Nieuwe methode: Eerst nadenken, dan pas schrijven

Promovendi Renske Bouwer (links) en Monica Koster. beeld Marloes Herijgers

Aan het eind van de basisschool is slechts 30 procent van de leerlingen in staat een boodschap schriftelijk goed over te brengen. Dat moet anders en kan anders, vinden Monica Koster en Renske Bouwer.

Op het hoe en waarom promoveren ze vrijdag aan de Universiteit Utrecht. Koster was remedial teacher in het primair onderwijs, Bouwer universitair docent psychologie in Nijmegen. Ze voerden hun onderzoek de afgelopen vier jaar uit onder 144 leerkrachten en bijna 3000 leerlingen.

Dertig procent; dat de Nederlandse kenniseconomie daar genoegen mee neemt...

Koster: „Dat verbaast ons ook. Het probleem is niet nieuw; de score is nooit veel beter geweest. Andere West-Europese landen en de Verenigde Staten doen het net zo slecht. Het probleem wordt echter urgenter doordat schrijfvaardigheid steeds belangrijker wordt: communicatie verloopt steeds meer digitaal, dus via tekst. Er zijn nauwelijks beroepen meer die je ongeletterd kunt uitvoeren. In binnen- en buitenland heerst het gevoel dat het onderwijs onvoldoende in deze ontwikkeling meegaat.”

Hoe komt dat?

„Het taalonderwijs op de basisschool is vooral gericht op lezen, woordenschat en spelling, en minder op schrijven. Het kost veel tijd om goede schrijfopdrachten te bedenken en de producten van leerlingen te beoordelen. Het kreeg tijdens de lerarenopleiding ook weinig aandacht.”

Schrijfproces

In hun dissertatie presenteren Bouwer en Koster een methode waarmee het probleem wordt aangepakt: Tekster. „Hij ligt bij de drukker”, zegt Koster. „Van de 52 scholen die ermee proefdraaiden, gaan 4 er direct mee verder. Andere kunnen in de loop van het cursusjaar instappen.”

De leerlingen op de proefscholen hadden na vier maanden onderwijs met uw nieuwe methode maar liefst 1,5 leerjaar vooruitgang geboekt, stelt u. Hoe bereikt Tekster dat?

„Als jonge kinderen een schrijfopdracht krijgen, werpen ze zich op het papier en schrijven alles op wat in hen opkomt. Als die stroom opdroogt, is de tekst klaar. Wij besteden veel aandacht aan het schrijfproces, niet alleen aan het product. Leerlingen moeten er eerst over nadenken wat voor tekst ze willen gaan schrijven en voor wie die is bedoeld. Dan bedenken ze een inhoud en ordenen die. Dit stappenplan duurt zo’n tien minuten. Daarna gaan ze schrijven. Zo ontstaat er een veel beter product.”

De methode bevat twintig lessen die in de bovenbouw van de basisschool naast de bestaande taalmethode kunnen worden gebruikt. Daarnaast worden er toetsen aangereikt om het schrijfniveau te kunnen meten, een handleiding voor de leerkrachten en een dvd met aanvullend filmmateriaal. „Uiteindelijk zijn leerlingen in staat een e-mailtje, een recept, een uitnodiging, een kranten­bericht en een spannend verhaal te schrijven.”