VGS wil gesprek op school over identiteit

P.W. Moens. beeld RD, Henk Visscher
2

De reformatorische onderwijsorganisatie VGS stuurt haar aangesloten scholen en kerkenraden deze week een vernieuwd identiteitsprofiel toe. In de hoop dat scholen erover in gesprek gaan. „Het document speelt in op de nieuwste ontwikkelingen. In de samenleving én in eigen achterban.”

Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs heet de organisatie die 97 jaar geleden werd opgericht en die lange tijd vooral bekend stond als ”de scholenbond”. Wat het gereformeerde karakter inhoudt, is in 2010 vastgelegd in een identiteitsprofiel. „We wilden de grondslag kernachtig verwoorden, als een verbindend element binnen de school en tussen de scholen”, zegt bestuurder P. W. Moens.

De totstandkoming ervan duurde een jaar. „Er waren mensen uit alle geledingen bij betrokken, van basisonderwijs tot hoger beroepsonderwijs. Ook vertegenwoordigers van de kerken dachten mee.”

Duidelijk, positief en eensluidend moest de verwoording van de identiteit door reformatorische scholen zijn. Ruim vijftien jaar eerder, toen het parlement de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) had vastgesteld, stelde de VGS een eerste profielschets op. Die voldeed op een aantal punten niet meer. Daarbij kwam dat scholen zelf ook identiteitsstukken opstelden. Daarin kwamen soms wat ongelukkige formuleringen voor. Dat leidde tot vragen in de Tweede Kamer. Toen het ministerie daarover met de VGS in gesprek ging, werd besloten een nieuw profiel op te stellen, in de hoop dat alle reformatorische scholen dat zouden gebruiken.

Positief

De opstellers streefden ernaar het document positief te formuleren. „Het is gemakkelijk om te vertellen waar je allemaal op tegen bent, maar wij wilden vooral vertellen waar het reformatorisch onderwijs voor staat”, stelde VGS-jurist mr. J. G. Macdaniel destijds.

Het document werd afgestemd op actuele ontwikkelingen, zoals de gewijzigde verhoudingen in de politiek, het transparanter worden van de informatievoorziening door middel van internet en het debat over homoseksualiteit. „Nieuwe inzichten staan er niet in. We hebben gewoon helder en positief uiteengezet wat ons drijft”, zei Macdaniel in het Reformatorisch Dagblad. „Een eenduidige verwoording van onze drijfveren en beginselen kan misverstanden bij de buitenwacht wegnemen.”

Gespreksdocument

Het identiteitsprofiel kreeg een positief onthaal, zegt Moens. „Al onze scholen omarmden het.” Daarmee kreeg het visiedocument een plaats in 160 basisscholen, 7 scholengemeenschappen voor voortgezet onderwijs, 1 instelling voor middelbaar beroepsonderwijs (het Hoornbeeck College) en 1 voor hoger beroepsonderwijs (Driestar Educatief), met in totaal 70.000 leerlingen en studenten.

„Sommige scholen brachten er kleine wijzigingen in aan, op grond van hun specifieke situatie. Het stuk is vervolgens gebruikt tijdens sollicitatierondes en tijdens functioneringsgesprekken binnen de school, maar ook om richting de buitenwacht duidelijk te maken waar we voor staan.”

Wetswijzigingen

Na zeven jaar bleek er behoefte aan actualisering van het document. Het nieuwe profiel heeft volgens Moens dezelfde opzet als het vorige, maar is afgestemd op de nieuwste ontwikkelingen. „Het gaat nog steeds over de plaats van Gods Woord, van het gebed, van Zijn geboden. Over onze mensvisie, de pedagogische waarden waarop onze scholen zijn gebaseerd en de positie van de leraar als identificatiefiguur. Die beginselen moeten de rode draad zijn voor al het handelen binnen de school.”

Het vernieuwde profiel speelt in op de ontwikkelingen in de wetgeving. „De Algemene wet gelijke behandeling is aangescherpt. De enkelefeitconstructie is uit die wet gehaald: een werknemer mag niet meer worden geweigerd of ontslagen vanwege het enkele feit dat hij of zij een homoseksuele levenswijze heeft. In 2010 liep de discussie over homoseksualiteit hoog op; de laatste tijd is het genderdebat actueel.”

Moens wijst ook op andere ontwikkelingen: „Er is meer aandacht gekomen voor sociale veiligheid. Artikel 23 van de Grondwet, over de vrijheid van onderwijs, blijft een wat onrustig bezit: het richtingenbegrip bij de stichting van scholen verdwijnt vooralsnog niet, maar is wel ter discussie gesteld. Al die ontwikkelingen –en ze gaan soms hard– zeggen iets over de noodzaak om als scholen een helder profiel te houden.”

Bijbelvast en kringvast

Ontwikkelingen binnen eigen kring spelen daarbij niet minder een rol. „Neem de recente discussie over schepping en evolutie. Het is in een deel van de gereformeerde gezindte niet meer vanzelfsprekend dat de evolutietheorie over het ontstaan van de wereld en van het leven wordt afgewezen.”

Er is vaker reden tot bezorgdheid over de Bijbelvastheid en „kringvastheid” van mensen met een reformatorische levensovertuiging, zegt Moens. „We gingen er lange tijd van uit dat onze identiteit stond als een huis en dat iedereen zich erbij betrokken voelde. Het bewaren van de identiteit gaat echter niet vanzelf. Het „ik vind” en „dat voel ik anders” speelt op. Mensen shoppen hier en daar en stellen hun eigen levensovertuiging samen. Als gezindte en als scholen is het belangrijk om te staan naar eenheid in identiteit, eenheid ook tussen leer en leven.”

