Hoe Noord-Korea steun verwierf in Afrikaanse landen

Beeld voor de onbekende soldaat, onderdeel van het heldenmonument voor gesneuvelde militairen buiten de Zimbabwaanse hoofdstad Harare. beeld Tycho van der Hoog
2

Het monument voor gevallen soldaten in de Namibische hoofdstad Windhoek komt uit Noord-Korea. Net als het gedenkteken in buurland Zimbabwe. Het is de echo van de tijd dat Afrikaanse rebellen steun zochten in Pyongyang.

Het begon min of meer toevallig, tijdens een bezoek aan Windhoek, Namibië. Daar zag Nederlander Tycho van der Hoog in 2015 een opmerkelijk monument. De bevolking vertelde hem dat deze ‘Koffiepot’ was gebouwd door Noord-Koreanen.

Dit fascineerde Van der Hoog (26) zo dat hij besloot uit te zoeken hoe door Noord-Korea gebouwde beelden in Namibië en andere Afrikaanse landen belandden. In 2017 studeerde hij af op het onderwerp; een bewerkte versie van zijn onderzoek verscheen vorige maand als boek. En klaar is hij allerminst: momenteel promoveert hij op het thema bij het Afrika Studie Centrum in Leiden.

Centraal in het boek van Van der Hoog staan de in 2002 gebouwde Heroes’ Acre bij Windhoek en een soortgelijk monument buiten de Zimbabwaanse hoofdstad Harare uit 1982. Beide gedenkplaatsen zijn gemodelleerd naar het Revolutionaire Martelarenkerkhof dat net buiten het Noord-Koreaanse Pyongyang ligt, en waar de lichamen liggen van strijders die samen met Kim Il-sung tegen de Japanse kolonisator vochten.

Die beelden kwamen niet toevallig in Afrika terecht. Vaak wordt aangenomen dat Afrikaanse regimes de monumenten aanschaften bij Noord-Korea vanwege de lage kosten, maar dat klopt volgens Van der Hoog niet. „Bij alle gevallen die ik onderzocht vielen de projecten fors duurder uit dan begroot. Ook kwamen de projecten niet ten goede aan de lokale bevolking: Noord-Korea vloog alles zelf in, inclusief personeel.”

Dankbetuiging

Volgens de promovendus is de komst van de beelden veel beter te verklaren vanuit de goede banden die Noord-Korea onderhield met Afrikaanse rebellenbewegingen. Dat geldt met name voor Namibië en Zimbabwe. Voordat deze naties op zichzelf kwamen te staan, bezochten onafhankelijkheidsstrijders en latere staatshoofden Sam Nujoma (Namibië) en Robert Mugabe (Zimbabwe) de Noord-Koreaanse leider Kim Il-sung in Pyongyang. Die steunde hun rebellengroepen met wapens en militaire training. De Afrikaanse strijdgroepen voelden verwantschap met het Noord-Koreaanse regime. Dat laatste begon ook als een communistische rebellenbeweging in de jaren dertig die tegen een koloniale overheerser streed.

Toen Nujoma en Mugabe in respectievelijk 1990 en 1980 aan de macht kwamen, werd de hulp die Pyongyang tijdens hun strijd had gegeven niet vergeten. Noord-Korea werd beloond met de aankoop van standbeelden, wapens, munitie en meer militaire training. Ook stemmen veel Afrikaanse landen in de VN vaak tegen nieuwe sancties voor Pyongyang. „De steun die Noord-Korea tijdens de dekolonisatie gaf aan strijdgroepen was een investering in de toekomst die zich nu uitbetaalt”, aldus Van der Hoog.

Na de onafhankelijkheid bleef Pyongyang in zekere zin een voorbeeld voor de Afrikaanse strijdgroepen. „Het feit dat zij de vrijheid hebben verworven, legitimeert hun macht”, zegt de promovendus. „Hiermee kun je oppositie ook het zwijgen opleggen. Dan zeg je: jullie staan aan de verkeerde kant van de geschiedenis, wij hebben met ons bloed voor de vrijheid betaald.”

Behalve in Namibië en Zimbabwe prijken er ook Noord-Koreaanse standbeelden in zeker dertien andere Afrikaanse staten. Het ging niet altijd in één keer goed: in Senegal moest een monument worden aangepast, omdat de opdrachtgever de gezichten niet Afrikaans genoeg vond. Het beeld werd uiteindelijk voltooid in 2010 en is met 49 meter het hoogste monument van heel Afrika.

Meer standbeelden

Van der Hoog vermoedt dat er nog veel meer kleinere Noord-Koreaanse beelden aanwezig zijn op het Afrikaanse continent, die nog niet in kaart zijn gebracht. In 2017 nam de VN-Veiligheidsraad sancties aan die het Noord-Korea verbood nog langer monumenten te exporteren. „Of dat in de praktijk is nageleefd, betwijfel ik”, aldus Van der Hoog.

In Europa is voor zover bekend slechts één door Noord-Koreanen vervaardigd beeldhouwwerk te vinden. Een in 1910 onthulde fontein met bronzen beelden in Frankfurt werd tijdens de Tweede Wereldoorlog omgesmolten. In 2005 kreeg Noord-Korea de opdracht de beelden te herstellen, sinds mei 2006 zijn de Märchenbrunnen weer te bewonderen.