Tegen Rosalynn Carter viel niet te liegen

Presidentsvrouwen
2

Binnen enkele maanden na zijn ambtsaanvaarding was president Jimmy Carter het goed zat. Als hij ’s avonds moe de huiskamer van het Witte Huis binnenstapte, opende zijn vrouw Rosalynn een spervuur aan vragen. Ze wilde niet alleen zijn huisvrouw maar ook zijn politieke partner zijn. Dat had voordelen, maar het was ook zeer vermoeiend.

Om aan het dagelijks vragenvuur te ontkomen, besloot president Carter elke woensdag een officiële lunch met zijn vrouw te organiseren in het Oval Office, vergelijkbaar met de wekelijkse werklunch met de vicepresident. Tijdens deze bespreking tussen de beide echtelieden konden de familiaire zaken, maar vooral de politieke kwesties worden besproken. Rosalynn kwam altijd binnen met onder haar arm een dikke map vol documenten en artikelen waarover ze het naadje van de kous wilde weten.

Dat zijn vrouw bij alle belangrijke dingen betrokken wilde zijn, wist Jimmy Carter al jaren. In 1953 brak hij zijn veelbelovende carrière als marineofficier (Carter werkte aan een ontwikkelprogramma voor nucleaire onderzeeërs) af omdat zijn vader plotseling was overleden. Zonder met zijn vrouw te overleggen, besloot Jimmy de leiding van de pindaboerderij van zijn ouders op zich te nemen en dus terug te keren naar zijn geboorteplaats Plains in het zuiden van Georgia. Rosalynn was woedend. Zij was juist zo blij dat ze door haar huwelijk de „boerse en achterlijke” omgeving van hun gezamenlijk geboortedorp –waar toentertijd elektriciteit en waterleiding nog ontbraken– achter zich had kunnen laten. Uit boosheid over het eigenzinnig besluit van Jimmy om terug te keren, zei ze tijdens de drie dagen durende autorit van Schenectady (New York) naar Plains niets tegen hem.

Reddingsboei

Deze terugkeer naar Plains was een van de zeldzame crises in hun huwelijk, zo vertelde Jimmy Carter jaren later. Op de vraag hoe ze die overwonnen hadden, zei hij: „Het geloof in Jezus Christus was onze reddingsboei.” Carter zelf was en is baptist, Rosalynn was van huis uit methodist. Toen ze in 1946 met Carter in het huwelijk trad, ging ze over naar de gemeente van haar man, die in theologisch opzicht een tamelijk liberaal karakter droeg. Zelf vertelde Carter in een interview: „We hebben elkaar kunnen blijven vasthouden omdat we dezelfde God kennen.”

Dat geloof was voor hen belangrijk. Tekenend is dat de Carters vanaf het begin van hun huwelijk tot nu toe ernst maken met huisgodsdienst. Rosalynn: „Elke avond lezen we samen een hoofdstuk uit de Bijbel en bidden we met elkaar. Daardoor raken we geïnspireerd en bemoedigd.”

Ondanks dat het leven in Plains haar benauwde –het dorp telde 700 inwoners en bijna iedereen was familie van elkaar– werkte Rosalynn vanaf het begin hard mee op de pindaboerderij. Naast de opvoeding van haar vier kinderen, deed ze de administratie en vaak ook de verkoop. Ze was Jimmy’s rechterhand. „Toen we in de zaak stapten, leed het bedrijf fors verlies. Vooral door toedoen van Rosalynn, die streng was op het beheer van het geld, werd het binnen enkele jaren een mooi, winstgevend bedrijf”, vertelde Carter in een interview.

Politieke aspiraties

Rosalynn steunde haar man ook bij het realiseren van zijn politieke aspiraties. Aanvankelijk deed ze dat door ook zijn deel van het werk op de pindaboerderij op zich te nemen, zodat Carter zijn handen vrij had om te werken aan zijn politieke carrière. Maar al spoedig mengde ze zich in zijn politieke werk. Ze hielp hem bij het maken van de redevoeringen; nummerde de grapjes die hij op papier had staan en registreerde waar hij die verteld had, zodat hij bij een volgend bezoek aan een plaats niet hetzelfde geintje zou vertellen. Ze typte bedankbriefjes en nam zelfs les in geheugentraining om namen en gezichten van mensen te kunnen onthouden.

