„Weinig oog voor sociale nood ouderen”

Stervenshulp
Van Wijngaarden. beeld RD

Veel nadruk op zelf­beschikking, weinig oog voor de sociale en maatschappelijke vragen waarmee ouderen kunnen worstelen.

Dat is de eerste reactie van Els van Wijngaarden op het wetsvoorstel waarmee het kabinet stervenshulp bij een ”voltooid leven” mogelijk wil maken. Van Wijngaarden verricht onderzoek naar de thematiek van voltooid leven en promoveert op 22 november aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.

Ze is docent aan dezelfde universiteit en daarnaast betrokken bij Tao of Care, een organisatie die werkt aan oplossingen voor zorg en ondersteuning van chronisch zieken. Van Wijngaarden nam diepte-interviews af bij 25 Neder­landse gezonde wilsbekwame ouderen met een gemiddelde leeftijd van 82 jaar. In de gesprekken met ouderen hoorde Van Wijngaarden telkens dezelfde vijf klachten: eenzaamheid, er niet meer toe doen, het onvermogen om zichzelf te uiten, geestelijke of lichamelijke vermoeidheid en een aversie tegen afhankelijkheid. Ouderen voelden zich soms een blok aan het been van hun kinderen, niet meer van belang, gemarginaliseerd. Ze waren hun verbinding met de wereld kwijtgeraakt. Het begrip voltooid leven wekt volgens haar ten onrechte de indruk dat ouderen die om die reden hun leven willen beëindigen, vinden dat het wel mooi is geweest. „In het debat wordt voltooid leven vaak gezien als een voldongen feit, waar we een regeling voor moeten treffen. Zo poetsen we belangrijke maatschappelijke problemen weg.”

Wat was uw eerste indruk van het kabinetsvoorstel voor stervenshulp aan mensen die hun leven voltooid achten?

„Ik vind het een smal voorstel. Er is erg weinig te lezen over de sociale en maatschappelijke kanten van de problematiek van het voltooide leven. De nadruk ligt op zelfbeschikking. Daarmee gaat het kabinet voorbij aan de complexiteit van dit onderwerp. Ik had een uitgebreider pakket van maatregelen verwacht. De problematiek van ouderen die hun leven voltooid vinden, vraagt een heel zorgvuldige aanpak. Die moet je niet alleen isoleren tot stervenshulp.”

Dat verbaast u?

„Ja. Ik had een breder pakket verwacht. Ik hoop dat in de verdere verwerking wordt gezocht naar wegen om hier op een andere manier mee om te gaan, waarbij ook ingezet wordt op preventie.

In de commissie-Schnabel zaten mensen die zeer bij dit onderwerp betrokken waren. Hun aanbevelingen zijn niet of nauwelijks in het voorstel verdisconteerd.

We hebben nu een euthanasiewet, waarin het om uitzichtloos en ondraaglijk lijden gaat. Dat zijn subjectieve begrippen, maar toch, het gaat wel om een systeem van regelgeving dat velen beschouwen als zorgvuldig en goed doordacht. Het mogelijke gevaar van dit voorstel is dat je een stuk zorgvuldigheid van de huidige wetgeving loslaat.”

In het kabinetsvoorstel wordt geen leeftijdsgrens genoemd. In de plannen van D66 staat een ondergrens van 80 jaar.

„Dat is inderdaad heel intrigerend. In de praktijk zal het veelal gaan om ouderen, maar in principe kan iemand van 26 jaar die het leven voltooid acht op basis van het kabinetsvoorstel ook een beroep doen op stervenshulp.”