Willem van Scheers vangt al meer dan veertig jaar ratten in Rotterdam

beeld AFP
2

Al meer dan veertig jaar gaat Willem van Scheers (61) achter ongedierte in Rotterdam aan. Voor hem is het meer dan een baan: het werd een deel van zijn leven. Van Scheers’ hulp wordt voor de bestrijding van allerlei plaagdieren en vuil ingeroepen.

Van Scheers kwam via een schoonmaakbedrijf bij de ontsmettingsdienst van de gemeente Rotterdam te werken. „Na ruim veertig jaar willen ze nog steeds niet van mij af”, grapt hij.

De ontsmettingsdienst werd later omgedoopt tot ongediertebestrijding; nu heet die plaagdierbeheersing. „In een enkel geval mogen we nog insecticiden gebruiken, maar tegenwoordig voeren we een diervriendelijk beleid. Bestrijden is nu beheersen.”

Welke vieze klussen hebt u moeten opknappen?

„Bij het ontruimen van zwaar vervuilde woningen moest ik weleens een knopje omzetten. Soms had ik vier dagen nodig om al het vuil in containers te kieperen.

Ook het opruimen van het vuil dat zwervers onder viaducten achterlaten is niet altijd een fris klusje.”

Wat voor plaagdieren komt u zoal tegen?

„Muizen, kakkerlakken, wespen, vlooien, bedwantsen en niet te vergeten ratten.

Vlooien komen niet zo vaak meer voor. Een wespennest hoog in een boom laat ik gewoon zitten. Dichtbij huis moet je zo’n nest uitroeien.

Van Scheers bij een met pindakaas ingesmeerde bak waarin bruine ratten worden vangen. „Heel vaak is het: Hebbes!” beeld A. M. Alblas

Bedwantsen zijn moeilijk te bestrijden. Ze komen het meest voor in hotelkamers. ’s Nachts doen de beestjes zich te goed aan mensenbloed, om eieren te leggen. Overdag houden ze zich schuil.”

Uw erenaam is ”De rattenvanger van Rotterdam”?

„Iemand heeft me ooit zo genoemd. Hier in de stad vang ik vooral bruine ratten. De zwarte rat vind je in Brabant of op zeeschepen.

De bruine rat is heel slim; hij houdt zich schuil voor mensen. Zorg er dus voor dat hij geen schuilplaats kan vinden. Laat ook geen voedsel achter.

In de stad hebben we zo’n 400 betonnen bakken geplaatst met onderin een gat. De binnenkant smeren we in met pindakaas en de klemmen erin voorzien we ook van een prop pindakaas. Heel vaak is het: Hebbes!”

Wat doet u aan de overlast van duiven?

„Duiven leven van ons afval. Het zijn de opruimers van onze troep. Ze pikken overal een graantje mee. Vroeger vingen we ze met een net en lieten we ze inslapen.

Nu plaatsen we duiventillen op daken. Daar geven we de beestjes eten en drinken. We houden ze ook nauwlettend in de gaten.

In samenwerking met de dierenbescherming vangen we zieke dieren; die gaan naar de opvang. Op plekken waar ze overlast geven, brengen we pinnen of draad aan. Zodat ze daar niet kunnen gaan zitten en de boel met hun uitwerpselen bevuilen.”

In de schijnwerpers: rubriek voor opmerkelijk regionaal nieuws.