Maar al spoedig gingen haar activiteiten verder. In de tijd dat haar man lid was van de senaat van de staat Georgia, voerde ze samen met hem actie tegen de rassenscheiding. Dat werd hun door dorpsgenoten niet in dank afgenomen. Sommige buren negeerden hen daarom; leden van de kerkelijke gemeente weigerden met hen in één bank te zitten. „Het was een moeilijke tijd voor ons”, zo herinnerde Rosalynn zich jaren later.

Ondanks tegenstand bleef ze trouw aan haar idealen, ook als die niet werden gedragen door haar man. Rosalynn was zeer geporteerd van het feminisme. Het ergerde haar dat Jimmy als gouverneur van de staat Georgia, wat hij van 1971 tot 1975 was, te weinig deed voor de gelijkberechtiging van vrouwen. Daarom bracht ze hem samen met twee feministen een bezoek op zijn kantoor. Daarbij vielen harde woorden. Achteraf zei Carter blij te zijn dat dit gesprek niet op de band was opgenomen en zijn kamer niet gehorig was.

Pindabrigade

Tijdens de campagne voor de presidentsverkiezing van 1976, waarin Carter het tegen Ford moest opnemen, gaf Rosalynn alles wat ze had om haar man te laten winnen. Ze stuurde de zogenoemde Pindabrigade aan, een groep vrijwilligers uit Georgia die in allerlei Amerikaanse plaatsen langs de deuren ging om kiezers te winnen.

Bij elke plaats die ze tijdens de campagne aandeed, zocht ze snel uit welk lokaal radiostation daar het grootste bereik had. Daar belde ze aan en bood zich aan voor een interview. Bijna altijd had ze succes. Lokale zenders waren doorgaans allang blij een bekende Amerikaanse (die ze overigens zelf vaak nauwelijks kenden) in de uitzending te hebben. Maar ook het vraaggesprek regisseerde Rosalynn: ze overhandigde de presentator een lijst van zo’n zes vragen die men haar moest stellen. Meestal gebeurde dat ook. Voor Carter was de winst dat zijn boodschap in allerlei uithoeken van het land bekend werd.

Carter won in november 1976 van Gerald Ford, zij het met een klein verschil – 51 tegen 49 procent. Vrijwel onmiddellijk maakte de nieuwe president, met steun van zijn vrouw, duidelijk dat hij af wilde rekenen met het verleden. Hij legde zijn eed af in een kostuum dat hij bij een lokale manufacturier in Plains voor 175 dollar had gekocht. In afwijking van het protocol voor de inauguratie liep hij na afloop van de plechtigheid gewoon terug van het Capitool naar zijn nieuwe ambtswoning. Sterke drank werd er tijdens diners in het Witte Huis niet meer geserveerd, hetgeen diplomaten en politici maar „overdreven” en „saai” vonden. Jimmy en Rosalynn wilden vooral burger onder de burgers zijn.

Kabinetsvergadering

Stafmedewerkers van het Witte Huis hadden al spoedig door dat de invloed van Rosalynn groot was. Wat nog nooit een first lady had gedaan, deed Rosalynn: ze woonde de kabinetsvergaderingen bij. Daar was veel kritiek op, maar daar trok ze zich niets van aan. Ze motiveerde dit door te zeggen dat ze moest weten wat er speelde, zodat ze het ook kon uitleggen aan mensen als die haar bevroegen.

Medewerkers accepteerden haar aanwezigheid. „Welke geheimen er ook waren, zij wist overal van”, zei vicepresident Walter Mondale. De kabinetsleden vonden het wel hinderlijk dat wanneer een onderwerp lastig werd, de Carters soms opeens Spaans gingen praten, zodat zij zonder inmenging van stafleden even konden overleggen.

