Europese Unie na elke crisis sterker

Corona
EU-commissaris van Volksgezondheid, Tella Kyriakides. beeld AFP, Kenzo Tribouillard

Enthousiaste EU-federalisten hebben iets om naar uit te kijken: verdere Europese integratie volgt onmiskenbaar na een ‘goede’ crisis, want de Europese Unie laat nooit een crisis onbenut.

De grondlegger van Europese integratie, Jean Monnet (1888-1979), was één van de eersten die het belang van crises voor het Europese project constateerde. Hij stelde in zijn memoires dat hij „altijd had geloofd dat Europa door crises zou worden opgebouwd.” Voor Monnet was het een eenvoudige oorzaak-gevolgrelatie: alleen in tijden van nood accepteren mensen verandering en nood wordt alleen tijdens een crisis erkend.

Dat de Europese Unie een crisis niet onbenut laat, is zeker de afgelopen twee decennia gebleken. Na de financiële crisis van 2008 werd Europese regelgeving aangescherpt en nam de controle vanuit Brussel en Frankfurt verder toe. Er werd een noodfonds in het leven geroepen: het Europees Stabiliteitsmechanisme, dat onder meer toezicht houdt op nationale begrotingen.

Nu het coronavirus Europa teistert, kijken de regeringsleiders wederom naar de Commissie in Brussel en de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt. De staatshoofden zetten hun hoop op een herhaling van de woorden en daden van oud-ECB-president Mario Draghi in 2012. Zijn beroemde uitspraak was dat „de ECB bereid is alles te doen wat nodig is om de euro te behouden.” EU-lidstaten waren toen eveneens bereid om alles te doen, ook om de teugels op nationaal niveau te laten vieren, wat uiteindelijk tot toenemende supranationale financiële integratie en verplichtingen leidde.

Het verdiepen van Europese eenwording is echter niet altijd direct tijdens –en vlak na– een crisis glashelder. Zo stellen sommigen dat de migratiecrisis in 2015 niet leidde tot een voortgang van integratie. EU-landen konden destijds en kunnen ook vandaag de dag maar niet tot een akkoord komen over een quotasysteem waarin asielzoekers evenredig over lidstaten worden verdeeld.

Toch is er in het geval van de migratiecrisis evengoed sprake van verdere Europese integratie. In 2016 trad bijvoorbeeld Frontex in werking, een Europese grens- en kustwacht. Hoewel de EU het agentschap officieel al in 2004 oprichtte, werd het pas actief na de crisis van 2015. De afgelopen jaren breidde Frontex verder uit. Zo werd vorig jaar besloten dat het agentschap tot 2027 met 10.000 grenswachters groeit.

Met de huidige coronacrisis rijst bij sommigen de vraag welke gevolgen dit gaat hebben voor de ontwikkeling van Europese eenwording. Het is niet ondenkbaar dat Brussel op het gebied van gezondheidszorg de verantwoordelijkheid naar zich toe wil trekken. Op dit moment zijn de lidstaten zelf „primair verantwoordelijk voor het organiseren en leveren van gezondheidsdiensten en medische zorg.” Maar wat gebeurt er als zij tijdens deze crisis na de EU kijken voor het organiseren en leveren van zorg?

Het doet goed om te zien –vooral op een niet-politiek niveau– dat mensen de coronacrisis benutten om anderen een hart onder de riem steken. Maar tijden van crises nemen niet weg dat ook in die periodes keuzes bedachtzaam, beargumenteerd en weloverwogen moeten worden genomen. Zeker op Europees niveau moet niet worden vergeten dat amper twee maanden geleden een belangrijke lidstaat houdoe en bedankt zei tegen verdere Europese integratie.