Patiënt mag gesprek opnemen, dokter aarzelt

beeld ANP

Patiënten mogen gesprekken met hun arts opnemen, maar de dokter voelt zich er niet altijd gemakkelijk bij. Artsenfederatie KNMG kondigde woendagmorgen een handreiking aan.

De voordelen zijn helder: een patiënt kan niet altijd alles onthouden, dus legt hij de informatie graag vast. „Zeker bij gesprekken die emoties oproepen kan het goed zijn dat iemand het nog eens kan naluisteren”, zegt een woordvoerder van de Patiëntenfederatie. „Daarnaast adviseren we altijd iemand mee te nemen, want die pikt soms weer andere informatie op. Dat gebeurt dan ook meer dan vroeger.”

„Een geluidsopname kan de zorgverlening ondersteunen en patiënten grip geven op het zorgtraject”, stelt de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG). Intussen voelt het voor de dokter niet altijd gemakkelijk: wordt de opname niet verspreid via sociale media en misschien zelfs tegen me gebruikt? Die vrees kan het gesprek beïnvloeden. Misschien zegt de arts niet alles wat hij anders gezegd zou hebben; misschien durft hij geen prognose te geven; wellicht verwijst hij zelfs sneller door naar een specialist.

„Koudwatervrees”, denkt de Patiëntenfederatie. „Een patiënt maakt een opname voor zijn eigen nut. Openbaar maken mág niet eens, tenzij de dokter daarmee instemt. Een opname is dus ook niet bruikbaar in een eventuele procedure.” Voor het filmen van een consult zijn de regels strenger dan voor geluidsopnamen.

Minister Schippers zei vorig jaar dat het maken van opnamen is toegestaan. Daarna kreeg de KNMG veel vragen van artsen. De federatie wijst erop dat een dokter andersom wel permissie moet vragen voor een geluidsopname.

KNMG raadt artsen aan in hun wachtkamer een mededeling op te hangen dat patiënten het gesprek met de dokter mogen opnemen, maar dat het wel wordt gewaardeerd als ze dat van tevoren zeggen. Ook moet daarin staan dat de opname alleen voor eigen gebruik is. Arts en patiënt kunnen bespreken welke wijze van informatieoverdracht het best bij de situatie past. Zo kan de arts voorstellen om aan het eind van een gesprek een samenvatting te geven die kan worden opgenomen.

Ongeveer 40 procent van de artsen heeft weleens de vraag gekregen of een patiënt het gesprek mocht opnemen. Overigens gebeurt dat niet heel vaak: slechts een klein deel van de artsen kreeg vaker dan vijf keer zo’n verzoek.

Slechts 17 procent van de artsen juicht het toe dat het gesprek wordt opgenomen. Eenzelfde percentage beschouwt het als een teken van wantrouwen. Daartussenin zit een grote groep die er begrip voor heeft, maar bij wie het ook weleens leidt tot negatieve gevoelens: wantrouwen, nervositeit en bezorgdheid over juridische consequenties.

„Prima idee, maar wel altijd in overleg”

Het opnemen van een gesprek tussen arts en patiënt is een goed middel om de kwaliteit van de informatieoverdracht en de besluitvorming te verbeteren.

Dat zeggen internist-oncoloog dr. Jan Drooger (Ikazia Ziekenhuis, Rotterdam) en cardioloog-intensivist dr. Corstiaan den Uil (Erasmus MC, Rotterdam) in een telefonische reactie op de aangekondigde handreiking van de KNMG.

Beide medisch specialisten hebben inmiddels de nodige ervaring met het opnemen van gesprekken door patiënten. Drooger: „Ik heb er geen bezwaar tegen en kan me goed voorstellen dat patiënten het prettig vinden om het gesprek over hun ziekte, de diagnose en de behandelopties nog eens na te luisteren in de eigen familiekring. Maar alleen voor dit doel. En het moet ook in alle openheid gebeuren, altijd in overleg met elkaar.”

Den Uil zit op dezelfde golflengte. „Ik maak het op de ic steeds vaker mee. Heb er geen moeite mee. Dat artsen dit soms wel hebben, snap ik. Er zitten twee kanten aan. De informatie kan verkeerd gebruikt worden. De garantie dat dit niet gebeurt, heb je niet. Het is een kwestie van vertrouwen. Als mensen kritisch zijn of argwanend, zou ik het eerst goed willen bespreken.”