Rinus van Schendelen: Zeeuwen moeten beetje brutaler worden

Strakke gezichten bij Zeeuwse bestuurders vrijdagmiddag. De Zeeuwen zijn boos dat de marinierskazerne toch niet naar Vlissingen komt. beeld ANP, Robin Utrecht

Hoe betrouwbaar is de overheid? In 2012 besliste de regering dat de marinierskazerne zou verhuizen van Doorn naar Vlissingen. Vrijdag zette het kabinet echter een streep door dat besluit. Drie bestuurskundigen reageren wisselend.

Zeeuwen woest, mariniers opgelucht. Hoewel in Vlissingen al een precieze locatie bekend was voor de kazerne en bouwtekeningen waren gemaakt, heeft de stad het nakijken. De marinierskazerne blijft in het midden van Nederland. Over enkele jaren verhuizen de militairen naar Nieuw Milligen (gemeente Apeldoorn).

Dat de overheid terugkomt op het kazernebesluit, „gaat echt richting onbehoorlijk bestuur”, foetert prof. dr. Rinus van Schendelen, emeritus hoogleraar politicologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. „Het terrein voor de kazerne was al in gereedheid gebracht. Het kabinet draalde maar.”

Versterking

Dat de overheid Zeeland compensatie wil bieden, maakt niet meteen indruk op Van Schendelen. Zijn bevindingen in de afgelopen jaren stellen hem niet gerust. „Onder leiding van oud-premier Balkenende hadden de Zeeuwse autoriteiten overleg met de overheid over versterking van de Zeeuwse economie. Vanuit Den Haag kreeg Zeeland bemoedigende woorden. Typisch dat Haagse spel. Maar veel geld ging er bij mijn weten niet naar de provincie. De Zeeuwen werden aan het lijntje gehouden.”

2020-02-15-BIN1-bij-polman15-1-FC_webZeeland over afblazen kazerne: We zijn bedrogen

Braaf volk

Zeeuwse overheden zouden best kans maken als ze bij de Raad van State bestuursrechtelijk bezwaar maken tegen het schrappen van de marinierskazerne in Vlissingen, vermoedt Van Schendelen. „Zeeland is niet helemaal weerloos. De Zeeuwen moeten een beetje meer lef en brutaliteit tonen. Het is een braaf volk, ze laten zich te makkelijk in een hoek duwen.”

Heel anders is de toon van prof. dr. Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden. „Ik kan me uiteraard voorstellen dat deze beslissing voor Zeeland zuur is, maar ik wil de overheid zeker niet onbetrouwbaar noemen. Als Zeeuwen dat soort woorden gebruiken, spelen ze de psychologische kaart. Daar ga ik niet in mee. Het komt veel vaker voor dat overheden terugkomen op besluiten. Zo werkt politieke besluitvorming nu eenmaal, ook onder invloed van verkiezingen. De bouw van een brug of winkelcentrum gaat bijvoorbeeld toch niet door. Waar gehakt wordt, vallen spaanders.”

Het kabinet kan goede redenen hebben om de marinierskazerne in het midden van het land te houden, vindt Voermans. „Door verhuizing naar Vlissingen dreigde verdere leegloop bij het Korps Mariniers. En dat in een tijd van personeelskrapte bij Defensie.”

Nette afhandeling

Hoewel het nog maar de vraag is of de overheid „juridisch verplicht” is compensatie te bieden, vindt Voermans het „redelijk en fair” dat het kabinet Zeeland financieel tegemoet komt. „Je mag van de overheid een nette afhandeling verwachten.”

Het kabinet opereert rond de marinierskazerne „nogal onhandig”, analyseert prof. dr. Marcel Boogers, hoogleraar innovatie en regionaal bestuur aan de Universiteit Twente. „Acht jaar geleden is nogal snel besloten om de kazerne naar Zeeland te verhuizen. Om die provincie een economische impuls te geven. Maar de regering dacht niet goed na wat de gevolgen voor Defensie zouden zijn. De overheid is niet zorgvuldig genoeg geweest in afwegen van de verschillende belangen. Nu keert dat zich als een boemerang tegen het kabinet.” Dat een speciale gezant compensatie voor de Zeeuwen moet regelen, toont aan dat „het kabinet beseft dat er iets mis is gegaan.”

Omdat er al concrete afspraken waren voor de bouw van de marinierskazerne in Vlissingen, kun je de overheid „enerzijds onbetrouwbaarheid” verwijten, schetst Boogers. „De Zeeuwen moeten nu slikken dat het feest na acht jaar ineens niet doorgaat.” Anderzijds waren de Zeeuwen „wel erg gretig om de kazerne naar hun provincie te krijgen. Terwijl ze eigenlijk wel wisten dat er veel weerstand was onder mariniers om naar Vlissingen te verhuizen.”