Faillissement Lehman Brothers in 2008 zorgde voor crisis op crisis

10 jaar crisis
beeld EPA, Peter Foley

Tien jaar geleden, 15 september 2008: de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers gaat failliet. Voor velen is dat de gebeurtenis waarmee in hun herinnering de crisis begon. In ieder geval grijpt die vanaf dat moment in alle hevigheid om zich heen.

Ze manifesteert zich in diverse gedaanten. Voormalig EU-president Van Rompuy sprak ooit van een cascade, een trapsgewijze waterval van crises. We kunnen ze met verschillende benamingen aanduiden. Het zijn de te onderscheiden, maar voluit met elkaar samenhangende elementen van een ononderbroken stroom van malaise die de wereld overspoelt.

Hypothekencrisis

In de Verenigde Staten groeit in 2007 de onrust binnen de financiële sector. In eerdere jaren, als de rente laag is en de huizenprijzen aantrekken, hebben banken ruimhartig hypotheken verstrekt. Geleidelijk aan accepteren zij in hun jacht naar winst grotere risico’s. Mensen met een minder betrouwbare kredietstatus krijgen toch de benodigde dollars om een woning te kopen. Er worden in toenemende mate zogeheten subprimehypotheken toegekend. Dat zijn leningen aan burgers met lage inkomens; ook wel aangemerkt als rommelhypotheken, meestal met een variabele rente en zonder strenge eisen om de toekomstige betalingen (rente en aflossing) te waarborgen.

Als in 2005 en 2006 de rente stijgt, raken steeds meer huiseigenaren in moeilijkheden. Zij kunnen de woonlasten niet langer opbrengen en moeten, al dan niet gedwongen, hun bezit verkopen. Daardoor dalen de prijzen in de markt. De verliezen van de hypotheekaanbieders in de VS zwellen aan. Zij schrijven forse bedragen af als gevolg van wanbetaling onder hun klanten.

Kredietcrisis

De problemen waaieren uit. Soms lijken ze onder controle, even later steken ze de kop weer op.

Traditioneel sluiten financiële partijen onderling dagelijks volop krediettransacties af, bedoeld om een tijdelijk tekort aan kasmiddelen bij de een op te vangen met een overschot van de ander. Onder invloed van de oplopende onzekerheid ontstaat in 2007 en 2008 op dit punt terughoudendheid. Centrale banken pompen extra geld in het systeem om een zogenoemde ”credit crunch”, een krapte aan liquiditeit op deze interbancaire markt, te vermijden.

In september 2007 is het Britse Northern Rock slachtoffer van het opdrogen van de kredietstromen. De hypotheekbank kan nergens geld krijgen en moet aankloppen voor noodsteun. Rekeninghouders haasten zich om er hun spaarcenten weg te halen en zetten een bankrun in gang. Uiteindelijk volgt nationalisatie van het concern.

Overigens maakte Europa al eerder kennis met de crisis. Op 9 augustus 2007 bevriest de Franse bank BNP Paribas de terugbetaling van enkele van zijn beleggingsfondsen, omdat de waarde van de portefeuille, met Amerikaanse hypotheken, niet meer valt vast te stellen.

Financiële crisis

Die Amerikaanse hypotheken worden door de uitgevers ervan vaak gebundeld en in pakketten doorverkocht; securitisatie, zoals het heet. Wereldwijd handelen banken in deze en andere ingewikkelde producten. Hun medewerkers die dit spel succesvol spelen, strijken vette bonussen op. Zulke beloningen nodigen uit tot riskante operaties. Door al die hypotheken met een junkstatus, handelswaar die niks waard is, moet het een keer misgaan.

En het gaat mis. In de VS bezwijkt medio 2007 bij zakenbank Bear Stearns een investeringsfonds dat belegt in leningen voor woningen. Een branchegenoot koopt Bear Stearns op. In 2008 worden Fannie Mae en Freddie Mac, twee bedrijven die een belangrijke rol spelen op de markt van gesecuritiseerde hypotheken, onder curatele geplaatst. Verliezen hebben hun vermogen uitgehold.

Dan breekt 15 september aan. De grote klap: het faillissement van Lehman Brothers. De overheid in Washington besluit om in dit geval niet bij te springen. Zij wil een voorbeeld stellen, lijkt het. Zij wenst niet voortdurend op te draaien voor het roekeloze gedrag van de sector. Het veroorzaakt een schokgolf. Paniek op de markten, aandelenkoersen kelderen. De sluisdeuren naar de ergste crisis sinds die van de jaren dertig van de vorige eeuw staan wagenwijd open.

Bankencrisis

Kapitaal verhuist via een simpele druk op de knop van de ene naar de andere plek op aarde. Gigantische bedragen zijn er elke dag mee gemoeid. Banken doen onderling volop zaken. Vorderingen op en schulden aan elkaar zorgen voor een enorme verwevenheid. De val van Lehman Brothers slaat het vertrouwen onder dit internationale financiële stelsel weg, een domino-effect dreigt.