Verwereldlijking

De ontwikkelingen gaan de scholen niet voorbij. De genoemde evolutiediscussie heeft invloed, zegt Moens. „Er zijn ook leraren die ‘gemakkelijker’ denken over de invulling van de zondag. Er zijn mensen die zich laten overdopen en daarmee de kinderdoop terzijde schuiven. Niet alleen jongeren, maar ook ouderen maken soms keuzes op grond van emoties in plaats van kennis. Er is niet altijd een eenvoudig gehoorzamen aan het „zo spreekt de Heere.” Daarmee laat je de kern van je identiteit los. Dat baart ons grote zorgen.”

Het toont de invloed van de samenleving op het reformatorisch bevolkingsdeel, zegt de VGS-bestuurder. „We zijn kinderen van deze tijd. Het individualisme heeft zijn uitwerking. We leven in een netwerksamenleving, waarin mensen ook buiten de eigen zuil invloeden ondergaan. Globalisering speelt een rol: de wereld is een dorp geworden en het dorp de wereld. Er is minder sociale cohesie.

De interne ontwikkelingen in onze kring baren me meer zorgen dan de externe. Het onderzoek van dr. W. Fieret heeft helder onder woorden gebracht dat een fors deel van de reformatorische jongeren de boodschap die ze ’s zondags horen onvoldoende laat doorwerken in hun doordeweekse leven. Kerkverlating is ook een grote zorg; over de Franca Treurs van onze tijd moeten we diepbewogen zijn.”

Breed draagvlak

Het vernieuwde identiteitsprofiel dat de VGS-scholen later deze week in hun stapel post vinden, is bedoeld om het gesprek over deze wezenlijke zaken gaande te houden of op gang te krijgen. Het kwam volgens de bestuurder van de onderwijsorganisatie opnieuw in een langdurig proces tot stand. „Net als de vorige keer hebben we er het afgelopen jaar mensen uit alle geledingen van het onderwijs bij betrokken. Daarnaast is het voorgelegd aan betrokkenen uit de kerken, pedagogen en juristen. Alle bestuurders van de zeven middelbare scholen hebben tweemaal een concept ter beoordeling toegezonden gekregen.

Er is bekeken welke zorgen er leven, welke onderwerpen aan de orde moesten komen en of we daarbij de goede toon troffen. We wilden geen afvinklijstje van wat wel en niet mag, maar een positieve verwoording van onze beginselen. Als reformatorisch onderwijs hebben we een duidelijke positie, maar die staat of valt met behoud van onze identiteit.”

Uitgangspunt is de Bijbel –in de Statenvertaling–, en meer dan in de vorige versie is er aandacht voor de belijdenisgeschriften. „Net als in het vorige profiel is over elk van de tien geboden een passage opgenomen. Uitgebreider dan in 2010 schrijven we over de pedagogische en maatschappelijke opdracht van de school.”

In gesprek

Het document is volgens Moens vooral bedoeld voor het voeren van zorgvuldig personeelsbeleid en voor het gesprek tussen bestuurders en leraren. „Ook andere personeelsleden, bestuurders en toezichthouders van scholen kunnen er echter mee aan de slag; ook zij zijn identificatiefiguren voor de leerlingen. Als VGS stellen we het document aan de orde bij de reguliere bezoeken die we aan alle aangesloten scholen brengen.

Naar buiten toe geeft het identiteitsprofiel –als een soort keurmerk– een heldere verwoording van datgene waar we voor staan, maar het is in eerste instantie bedoeld voor interne bezinning: hoe houden we mensen bij de grondslag, hoe bevorderen we innerlijke betrokkenheid bij de identiteit en hoe houden we onze kring bij elkaar? Dit document verbindt de VGS-scholen. Het beklemtoont de eenheid van onze denominatie, ook richting de overheid.”

Bij het identiteitsprofiel wordt een handreiking gevoegd met suggesties voor gesprekken binnen de school, themadagen voor leraren, bezinningsavonden voor ouders en besprekingen tussen kerk en school. „De identiteit zou de slagader van de school moeten zijn: onmisbaar in al ons handelen en een kloppend, levend ‘lichaamsdeel’. Praten over wezenlijke zaken is niet gemakkelijk; hopelijk helpt dit document daarbij.”

De gedachtewisseling slaagt volgens Moens alleen als er openheid is. „Maak verschillen bespreekbaar. Iedereen zou ook als uitgangspunt moeten hebben dat je niet in de eerste plaats je eigen belang, maar het collectieve belang van de school behartigt. Als er verschil van godsdienstige opvatting ontstaat, kan het bestuur afscheid nemen van een personeelslid, maar eigenlijk zou de werknemer zelf al eerder conclusies moeten trekken.”

Ondertekening

Een deel van de scholen liet alle betrokkenen het vorige document tekenen. „Dat kan nog steeds. Dat heeft geen juridische status, maar verbindt wel onderling. Het gesprek vind ik belangrijker. Als het bestuur na zorgvuldige consultatie van de medezeggenschapsraad het profiel vaststelt en dat helder communiceert naar het personeel, is het ook zonder ondertekening juridisch geldig.”

Juist in een tijd waarin een groot deel van het bijzonder onderwijs kleurlozer wordt, zou de identiteit van het reformatorisch onderwijs overal in de school zichtbaar moeten zijn, zegt Moens. „We mogen best wat meer aan profilering, aan pr doen. Een buitenstaander die onderzoek op onze scholen deed, zei tegen me: „Jullie hebben goud in handen, maar jullie communiceren niet.” Als scholen werk maken van hun identiteit en een goede samenwerking met de kerken hebben, bevordert dat de loyaliteit van onze jongeren.”