Niet iedereen blij met verhuizing marinierskazerne

Mariniers op oefening met hun Vikingvoertuigen. Foto ANP ANP
2

Mariniers opereren op de scheiding van water en land, van rivierdelta’s en bosgebieden. Een verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen roept vragen op. Doorn heeft geen water, maar Vlissingen geen bos. „Alsof je de Amsterdam ArenA verplaatst naar Rotterdam.”

Een klimtoren steekt hoog uit boven de bossen van Doorn. De stormbaan aan de rand van het kazerneterrein ligt er verlaten bij. Hier tijgeren en klauteren mariniers. Maar vandaag even niet. Een wacht drentelt –ongewapend– heen en weer bij de poort.

Mariniers bevinden zich sinds mensenheugenis in Doorn. Stoere gouden letters op een strakgelakt bord geven de naam van de kazerne weer. ”Van Braam Houckgeestkazerne”. Het Korps Mariniers. ”Sinds 1665”.

Het Mariniers Trainingscommando (MTC) in de bossen van Doorn huisvest twee mariniersbataljons, onderdelen van een gevechtssteunbataljon en een amfibisch logistiek bataljon.

De kazerne telt pakweg 1900 man, militairen met wie niet valt te spotten. „Alle defensieonderdelen vergelijken zich met de mariniers. Nooit andersom”, verklaart marinier Daan Brouwer bij de poort in Doorn. „Dat zegt genoeg.”

Defensie kampt met een probleem. De ‘Van Braam Houckgeest’ is uit z’n jasje gegroeid. De kazerne is te krap, het terrein te klein. Bovendien voldoet de huisvesting niet meer aan de eisen van deze tijd. Ook een ingrijpende renovatie en verbouwing bieden –volgens Defensie– onvoldoende soelaas.

Het kazerneterrein beslaat ruim 48 hectare, waarvan 29 hectare bestaat uit bos. Nee, niet zomaar bos, maar bomen die vallen onder de Ecologische Hoofdstructuur. Uitbreiding, ten koste van beschermd natuurgebied, is daarom lastig. „De kazerne ligt ingeklemd tussen bebouwing en bossen”, licht Robin Middel, hoofd marinevoorlichting, toe.

Minister Hillen van Defensie wil de kazerne daarom over een jaar of vijf verkassen naar Zeeland. De Buitenhaven in Vlissingen biedt –volgens Hillen– uitstekende mogelijkheden voor een kloeke kazerne. De mariniers hebben 70 hectare nodig en, zie daar... de Zeeuwen kunnen precies 70 hectare leveren. Bovendien kunnen de militairen (mede) gebruik maken van (oefen)terreinen in de buurt.

Met de verhuizing zou een eind komen aan de jarenlange, hechte band mariniers-Doorn. „De relatie zit diep”, verklaart Ad Onstein, voorzitter van de twee plaatselijke ondernemersverenigingen. „Doorn zonder mariniers is ondenkbaar.”

Doorn brengt daarom alles in stelling om de militairen te behouden. De gemeente Utrechtse Heuvelrug presenteert lijvige rapporten om aan te tonen dat Doorn toch echt betere papieren heeft dan Vlissingen.

Er is vooralsnog maar één conclusie. Doorn is het goedkoopst. Zonder meer. Ook minister Hillen moet dat toegeven. Renovatie van de huidige kazerne kost zo’n 130 miljoen euro. Nieuwbouw in Zeeland slokt een slordige 190 miljoen op. Hillen hecht –ondanks grootschalige bezuinigingen– op dit moment wat minder aan de goedkoopste optie. Er is volgens hem namelijk meer.

In een brief van medio april aan de Tweede Kamer schrijft hij: „Het feit dat de investeringuitgaven voor de optie ”Vlissingen” (...) hoger zijn dan die voor Doorn, acht ik acceptabel gegeven de betere ontwikkelingsmogelijkheden van een kazerne in Vlissingen.”

Doorn kan –volgens Defensie– namelijk niet „toekomstbestendig” worden verbouwd. „Ook na renovatie blijft de kazerne krap behuisd”, aldus Hillen. Verdere bebouwing van het kazerneterrein is „niet mogelijk” en „niet wenselijk.”

Hillen krijgt de nodige kritiek op zijn keus. „De sluiting is pure kapitaalvernietiging”, klaagt adjudant b. d. Wally Bastiaans, Irak-Unprofor-veteraan, wijzend naar een nieuw complex, net achter de poort.

„Sommige gebouwen zijn nog maar 15 tot 20 jaar oud”, weet Onstein van de ondernemersvereniging. „Anderhalf jaar geleden is er nog voor 1 miljoen euro geïnvesteerd en een parkeerplaats aangelegd.” Het complex is volgens hem na sluiting onverkoopbaar.

De mogelijke leegstand baart Onstein zorgen. „Geen projectontwikkelaar ziet brood in het complex.” Hij begrijpt dan ook „echt niets” van de voorgenomen verhuizing. „Het is alsof je de Amsterdam ArenA verplaatst naar Rotterdam.”

Op de kapitaalvernietiging is wel wat af te dingen, nuanceert luitenant ter zee 1e klasse Bert Kuiper bij de poort. „Dat eerste gebouw daar is inderdaad vrij nieuw. De rest is echt te klein en te oud. Geld voor reparaties ontbreekt.” Hij wijst erop dat Defensie bij nieuwbouw alle accommodaties –kazerne, schietbanen, opstelplaatsen– volledig naar eigen wens kan inrichten.

