Verrassende archeologische vondsten in Putten

Maarten Wispelwey en Eric Norde (r.) bij de opgraving aan de Rimpelerweg in Putten. Ze legden resten van middeleeuwse boerderijen en een boerderij uit de ijzertijd bloot. Dit is het eerste grootschalige onderzoek na de vondst van een vroeg-middeleeuwse nederzetting in het stuifzand bij Kootwijk. beeld RD, Anton Dommerholt

Bij grootschalig archeologisch onderzoek bij Putten zijn goed bewaard gebleven resten van middeleeuwse boerderijen en een boerderij uit de ijzertijd aangetroffen. „De vondsten zijn spectaculair”, aldus een woordvoerder van de gemeente Putten.

Zaterdag organiseert de gemeente een open dag op het 7 hectare grote terrein ten westen van het dorp, slechts op zo’n 200 meter afstand van het station. Zo’n oppervlakte is op zich al bijzonder, zegt projectleider Eric Norde van archeologisch bureau RAAP. „Meestal worden archeologen bij bouwplannen ingeschakeld voor één bouwput of één perceel. Nu kunnen we in één keer de complete bewoningsgeschiedenis van een heel gebied in kaart brengen.”

Binnen enkele jaren moet er op de locatie een nieuwbouwwijk met circa 300 woningen verrijzen. De afgelopen eeuwen was Rimpeler, zoals het gebied heet, landbouwgrond. „Daardoor zijn de blootgelegde erven, van 800 tot 1400 na Christus, zo goed geconserveerd”, zegt regioarcheoloog Maarten Wispelwey. „Nadat de middeleeuwse bewoners Rimpeler verlieten, is de grond door bemesting alleen maar opgehoogd, tot bijna een meter. Alles in de bodem bleef ongerept.”

De meest bijzondere vondst tot nu toe is een zwaar uitgevoerde boerderij van 30 bij 13 meter. Wispelwey: „De stevige constructie aan de kopse kant valt op. Die doet een soort opkamer vermoeden, een tweede verdieping. Zoiets kennen we wel uit de dertiende eeuw, maar deze boerderij dateert uit de tiende of elfde eeuw.”

Nabij de boerderij is een bronzen pommel gevonden. „Dat is een versierd element van een zwaard, op de greep aangebracht om het wapen in de hand beter in balans te kunnen houden. Blijkbaar woonde hier iemand met een zwaard, geen gewone boer of burger. Mogelijk een ridder”, veronderstelt Wispelwey. „In elk geval is dit geen simpele boerderij”, stelt Norde. „Voor die tijd moet het een imposant gebouw zijn geweest. Het wordt nog een leuke uitdaging om de vondst te interpreteren.”

Wellicht geven documenten van een klooster in Werden, nu een stadsdeel van Essen in Duitsland, meer informatie. Dat had de gronden van Rimpeler in de middeleeuwen in bezit.

Wispelwey: „Deze koppeling is een mooie bijkomstigheid. We beschikken over historische documenten over het klooster die teruggaan tot ongeveer het jaar 1000. Daarin zoeken we naar gegevens over bijvoorbeeld transacties en pachtgelden rond boerderijen die we hier terugvinden.”

Ook drie andere middeleeuwse boerderijen zijn letterlijk ontdekt. Bij een van de erven ligt een grote moestuin. „De structuur van bedden en greppels voor de afwatering is nog goed zichtbaar.”

Verder stuitten de onderzoekers op een boerenerf uit de ijzertijd. Wispelwey dateert het erf op ongeveer 200 voor Christus. „Opmerkelijk is de vondst van vier graven op het erf. In de ijzertijd werden overledenen gecremeerd op een brandstapel. Nabestaanden begroeven de asresten in een kuil. Meestal gebeurde dat in een apart grafveld, in Rimpeler echter dicht bij huis.”

Ruim een kwart van het gebied is nog maar doorgelicht. „En we zijn nu al blij met de resultaten”, zegt Wispelwey. Norde: „Op de Veluwe is dit het eerste grootschalige onderzoek na de vondst van een vroeg-middeleeuwse nederzetting in het stuifzand bij Kootwijk in de jaren zeventig van de vorige eeuw.”

Vergeleken met de gebruikte technieken bij de opgravingen in Kootwijk beschikken de archeologen nu over modernere middelen, zoals een nauwkeurige gps-plaatsbepaling, geavanceerdere datering met de koolstofmethode en jaarringenonderzoek op hout. Wispelwey: „De vooruitgang zit ook in computergebruik. We hebben nu in het veld direct overzicht.”