

Wellicht valt er van alles af te dingen op de doelmatigheid van papieren mondkapjes uit de drogisterij die je ontelbaar vaak hergebruikt, maar het herinnert je er elke keer weer aan dat de pandemie nog niet achter de rug is. Doordat iedereen schijnbaar zonder morren een mondkapje draagt bij het inkopen doen, accepteer je het schouderophalend als een verstandige maatregel en een vanzelfsprekendheid.

Datzelfde geldt wanneer je op een terras iets te drinken of te eten bestelt. Na twee keer ben je er helemaal aan gewend dat je tegelijk met de menukaart een klembord aangereikt krijgt met een formulier waarop je je personalia moet invullen. Ook daarvoor geldt dat het een kleine moeite is en een bescheiden bijdrage aan het indammen van een nieuw virus dat telkens weer onaangename verrassingen in petto heeft.

Na thuiskomst voelde het de eerste dagen zelfs onwennig en onveilig dat mensen hier niet overal met een mondkapje hun inkopen doen. Nog bevreemdender is de aanzwellende kritiek van een groeiende groep ontevredenen dat gebruik ervan een aantasting vormt van burgerrechten, alsof het dragen van een mondkapje automatisch betekent dat de bevolking monddood wordt gemaakt. Niet eerder werd ons land zo vaak met een dictatuur vergeleken als de afgelopen tijd.

Zo lijkt het alsof de samenleving langzaam maar zeker ten onder gaat aan gekte en grote woorden, aan onderschatting en overdrijving tegelijk.

Het coronavirus heeft tot veel angst en onzekerheid geleid, niet alleen over de duur van de pandemie, maar ook over de eigen financiële situatie. Deze pandemie vormt een rechtstreeks gevaar voor de gezondheid, maar bedreigt ook op verschillende manieren de bestaanszekerheid.

Niets rechtvaardigt echter de ongefundeerde suggestie dat we langzaam maar zeker afglijden richting een totalitair systeem vanwege een paar tijdelijke maatregelen.

De auteur is publicist. Voor eerdere columns zie rd.nl/hormann.Reageren? hormann@refdag.nl