Met name in de VS en Europa raken veel banken, waaronder heel grote, en ook verzekeraars in acute problemen. De herfst van 2008 kenmerkt zich door een lange reeks van sombere berichten op dit punt. Overheden stellen honderden miljarden euro’s voor reddingsacties beschikbaar; geld uit de schatkist, van de belastingbetaler.

De Nederlandse autoriteiten, onder regie van premier Balkenende, minister van Financiën Bos en president Wellink van De Nederlandsche Bank, zijn genoodzaakt het deel van ABN AMRO dat in 2007 door het later wankelende Fortis was overgenomen, te kopen. Op 3 oktober maken zij de nationalisatie, voor een bedrag van 16,8 miljard euro, bekend. ING, Aegon en SNS Reaal ontvangen eveneens staatssteun vanuit Den Haag.

Het is schrikken voor de, ook Nederlandse, onlinespaarders bij Icesave. Deze IJslandse onderneming, die via internet stuntte met haar rentetarieven, gaat onderuit.

Economische crisis

Met al die rampspoed op financieel terrein kunnen de gevolgen voor de reële economie, voor productie en handel, niet uitblijven. Burgers en bedrijfsleven worden voorzichtig en houden de hand op de knip. Consumptie, investeringen en export zakken in, groei slaat om in krimp. De overheden komen in het geweer met stimulerende maatregelen. Voorzitter Barroso van de Europese Commissie weet via de EU-lidstaten 200 miljard euro bijeen te sprokkelen om met speciale programma’s tegengas te bieden aan de neergang.

Niettemin loopt het uit op een zware recessie. In Nederland daalt in 2009 het bruto binnenlands product (bbp) met zo’n 4 procent. Hier treedt zelfs een triple dip op: in 2011 en 2012 zijn er nogmaals meerdere kwartalen achtereen met negatieve groeicijfers. De werkloosheid schiet omhoog. Op de woningmarkt storten de prijzen in, veel huizen staan ‘onder water’. En ondertussen dijen overal, door de omvangrijke steunoperaties voor banken en de extra uitgaven om de conjunctuur te stutten, begrotingstekort en staatsschuld uit. De centrale banken op hun beurt verlagen de rente naar extreme percentages en kopen later massaal staatsobligaties op om de economie en de sterk afgezwakte inflatie aan te jagen.

Schuldencrisis/Eurocrisis

Begin 2010 dient zich in Europa in de langgerekte crisis een nieuwe fase aan. Die houdt verband met de verslechtering van de publieke financiën. Directe aanleiding vormt de situatie in Griekenland. Dat land heeft gesjoemeld met de statistieken, het overheidstekort blijkt er ruim 12 procent te bedragen. Dat maakt beleggers kopschuw. Zij mijden Griekse staatsobligaties. De regering in Athene kan alleen nog tegen zeer hoge rente kapitaal ophalen en dreigt in gebreke te blijven bij het voldoen van de betalingsverplichtingen over de uitstaande schuld. De partners binnen de eurozone en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) trekken in mei 110 miljard euro aan steunkredieten uit. Investeerders richten hun pijlen daarna op andere, zwakke landen. Ierland, Portugal, Spanje en Cyprus moeten eveneens een beroep doen op noodhulp.

De Griekse economie glijdt ondertussen, mede door de opgelegde bezuinigingen, verder weg. Het land krijgt in 2011 in een tweede ronde 130 miljard toegezegd. Na het aantreden van het kabinet van het links-radicale en het tegenover Europa kritische Syriza volgt in 2015 een nieuwe climax in het drama. De kans dat Griekenland uit de euro stapt (grexit), met het risico dat de hele muntunie uiteenvalt, is groot. Na een spannende zomer ligt er uiteindelijk toch een akkoord over een derde pakket leningen van maximaal 86 miljard euro.

Het einde van de crisis

Eindelijk, het einde van de crisis. De Nederlandsche Bank zet in Nederland de toon en durft in juni 2015 dit goede nieuws af te kondigen. Het Centraal Planbureau (CPB) haakt snel aan, met cijfers die de kentering bevestigen. De economische groei schakelt naar een hogere versnelling en brengt de nationale welvaart terug naar het niveau van de zomer van 2008. Zeven magere jaren van per saldo stilstand liggen achter ons.

De beursgang van ABN AMRO, in november 2015, vormt een ander markeringspunt. De bank, die bij uitstek de herinnering meedraagt aan de kommer en kwel in 2008, beleeft zijn rentree op het Damrak.

Anno 2018 is de massale werkloosheid omgeslagen in krapte op de arbeidsmarkt. De AEX staat boven de stand van voor de crisis en heeft het laagste punt van onder de 200 punten in maart 2009, ver achter zich gelaten. Griekenland staat sinds vorige maand weer op eigen benen, het programma met noodleningen behoort tot het verleden. En de ECB wil eind dit jaar stoppen met het opkopen van obligaties. De waterval van crises is opgedroogd.