„Steun voor boeren kantelt na actie in Groningen”

Boze boeren probeerden maandag het provinciehuis in Groningen binnen te dringen. beeld ANP, Siese Veenstra

Boeren in Groningen vernielden maandag de deur van het provinciehuis, reden een politiepaard aan, ramden door hekken. Gaan ze te ver?

Prof. dr. Jan Brouwer, rechtswetenschapper, directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid:

„Met hun gedragingen gingen boeren maandag een principiële grens over. Je mag betogen, maar moet je wel houden aan wettelijke regels. Een klein groepje deed dat niet. De organisatie van het protest had die uitwassen moeten voorkomen.

Als burger zeg ik: De Friese gedeputeerde Kramer trok de provinciale stikstofmaatregelen in en boog voor de druk van boeren. Je kon vijf minuten later de appjes van de boeren door de lucht horen vliegen: We zorgen dat in andere provincies de stikstofmaatregelen ook van tafel gaan. In Groningen hielden commissaris van de Koning René Paas en gedeputeerde Henk Staghouwer hun rug recht. Paas zal gedacht hebben: we kunnen niet bij het eerste protest zwichten.

Ik snap de emoties van de boeren. Maar ze zullen op moeten passen, willen ze hun gelijk halen. De agrariërs hadden afgelopen tijd best veel steun onder de bevolking, maar na het protest in Groningen begint dat beeld te kantelen.”

Prof. dr. Ira Helsloot, hoogleraar Besturen van Veiligheid:

„Ik praat het gedrag van de boeren in Groningen niet goed. Maar dat het protest uit de hand zou lopen, was te voorspellen. Als je een groep emotionele burgers niet persoonlijk tegemoet treedt, maar op afstand houdt met hekken, politie of dichte deuren, loop je het risico dat de boel escaleert. Hoe begrijpelijk angstgevoelens kunnen zijn, René Paas, de commissaris van de Koning, en gedeputeerde Henk Staghouwer hadden zich beter onder de boeren kunnen mengen. Om één op één het gesprek aan te gaan. Dan hadden ze regentenmoed getoond en was de kans groter dat het protest niet uit de hand zou lopen. Ik begrijp best dat bestuurders zich in zo’n massa boeren geïntimideerd kunnen voelen, maar ze moeten ook beseffen dat demonstranten hen echt niet overrijden of opeten.

Iemand als burgemeester Lenferink van Leiden ging in 2014 het gesprek aan met boze demonstranten die protesteerden tegen de komst van zedendelinquent Benno L. De burgemeester bracht de gemoederen zo tot gebaren. Dát is verstandig besturen.

Het valt mij op dat in de media gesteld wordt dat provinciebestuurders in bijvoorbeeld Friesland zijn gezwicht voor boerenprotesten en dat de bestuurders in Groningen juist hun rug hebben recht gehouden. Met zo’n voorstelling van zaken worden de feiten geframed, dus in een bepaald daglicht gezet. Wees je bewust van het effect van dergelijke woordkeuzes. Als premier Rutte alle tijd neemt om in het Torentje een paar jeugdige klimaatdemonstranten te woord te staan, zeggen we toch ook niet dat hij zwicht voor druk van protestacties?”

Prof. dr. Marcel Boogers, hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur aan de Universiteit Twente:

„De provincies hebben in het stikstofdossier geprobeerd de regie naar zich toe te trekken. Ze vonden dat de landelijke overheid niet ver genoeg ging wat betreft het verminderen van stikstofuitstoot.

Hoewel de provincies hun hand hebben overspeeld, hebben ze goede redenen om de regie naar zich toe te trekken. Ze zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor natuurgebieden. De provincies hebben snel maatregelen genomen, op last van de rechter. Ze hadden geen tijd voor overleg. Normaal gaan dat soort processen in ons land heel anders. Gebruikelijk is dat we polderen: We houden rekening met allerlei belangen en gaan met belangengroeperingen in gesprek.

Toen de boeren vorige week gingen protesteren tegen de koers van de provincies had je de poppen aan het dansen. Het is lastig voor bestuurders om dan hun rug recht te houden. De regie lijkt nu bij boze boeren te liggen. Ik vind het heel goed dat het provinciebestuur in Groningen niet toegeeft aan boeren die een deur vernielen.”