Sommigen maakten ook gebruik, zo niet misbruik, van Rosalynns invloed. Als ze iets niet bij de president voor elkaar kregen, gingen ze naar de first lady. Soms lukte het haar dan wel. En zo niet, dan had de president het zwaar, want niet zelden ontstak Rosalynn in toorn als ze haar zin niet kreeg. Medewerkers zagen aan de norse blik en rode ogen van de president dat de first lady haar man urenlang had bewerkt om hem op andere gedachten te krijgen.

Het was voor Rosalynn altijd een groot genoegen als ze met de president op reis kon en daarbij regeringsleiders ontmoette. Het liefst zat ze bij alle besprekingen, of deze nu gingen over handelsakkoorden, mensenrechten of kernwapens. Ze schroomde daarbij niet zelf ook vragen te stellen waarbij ze meestal kritischer was dan haar man. Ze vond dat ook nodig, want ze verweet Jimmy meer dan eens naïef te zijn. Jerry Rafshoon, een van Carters belangrijkste adviseurs, zei: „De president merkt het vaak niet als mensen tegen hem liegen of hem in de maling nemen. Zijn vrouw heeft dat direct door.”

Camp David

Vriend en vijand zijn het er ook over eens dat Rosalynn Carter een belangrijke rol speelde bij de totstandkoming van de akkoorden van Camp David, die op 17 september 1978 werden getekend. Daarbij maakten president Sadat van Egypte en premier Begin van Israël afspraken over vrede in het Midden-Oosten. Egypte erkende het bestaansrecht van Israël en de Sinaï –het schiereiland dat Israël sinds 1967 bezet hield– werd teruggegeven aan Egypte.

Rosalynn wist in het voortraject vooral de sympathie van Sadat te winnen. Zo deed ze er bijvoorbeeld moeite voor dat Sadat zijn favoriete merk muntthee kon drinken tijdens de dertien dagen durende onderhandelingen. Rosalynn woonde vrijwel alle besprekingen van Camp David bij, maakte aantekeningen (in totaal typte ze 200 vellen) en aan het einde van de dag evalueerde ze met haar Jimmy de dag, waarbij ze hem tips gaf om (mogelijke) impasses te doorbreken. Het was dan ook meer dan een routinehandeling toen Carter in 2002 direct na de ontvangst van de Nobelprijs voor de vrede de oorkonde doorgaf aan zijn vrouw. Alsof hij zeggen wilde: Zij heeft het verdiend.

Het ‘succes’ van Camp David verbleekte door de gijzeling van de Amerikaanse ambassade in Teheran door islamitische revolutionairen. Die beheersten de laatste 444 dagen van Carters presidentschap. De gijzelnemers beloofden de ruim zestig ambassademedewerkers vrij te laten als Amerika de sjah –de voormalige vorst van Iran– terugstuurde naar Teheran. Die was in de VS om behandeld te worden voor de kanker waaraan hij leed. Carter weigerde aan de eis gehoor te geven. Rosalynn wilde dat eigenlijk wel. Dat gaf onderling spanning.

Terug naar de Plains

Als gevolg van de gijzeling kon Carter nauwelijks aandacht geven aan de campagne voor zijn herverkiezing in 1980. Rosalynn vocht voor haar man. De campagne kwam bijna helemaal op haar neer. Desondanks verloor Carter van Reagan. Tot verdriet van Rosalynn. Toen de nederlaag vaststond zei ze: „Ik kan het niet begrijpen. Ik kan echt niet begrijpen waarom God wil dat wij de verkiezingen verliezen.”

De Carters keerden terug naar Plains, waar zij tot nu toe samen leven en doen wat ze kunnen „om de wereld een stukje beter te maken.” Carter is met regelmaat ingezet als onderhandelaar voor de VS en de VN. Rosalynn spant zich in voor de geestelijke gezondheidszorg, een onderwerp waar ze als first lady al veel aandacht aan gaf. En als hun agenda’s leeg zijn, doen ze werk in de baptistengemeente waartoe ze behoren, onder meer als meester en juf op de zondagsschool.

De first lady

Amerikaanse presidentsvrouwen sinds 1945. Deel 7: Rosalynn Carter (1927-heden)