Column: Gerhard Hormann over idealisme

Column Gerhard Hormann
beeld Istock

Een week geleden bezocht ik een stel jonge veertigers uit Amsterdam die hun leven over een totaal andere boeg hebben gegooid.

Zo zijn ze verhuisd van het dure Oud-Zuid naar een voormalige vogelaarwijk, waardoor hun maandelijkse woonlasten zijn gedaald van een onvoorstelbare 1600 euro naar een bijna even onvoorstelbare 250 euro.

Doordat hun nieuwe woning de helft kleiner is, hebben ze radicale keuzes moeten maken. Hun boekencollectie is flink uitgedund, er zijn net genoeg bordjes en stoelen in huis om twee mensen te kunnen ontvangen en als ze ‘buiten’ willen eten, doen ze dat op een balkon van een paar vierkante meter. Omdat ze ook nog eens zo milieubewust mogelijk proberen te leven, maken ze hun eigen mayonaise en pindakaas, hebben ze hun papieren krant opgezegd en mijden ze plastic verpakkingen.

Tijdens een wandeling door deze multiculturele wijk kwam het gesprek vanzelf op de houdbaarheid van ons economisch systeem. Ik bevestigde dat het kapitalisme een doodlopende weg is ingeslagen en dacht daarbij aan de voorspelling van de Utrechtse hoogleraar Bas van Bavel, die de huidige neoliberale markteconomie nog hooguit een halve eeuw geeft. Tekenen die het einde inluiden, zijn volgens hem toenemende ongelijkheid, risicovolle speculatie en de groeiende politieke invloed van monopolisten en conglomeraten. Daar komt wat mij betreft nog de klimaatverandering bij, die niet alleen onvoorspelbare gevolgen heeft, maar ook in een stroomversnelling dreigt te raken. Het jaar 2016 zal niet alleen de geschiedenis ingaan als het warmste sinds de metingen begonnen, maar vertoont ook een opvallende stijging van de gemiddelde temperatuur. Zelfs wetenschappers zijn verrast door het tempo waarin de aarde opwarmt en maken zich daar ernstig zorgen over.

Mijn gesprekspartners meenden dat het tij kon worden gekeerd door woningen te isoleren, de auto zo veel mogelijk te laten staan en basisschoolkinderen een speurtocht te laten doen langs afvalbakken in de eigen buurt. Trots lieten ze me de compostbakken zien die kunstenaars in de wijk hadden geïntroduceerd, en de container voor plastic afval op de hoek van de straat waar ze zich sterk voor hadden gemaakt.

Hoewel ik hun idealisme hartverwarmend vind en zelfs een tikje aandoenlijk, geloof ik niet dat ons systeem te redden is met veganistische hamburgers, lokale munteenheden en ruilwinkels. Hoezeer je als mens ook je best doet om het goede voorbeeld te geven, je kunt de slaapkamer op zolder niet koelen door het raampje van je auto op een kier te zetten.

Persoonlijk verlang ik naar een economisch systeem dat zuiniger omspringt met de aarde en meer mededogen toont met de mens. Ik keur uitbuiting en uitsluiting af, heb moeite met zelfverrijking en kijk met bezorgde blik naar een op hol geslagen financieel systeem dat niet alleen ondoorgrondelijk is en in zichzelf gekeerd, maar ook alles en iedereen mee de diepte in dreigt te sleuren.

Tegelijkertijd vrees ik dat de overgang naar een ander systeem schoksgewijs zal verlopen en ons waarschijnlijk zal overrompelen. Er komt ooit een ander stelsel, maar dat zal pas opbloeien op de rokende puinhopen van het huidige. Kijk naar Venezuela, dat kampt met lege winkels, een inflatie van 700 procent en een economische krimp van 10 procent, en beschouw dat als voorproefje van het onvermijdelijke.

De auteur is schrijver en publicist. Reageren? hormann@refdag.nl