Ontnuchtering na eerste salarisstrookje: waar is de koopkrachtstijging?

Column Gerhard Hormann
Meer geld kwijt aan wekelijkse boodschappen.  beeld ANP

Met het eerste salarisstrookje kwam de grote ontnuchtering. Van de beloofde koopkrachtstijging blijft niet veel over.

De afgelopen maanden werd de optimistische boodschap van Prinsjesdag tot in het oneindige herhaald. Bijna iedere Nederlander zou het nieuwe jaar beginnen met een goedgevulde portemonnee en merkbaar meer te besteden hebben.

Van de overheidsmaatregelen zouden vooral werkende Nederlanders profiteren, doordat ze in januari een hoger netto bedrag op hun loonstrookje tegemoet konden zien. Buiten het koopkrachtplaatje vielen gepensioneerden, uitkeringsgerechtigden en mensen die deels zijn aangewezen op hun spaargeld. Het motto van het kabinet-Rutte III is dat werken moet lonen en als zodanig ook dient te worden beloond.

Zelf uitte ik op deze plek meteen al mijn twijfels bij dit rooskleurige verhaal, omdat te voorzien viel dat de meeste huishoudens in het nieuwe jaar getroffen zouden worden door forse lastenverzwaringen. Niet alleen de maandelijkse zorgpremie zou gaan stijgen, hetzelfde gold voor de energierekening en diverse lokale belastingen. Ook bestond de vrees dat de geplande btw-verhoging zou resulteren in prijzen van boodschappen die allemaal naar boven waren afgerond.

Eind vorige week kwam inderdaad de kater. Op sociale media regende het rekenvoorbeelden, waaruit bleek dat die paar tientjes extra op het loonstrookje in veel gevallen al werden opgeslokt door een hogere voorschotnota van de energiemaatschappij. Daar komt dan nog bij dat mensen inderdaad merkbaar duurder uit zijn bij de wekelijkse boodschappen en meer geld kwijt zijn aan zorgkosten.

Zo blijft het gevoel hangen dat de burger op het verkeerde been is gezet en misschien zelfs wel opzettelijk iets is voorgespiegeld. Wat is in dit verband nog de toegevoegde waarde van de computers van het Centraal Planbureau als ik op 21 september 2018 al uit de losse pols kan uitrekenen dat de meeste huishoudens netto waarschijnlijk minder te besteden hebben in 2019 en er in koopkracht feitelijk dus juist op achteruit gaan?

Je kunt de veelgehoorde klacht dat burgers het vertrouwen in de politiek verliezen, niet los zien van politieke beloftes die lijken te zijn losgezongen van de realiteit en op drijfzand zijn gebaseerd. Nog steeds hoor je mensen mopperen over de 1000 euro die Mark Rutte ooit zou hebben toegezegd aan elke werkende Nederlander, zonder dat de overheid daadwerkelijk met dat bedrag over de brug kwam. Ook de geloofwaardigheid van een respectabele organisatie als het Nibud krijgt een knauw als burgers zich beetgenomen voelen en zich op geen enkele manier herkennen in al die gunstige rekenvoorbeelden.

Zo zitten veel huishoudens met een flinke kater, precies op het moment dat de gang naar de stembus opnieuw moet worden gemaakt. Eerdaags valt bij alle inwoners van Nederland de WOZ-beschikking in de bus en blijft er van het hele idee dat de koopkracht stijgt waarschijnlijk helemaal niets meer overeind. Dat is niet alleen jammer voor de portemonnee, maar vooral ook fnuikend voor zowel het consumentenvertrouwen als het toch al tanende vertrouwen in de politiek.

De auteur is schrijver en publicist. Reageren? hormann@refdag.nl