Boze schippers varen toeterend langs Keulen

Gezicht op Keulen met de zogeheten Kraanhuizen langs de Rheinaukade. beeld Getty Images/iStockphoto

De Duitse stad Keulen heeft de afgelopen dagen alle aanlegvoorzieningen aan de veel gebruikte Rheinaukade verwijderd. De maatregel leidt tot grote onrust onder binnenvaartschippers.

Boze binnenvaartschippers uit Nederland, België en Duitsland laten bij het passeren van Keulen al twee weken lang hun scheepshoorns klinken. Eén van de initiatiefnemers van de protestactie is de Duitse schipper Christian Niemann. „De Rheinaukade is voor ons een van de belangrijkste aanlegplaatsen”, zegt hij in de Keulse krant Kölnische Rundschau. „De autoriteiten zeggen dat we maar voor de kade voor anker moeten gaan. Maar hoe komen we dan aan land? Met een roeiboot en een ladder?”

Volgens de krant hebben op Facebook al meer dan 3300 schippers hun steun aan de actie betuigd. Inmiddels zijn diverse schippers voor hun getoeter door de Duitse waterpolitie beboet.

Aanleiding voor de Keulse maatregel zijn twee recente schades aan de historische kademuur bij de binnenstad. Eén schip heeft in een nacht bij hoogwater de zogeheten touwringen uit de muur getrokken en is daarna weggevaren zonder hiervan melding te maken. Een ander aangemeerd schip werd de dupe van een zogeheten koppelverband dat met te hoge snelheid voorbijvoer. Ook daarbij raakten de ringen beschadigd.

Het Keulse havenbedrijf HGK heeft daarop besloten alle ringen en bolders van de kade weg te halen. „De Duitsers stellen dat ze daartoe verplicht zijn omdat de veiligheid in het geding is”, laat voorzitter Erik Schultz van de internationale afdeling van de Nederlandse brancheorganisatie BLN-Schuttevaer dinsdag desgevraagd weten.

Hij heeft begrip voor dat argument maar vindt ook dat er een oplossing moet komen. „De Rheinaukade is een geliefde aanlegplaats. Schepen liggen er middenin de stad, vlakbij het station, en zijn dus goed bereikbaar. Dat is van belang voor bijvoorbeeld het wisselen van personeel, het halen en brengen van kinderen en het doen van boodschappen. Ook in het weekeinde is het daar goed toeven”, zegt Schultz.

Inmiddels heeft hij gesprekken gevoerd met HGK, de Duitse scheepvaartautoriteit WSV en het stadsbestuur van Keulen. Het vervangen van de aanlegvoorzieningen lijkt geen haalbare kaart. Schultz: „Die kademuur is meer dan honderd jaar oud. Enige mogelijkheid lijkt ons dat er palen voor de kade worden geslagen.” Hij hoopt dat op dit punt bij een vervolgoverleg begin maart knopen worden doorgehakt.

Binnenvaartschepen mogen bij de Rheinaukade nog wel voor anker gaan. Daarbij kunnen ze zogeheten spudpalen gebruiken, schrijft BLN Schuttevaer op haar website. Dat zal echter wel geluidsoverlast geven voor omwonenden: de schepen kunnen dan geen gebruik maken van de stroomkasten op de wal en zullen dus voor hun stroomvoorziening aggregaten inschakelen.

De brancheorganisatie heeft de indruk dat bewoners van de Rheinaukade de binnenvaartschepen liever zien gaan dan komen en dat dit een rol heeft gespeeld bij de plotselinge maatregel van het Keulse havenbedrijf. Langs de kade zijn peperdure woningen gebouwd, de zogeheten Kraanhuizen, die in prijs variëren van 700.000 tot 1,5 miljoen euro. Om de omwonenden niet tegen zich in het harnas te jagen, roept BLN-Schuttevaer de schippers op om hun toeteractie te beëindigen.

Keulen is niet de eerste stad die een kade voor de binnenvaart afsluit. Dat gebeurde eerder onder meer in Mainz, Bingen, Koblenz en Ludwigshafen. De Rheinaukade is 1400 meter lang. Schultz: „Daar kunnen heel wat schepen liggen.”

BLN-Schuttevaer maakte dinsdag bekend dat zij een Duitse jurist laat onderzoeken of de maatregel van het Keulse havenbedrijf door de beugel kan.