Column: Gerhard Hormann over ontspullen

Column Gerhard Hormann
beeld ANP, Coen Suyk

Dat het consumentenvertrouwen flink in de lift zit, blijkt wel uit het feit dat we deze hele maand oktober niets hebben gemerkt van het feit dat dit officieel ”buy nothing new”-maand is.

Precies acht jaar na het uitbreken van de kredietcrisis gaat het in de media weer volop over koopkracht en koopbereidheid. Dat is een rare gewaarwording wanneer je zelf in tien maanden tijd maar één nieuw overhemd hebt gekocht en eindelijk eens kritisch hebt gekeken naar al die ongebruikte kledingstukken aan de kapstok. Elke keer wanneer ik nu de gang in loop, ervaar ik een gevoel van opluchting als ik op mijn plek nog maar één winterjas zie hangen en één regenjack.

Steeds meer mensen realiseren zich dat de stress die ze in het dagelijks leven ervaren, niet alleen te maken heeft met hun volle agenda en de volle snelwegen op weg naar kantoor of klus, maar net zo goed met hun overvolle kasten en tot de nok gevulde garages. Vaak ontdekken we pas tijdens een vakantie hoe bevrijdend het is om niet meer dan het hoogst noodzakelijke mee te nemen of om het te doen met een afgepast stapeltje borden in een vakantiehuis.

Spullen vragen om aandacht, vreten energie en moeten zodanig worden opgeborgen dat je ze weer terug kunt vinden wanneer je ze nodig hebt. Het is niet zonder reden dat gezegd wordt dat bezittingen ook bezit nemen van jou en van je kostbare tijd. Omgekeerd valt er een last van je af wanneer je je ontdoet van al die overbodige ballast, zoals Marie Kondo bepleit in haar bestseller ”Opgeruimd!”.

Kondo dankt haar charme voor een belangrijk deel aan het feit dat ze er zelf zo kalm en steriel uitziet. Ze is het perfecte uithangbord van haar boodschap en wekt door haar serene uitstraling de indruk dat je een heel ander mens wordt wanneer je de bezem door je huis haalt. Door de maagdelijke omslag heb je eigenlijk al een opgeruimd gevoel voordat je de eerste lade hebt opengetrokken.

James Wallman, die met ”Ontspullen” óók al een boek schreef over opruimwoede, trekt het probleem nog veel breder door een verband te leggen tussen materialisme en milieuvervuiling. Het gaat in zijn verhaal niet alleen om een overdaad aan spullen en de onrust in je hoofd, maar ook om de plastic soep in de oceanen en de mensonwaardige condities waaronder veel producten worden gefabriceerd. Goed rentmeesterschap van de aarde valt niet te combineren met een wegwerpmaatschappij.

Opruimen betekent dus niet alleen afstand doen van overbodige bezittingen, maar ook van het achterhaalde idee dat geluk te koop is. Uiteindelijk gaat het niet om kwantiteit (de hoeveelheid spullen die je tijdens je leven hebt verzameld), maar om kwaliteit van leven (de mensen die je om je heen verzamelt). Er is nergens ter wereld een winkel waar je terechtkunt voor rust, stilte, vriendschap en vertrouwen.

Wallman spreekt over een rommelcrisis, maar je zou het ook een vorm van materiële obesitas kunnen noemen. Zijn advies om minder spullen te kopen is bijna net zo obligaat als de opmerking dat je minder zou moeten eten om je overgewicht kwijt te raken. Het aantal boeken in dit segment zal dan ook alleen maar toenemen, net zoals er ontelbaar veel dieetboeken zijn die allemaal hetzelfde eindresultaat beloven. Te vrezen valt dat we pas afscheid nemen van onze oude levensstijl na de eerstvolgende grote crisis of wanneer we letterlijk omkomen in de troep.

De auteur is schrijver en publicist. Reageren? hormann@refdag.nl