Israëlische ambassadeur: Want ik wist wat oorlog was

Het Gesprek
Aviv Shir-On. beeld RD, Henk Visscher
9

Eén ding moet Aviv Shir-On worden nagegeven: praten kan hij als de beste. Veel – en over van alles en nog wat. Gestoken in een blauwgrijs pak en steenrode stropdas beent hij de vergaderkamer van de Israëlische ambassade in Den Haag binnen. Met een resoluut gebaar schuift hij een stel vlaggetjes van tafel. „Dat staat niet mooi op de foto.”

Zonder vragen af te wachten, steekt hij van wal. Over de verloofde van zijn zoon die een nieuw bedrijf in Israël op het gebied van fotografie heeft opgezet. Over de vele uren die hij als amateurfotograaf in de donkere kamer doorbracht. Over zijn passie voor alles wat met koken te maken heeft. „Ze hebben ooit in Zwitserland een interview gepubliceerd met als kop ”De kokende ambassadeur”.”

Maar ook zijn frustratie over de voortdurende beveiliging steekt Shir-On niet onder stoelen of banken. Een kort tochtje van de ambassade naar het tegenover gelegen Binnenhof heeft al heel wat voeten in de aarde. Zeker als op dat moment een demonstratie van klimaatactivisten aan de gang is en het gebouw van het Internationaal Strafhof wordt bestormd. De Nederlandse bodyguards overleggen koortsachtig met de Israëlische beveiligers. De donkerblauwe Mercedes met het diplomatieke kenteken rijdt stapvoets achter de diplomaat aan – over Haagse trottoirs, vluchtheuvels en tramrails. „Voor mijn Arabische collega’s hoeft al die heisa niet overhoop te worden gehaald”, verzucht de ambassadeur.

Zijn voornaam, Aviv, betekent Lente in het Hebreeuws. Zijn achternaam Shir-On: Lied van Kracht. „Raar eigenlijk, want ik ben in de herfst geboren”, peinst de ambassadeur. „Het was een naam van hoop, in een tijd dat we die nodig hadden. Ik ben van 1952, vier jaar nadat de staat Israël was uitgeroepen. Toen konden we wel wat hoop gebruiken.”

Aviv Shir-On kwam ter wereld in de kraamkliniek van Kfar Saba. De eerste jaren van zijn leven bracht hij door in Tel Aviv, in een wijk waar vooral officieren van het leger woonden. Zijn vader diende als sergeant-majoor in de Israëlische strijdkrachten. „Shimon Peres en zijn vrouw Sonia woonden in hetzelfde appartement”, vertelt Shir-On met gepaste trots. „Ik groeide samen met hun zoon Yoni op. Shimon bleef voor mij altijd de vader van Yoni, ook toen hij hoge posten in de regering kreeg. Ik weet nog dat hij moeite had om zijn stropdas te strikken. Dan kwam hij steevast naar beneden om het aan mijn moeder te vragen. Toen ik later diplomaat was geworden, heb ik het nog weleens tegen hem verteld. Overigens heeft ons verleden nooit een rol gespeeld in het latere contact. Peres behandelde me altijd correct, maar bewaarde een gepaste afstand.”

Aviv Shir-On. beeld RD, Henk Visscher

Uit wat voor gezin kwam u?

„Ik ben opgegroeid in een familie die door de Holocaust is gestempeld. De grootmoeder van vaders kant heeft Auschwitz overleefd, maar er zijn ook veel familieleden omgekomen. Desondanks was ons gezin erg open. We zullen de Shoah nooit vergeten. Die vormt deel van onze erfenis en kunnen we niet negeren. Maar niet alle Duitsers waren nazi’s. Dat moeten we ook nu nog steeds bedenken. Onze belangrijkste opdracht is een beter leven op te bouwen voor onze kinderen – en voor de wereld als geheel.”

Uw eerste diplomatieke standplaats was Bonn, de hoofdstad van het toenmalige West-Duitsland. Dat moet toch wel een bijzonder gevoel hebben gegeven?

„Dat was inderdaad een heel speciale ervaring. Als diplomaat moet je in principe elke post accepteren waar Buitenlandse Zaken je naartoe stuurt. Er is echter één uitzondering: ze kunnen je niet dwingen om in Duitsland te dienen. Ik ken ook veel mensen die dat hebben geweigerd.

