OM eist 24 jaar cel en tbs tegen Thijs H. wegens drie moorden

Officieren van Justitie mr. van Gosen (r.) en mr. Holthuis. beeld ANP

Het Openbaar Ministerie heeft dinsdag voor de rechtbank in Maastricht 24 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging geëist tegen de 28-jarige Thijs H., wegens drie moorden.

H. heeft bekend dat hij op 4 mei vorig jaar in de Scheveningse Bosjes in Den Haag een 56-jarige vrouw heeft gedood. Drie dagen later sloeg hij toe op de Brunssummerheide, waar hij eerst een 63-jarige vrouw doodstak en korte tijd later een 68-jarige man. De slachtoffers werden onverhoeds aangevallen en met veel geweld om het leven gebracht. Volgens het OM zijn zij „op gruwelijke wijze en volstrekt willekeurig uit het leven weggerukt” en „afgeslacht”.

Deskundigen van het Pieter Baan Centrum (PBC) concludeerden dat H. volledig ontoerekeningsvatbaar was toen hij de moorden pleegde. Hij zou destijds „ernstig psychotisch ontregeld” zijn geweest. Het PBC heeft de rechtbank geadviseerd H. tbs met dwangverpleging op te leggen. Het OM kan zich niet met die conclusies en het advies verenigen, omdat het PBC-onderzoek „incompleet” zou zijn geweest. Volgens justitie moet H. voor verminderd toerekeningsvatbaar worden gehouden.

In een urenlang betoog zetten de twee officieren van justitie het beeld neer van een zaak, waarin drie onschuldige slachtoffers ten prooi zijn gevallen aan een man die weliswaar verward dan wel gestoord was, maar niet dusdanig dat hij niet anders kon dat wat hij heeft gedaan. Het gevaar voor herhaling is groot, meent het OM.

H. werd een dag na de moorden op de Brunssummerheide opgepakt. Dat hij snel kon worden opgespoord, is vooral aan ggz-instelling Mondriaan te danken. H. werd daar kort na de moorden ondergebracht, toen de politie nog naar een dader zocht. H. liep weg. Als Mondriaan de politie niet zou hebben gebeld, zou het mogelijk veel langer hebben geduurd voordat H. kon worden aangehouden, aldus het OM. H. was niet bekend bij justitie, zijn DNA zat niet in de databank, hij was niet van plan zichzelf te melden en ook zijn ouders waren niet van plan hem aan te geven.

Maanden na zijn arrestatie legde H. een bekentenis af, kort voor zijn opname in het PBC. Vervolgens heeft H., gesteund door zijn ouders, geprobeerd de schade voor zichzelf zo veel mogelijk te beperken, door zijn gewelddadigheden aan zijn psychose toe te schrijven. Hij hoopte er volgens justitie met een milde behandelingsmaatregel vanaf te komen en snel weer buiten te zijn.

Het OM zegt dat H. geen geestelijke gezonde man is. Daaraan heeft hij zelf bijgedragen, door het gebruik van een mix aan (al dan niet voorgeschreven) medicijnen en drugs. Hij wist dat hij daarmee risico’s nam.

Woensdag houdt H.’s advocaat zijn pleidooi.