Rond vieren stroomt de kazerne leeg. Mariniers staan in file voor de poort. Ze reageren met gemengde gevoelens op de voorgenomen verhuizing. Daan Brouwer is er „absoluut niet blij” mee. „Ik heb twee jaar geleden een huis gekocht. Ik ben nu in 25 minuten thuis. Vlissingen ga ik niet trekken.” Bij sluiting van ‘Doorn’ gooit de marinier het bijltje erbij neer. „Dan ga ik naar een arrestatieteam. Of ik word meubelmaker.”

Twee breedgeschouderde vechtjassen –„geen namen”– rijden dagelijks in een witte Seat Ibiza op en neer naar Amsterdam. „Vlissingen is echt te ver. Nu moeten we 70 kilometer, straks 222. Daar word ik niet vrolijk van.”

Reinder uit Groningen noemt de verhuizing „een bezopen” plan. „Ik weet nog niet wat ik ga doen. Vlissingen is vanuit Groningen een wereldreis. Met de auto ben ik vier uur onderweg.” Hij sluit een toekomst buiten defensie niet uit.

Veel mariniers laten de dreigende verhuizing echter gelaten over zich heen komen. Het typeert de nuchtere manschappen. „Het beeld is gemengd. De voorgenomen sluiting van Doorn raakt de een harder dan de ander”, reageert Robin Middel van marinevoorlichting.

Luitenant Kuiper doet niet direct moeilijk. „Dat is inherent aan dit beroep. Als je in dienst bent bij Defensie, weet je dat je ergens te werk gesteld kunt worden.”

Ook de plaatselijke middenstand in Doorn reageert verdeeld. Van de pakweg 1900 gelegerde mariniers wonen er een slordige 800 tot 900 in de directe omgeving. „Ondernemers gaan dit zonder meer voelen”, verklaart ondernemersvoorzitter Onstein.

Exacte cijfers over de economische aderlating heeft de ondernemer niet. „De gemeente heeft een miljoenenverlies berekend.” Middenstanders reageren volgens hem verschillend. „Een kwaliteitsmodezaak verkoopt echt geen kostuum aan Jan Soldaat. Opticiens en supermarkten raken echter klanten kwijt.”

Niet iedere ondernemer ziet de zaak somber in. „Het verlies wordt opgeblazen”, zegt A. Brouwer van de snackbar zonder naam aan de Dorpsstraat. „Dertig jaar geleden bivakkeerden alle mariniers op de kazerne. Nu is iedereen na vijven in de auto vertrokken. Aan hen verdient Doorn geen cent.”

Vooral Albert Heijn voelt het verlies straks, verwacht de cafetariahouder. „Mariniers komen daar voor een hapje en een sapje.” Shoppende militairen zijn, ondanks hun burgerkloffie, altijd duidelijk herkenbaar, zegt Brouwer. „Ze lopen allemaal in trainingspak.”

Het winkelmeisje achter de servicebalie bij AH, bevestigt dat mariniers massaal komen shoppen. Ze heeft zo haar eigen redenen om het vertrek van de mariniers te betreuren. „Kan ik geen leuke jongens meer kijken.”

De verhuizing uit Doorn is nog niet definitief. De Tweede Kamer moet de knoop doorhakken over de verhuisplannen van minister Hillen. Op 26 juni spreekt de Kamercommissie van defensie zich uit.

Maandag toonden Kamerleden zich kritisch over rapporten en cijfers van het ministerie, provincies en gemeentebestuur. „Defensie staat niet direct bekend om zijn juiste inschatting van kosten”, sneerde PVV-Kamerlid Hernandez. Niet zonder reden pleit de gemeente Utrechtse Heuvelrug daarom voor een onafhankelijk onderzoek.

Met een kritische Kamer is de verhuizing nog geen gelopen race. Vlissingen gooit hoge ogen. Maar Doorn is ook nog niet buiten beeld. En Den Helder niet te vergeten, ook al houdt Defensie deze optie volledig buiten de plannen.

De marineplaats huisvest de vloot en een aanzienlijk aantal marinemensen. Den Helder is echter in de optiek van Hillen ook te klein. Veel actie onderneemt het gemeentebestuur echter niet om de mariniers alsnog binnen te halen.

Zeeland en Vlissingen lopen zich daarentegen het vuur uit de sloffen. Beide benadrukken nog zeker 27 miljoen euro te kunnen besparen op de kosten van een dikke 190 miljoen. „De mariniers zijn zeer welkom”, aldus commissaris van de Koningin Karla Peijs. „Wij zitten te springen om de mariniers. Ze kunnen hier oefenen op de grens van water en land. En we hebben veel leegstaande sluiscomplexen waar ze op en af kunnen.”

Vlissingen is bovendien de stad van Michel de Ruyter, de oprichter van het Korps Mariniers, benadrukt burgemeester René Roep van Vlissingen. Ook geen onbelangrijk argument, als het om 130 tot 190 miljoen euro gaat.

De mariniers kopen er vooralsnog niets voor. Zij zitten voorlopig nog in onzekerheid.