Toen de vraag tot mij kwam, zei mijn vrouw: Geen sprake van. Hoewel haar familie geen slachtoffer van de Holocaust was. Ik hield haar voor dat uitzending naar Bonn een compliment was. Ik beloofde dat ik overplaatsing zou aanvragen als het écht niet ging. Het was echter veel gemakkelijker dan we dachten. Ik ben de Duitsers gaan waarderen. Ze hebben echt hun best gedaan om het goed te maken na de oorlog – en niet alleen voor Joden. Mijn volgende standplaats was opnieuw Bonn, alleen al vanwege het feit dat ik vloeiend Duits sprak.”

In Nederland leefden in die tijd ook nog veel anti-Duitse sentimenten.

„Wij reisden vaak vanuit Bonn naar Nederland, ook omdat mijn vader na de oorlog een periode in Breda en Tilburg is gelegerd geweest als officier van de Joodse Brigade in het Britse leger. Hij wist overal nog precies de weg. We reden in een auto met Duits kenteken. In een tijd zonder gps, moest je weleens de weg vragen in Nederland. Het is regelmatig gebeurd dat mensen ons expres de verkeerde kant op stuurden. Ook zeiden ze tegen ons: Geef me mijn fiets terug. Ik snapte als buitenstaander toen natuurlijk niet waar dat op sloeg. Eens hadden we de auto bij Madurodam geparkeerd. Toen we terugkwamen, was hij rondom bekrast.”

Tijdens uw ambtsperiode in Nederland bleef uw vrouw voor het eerst in Israël wonen. Hoe moeilijk was dat?

„Wij hebben in het Hebreeuws de uitdrukking, dat de vrouw een hulpe tegenover je is. Dat is een heel mooie definitie. Ze is mijn steun en toeverlaat in alles. Haar moeder is 92, en ze wilde haar baan dit keer liever niet opgeven. Twee goede redenen om in Israël te blijven, maar wel moeilijk voor mij. Na 42 jaar huwelijk zat ik plotseling alleen hier in Nederland. In een groot huis, zonder kinderen, zonder iemand om tegen te praten. Niemand om mee uit te gaan. Ik heb er een hekel aan om in mijn eentje in een gelegenheid te zitten.”

Aviv Shir-On. beeld RD, Henk Visscher

En lastig in het diplomatieke circuit, waar alles om relaties draait?

„Absoluut. Diplomatie staat of valt met persoonlijke relaties. Ik ben geen dikke vrienden met Mark Rutte. Maar het maakt een groot verschil of we als twee officials allebei aan een kant van de tafel zitten, of dat we elkaar informeel ontmoeten. Zo werkt het nu eenmaal; dat kan elke diplomaat je vertellen. De betrekkingen tussen landen kunnen veel sneller verbeteren als de persoonlijke contacten goed zijn. Daarin speelt de wederhelft een heel belangrijke rol.”

Hoe diplomatiek is Aviv Shir-On eigenlijk?

„Diplomatiek zijn is niet alleen een eigenschap. Je kunt het ook leren. Er gaat een lange studie aan vooraf, voor je naar het buitenland wordt gestuurd. Hoe diplomatiek ik ben? Ik heb aan de basis gestaan van belangrijke onderhandelingen in het vredesproces tussen Israël, Egypte, Jordanië en de Palestijnen. Die besprekingen zijn in verdragen uitgemond. Dat is voor mij als Israëliër van belang, maar ik kan ook zeggen dat ik daar als diplomaat mijn steentje aan heb bijgedragen.

Tegelijkertijd ben ik als diplomaat nooit stil gebleven als ik problemen zag. Dat is niet makkelijk in een democratisch systeem en ik heb er ook diverse keren de prijs voor betaald. Meer dan eens is een promotie of een mooi baantje daardoor aan me voorbijgegaan.

In januari hadden we in Jeruzalem een conferentie met alle Israëlische ambassadeurs. Het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar wij onder vallen, doet het al langere tijd niet zo goed. Premier Netanyahu gaf een presentatie over de situatie op het departement en over nog meer pijnlijke ingrepen die in zijn ogen noodzakelijk waren. Ik heb mezelf, als senior diplomaat, toen vergund om op te staan en Bibi te confronteren. Dat is niet makkelijk, dat kan ik je wel vertellen. Ik sprak in militaire termen: U hebt ons naar het front gestuurd zonder munitie. Maar toen hadden we tenminste onze spirit nog. Nu gaat u ook nog aan ons salaris zitten. Daarmee tast u onze spirit aan. Het was doodstil. Ik kreeg uiteindelijk bijval van enkele oudere collega’s. Ik hoop dat het na de verkiezingen beter zal gaan.”

Hoe werkt dat in het dagelijks leven? Bent u daar ook voortdurend diplomaat?

„Als ik uitga van wat mensen over me zeggen, ben ik als persoon makkelijk in de omgang. Het valt niet mee om ruzie met me te krijgen. Ik kan slecht tegen oneerlijkheid. Ook stoort het me als mensen niet loyaal aan een zaak en aan zichzelf zijn. Dat geldt ook op het diplomatieke vlak. Niet alles wat Israël doet, kan door de beugel. Joden zijn geen heiligen. Kritiek op onze regering is prima, als het maar op een afgewogen en eerlijke manier gebeurt.”

Wat betekent uw Joodse identiteit voor u?

„Ik houd me niet aan alle religieuze wetten. Ik eet niet altijd koosjer en ik rijd op sjabbat. Maar ik ben wel een trotse Jood. Ik leef volgens de universele principes van het monotheïsme dat wij in de wereld hebben gebracht. De Tien Geboden vloeien voort uit de Thora; die heeft iedereen overgenomen. Uit Sion zal de Thora uitgaan en het Woord van God zal zich uit Jeruzalem verspreiden, leert de Bijbel. Het is geen toeval dat Jeruzalem zo’n grote rol speelt in de islam en het christendom.

Vragen stellen is een fundamenteel onderdeel van de Joodse traditie. Dat heeft ons de eeuwen door op de been gehouden. Daardoor hebben we de Shoah overleefd en hebben we zulke grote stappen in de ontwikkeling van de technologie gezet.”

Aviv Shir-On. beeld RD, Henk Visscher

U houdt zich niet aan alle Joodse wetten. Welke rol speelt religie wél in uw leven?

„De Almachtige ís er en Hij bewaart en leidt ons. Ik ben gelovig, maar ik praktiseer het geloof op míjn manier. Dat is hét grote debat tussen orthodoxen en seculieren in de Israëlische samenleving: wat is geloof? Ik heb er moeite mee als anderen mij opleggen hoe ik mijn religie moet beleven. Ik denk dat mijn gezin dichter bij de traditie leeft dan menige seculiere familie. Als diplomaat probeer ik ook altijd recht te doen aan alle stromingen in het Jodendom.”

Met welk gevoel betreedt u dan een synagoge?

„Met een gevoel van respect. Ik beschouw het als het huis van God. Datzelfde ervaar ik overigens ook als ik een kerk binnenga, hoewel men daar niet uit hetzelfde Boek leest. Het zijn allebei plaatsen waar mensen hopen en bidden.”

De moderne staat Israël bestaat inmiddels 71 jaar. Hoe kijkt u tegen de terugkeer van het Joodse volk naar het land aan?

„Ik zie dat als de vervulling van een belofte. Daar hebben Joden eeuwenlang voor gebeden en dat doen ze nog steeds. De Almachtige brengt ons terug naar ons thuisland. Dat schept wel verplichtingen. Als je voor terugkeer bidt en er bestaat een Joodse staat, dan moet je ook komen! Daar zit ook een praktische kant aan. Joden zijn altijd vervolgd. Ook nu nog kunnen we niet in vrede leven, ook al hebben we een eigen land. Daarom: hoe meer Joden er naar Israël gaan, hoe meer mensen er zijn om te vechten. Hoe kleiner, hoe kwetsbaarder. In zo’n klein land doet het aantal inwoners er wel degelijk toe. In het Hebreeuws wordt emigratie aliyah genoemd: opgaan. Vertrekken is neergaan: dan word je als een soort verrader beschouwd.”

U neemt binnenkort afscheid als ambassadeur. Hoe kijkt u terug op de houding van Nederland ten aanzien van Israël?

„Nederland was ooit een grotere vriend van Israël dan vandaag de dag. Dat is niets nieuws. Tegelijkertijd heeft Israël nog heel veel vrienden in dit land. Dertig jaar geleden was ook het officiële Nederlandse beleid gunstiger ten aanzien van de Joodse staat. Dat is veranderd, en ik denk dat dat veel met de invloed van de Europese Unie heeft te maken.

Ik kan niet zo goed begrijpen waarom sommige EU-landen een extreem negatieve houding tegenover Israël innemen. Ik ben zelf in een Europees gezin opgegroeid, met klassieke Europese muziek en de schilders van de Gouden Eeuw. Israël is van alle staten in het Midden-Oosten het land dat het nauwst aansluit bij de Europese cultuur en denkwijze. Iedereen mag kritiek op ons hebben, maar het komt mij af en toe als boosaardig over.

Ik vraag andere landen slechts of ze zich niet in onze interne aangelegenheden willen mengen. Dat doe ik ook niet, in zaken die andere staten aangaan – niet als diplomaat en niet als Israëliër. We hebben onze eigen pluralistische samenleving, met alle democratische instituties die daarbij horen, om ons maatschappelijk debat te voeren.”

Aviv Shir-On. beeld RD, Henk Visscher

Hoe ziet uw bestaan na de diplomatieke dienst er straks uit?

„Ik heb daar best wel de nodige spanning over. Hoe gaat het leven straks verder? In oktober hoop ik 67 te worden. Dat is de wettelijk verplichte leeftijd voor een ambassadeur om met pensioen te gaan. Maar één ding is zeker: ik ga niet achteroverleunen en niets doen. Misschien ga ik lezingen geven over mijn ervaringen als diplomaat. Wellicht kan ik iets betekenen in het zakenleven. Ik ben niet zo commercieel ingesteld, maar ik heb wel een uitgebreid netwerk opgebouwd.”

Het gesprek is eigenlijk ten einde. Maar plotseling steekt Aviv Shir-On zijn hand op en zegt: „Je vroeg me toch hoe het was om als ambassadeur van Israël naar Duitsland te worden gestuurd? Ik herinner me nog dat ik voor de Israëlische ambassade in Bonn stond en de davidsster boven dat gebouw zag wapperen. Wat ik toen dacht? Mijn moeder stond voor de keus: Duitsland ontvluchten of in Auschwitz worden vermoord. En hier staat haar zoon, als vertegenwoordiger van de Joodse staat in een land dat heel mijn familie wilde vermoorden. Toen was de cirkel voor mij rond.

Ik moet vaak terugdenken aan de oorlog van 1973, toen ik als tankcommandant op de Golan was gestationeerd. Wij hadden 200 tanks; de Syriërs hadden er 2500. Maar ik wist: als we hier niet standhouden, hebben we nooit meer een thuis om naartoe te gaan. Dat was een heel goede reden om die oorlog te winnen. Hoewel het een verschrikking was. Ik heb veel vrienden zien vallen; mijn eigen bloed heeft gevloeid. Maar het was het allemaal waard. En ik ben heel dankbaar dat ik daarna als diplomaat voor de vrede heb mogen vechten. Want ik wist wat oorlog was.”

Het Reformatorisch Dagblad organiseert op 12 september een abonneeavond met de ambassadeur in Gorinchem. Voor meer informatie en aanmelden kijk op www.rd.nl/abonneevoordeel onder abonneedagen of bel 055-5390498

Aviv Shir-On. beeld RD, Henk Visscher

Aviv Shir-On

Aviv Shir-On (1952) diende als compagniecommandant bij de Israëlische pantsereenheden en behaalde de rang van kapitein. Hij volgde een bachelor en master aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem in internationale politiek en diplomatie. Vanaf 1978 bekleedde hij diverse posten in de Israëlische buitenlandse dienst, zowel in eigen land als daarbuiten. Sinds september 2016 is Shir-On ambassadeur in Nederland.

Aviv Shir-On is getrouwd met Arnona. Het echtpaar heeft drie kinderen.